Archive

januari 2020

Browsing

Eindelijk. Januari is bijna voorbij. Ik was vastbesloten om me dit jaar niks aan te trekken van het feit dat het januari was, maar halverwege de maand heb ik het opgegeven. Het duurde zó lang. Maar, inmiddels is het 78 januari en kunnen we morgen eindelijk door naar februari. Maar niet voordat ik de maand even samengevat heb.

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar de maand begon in de Zwitserse sneeuw. Op 2 januari maakten we met zijn tweeën een wandeling op sneeuwschoenen en dronken daarna een biertje in een dorpskroegje. Op de terugweg pakten we nog een nachtje en ochtendje Karlsruhe mee. Lekker met zijn drietjes na een gezellige, drukke week vol familie.

Na twee weken vakantie mocht ik 6 januari weer werken. Door een veranderende fuctie, een verbouwd kantoor en een heleboel nieuwe collega’s voelde het alsof ik een nieuwe baan had. En eigenlijk heeft werk de hele maand januari veel energie gekost. Veel overleggen, weinig schrijven. Niet erg, dat heb je soms, maar ik hoop dat de balans de komende maand weer de andere kant opgaat.

Verder ben ik gestart met een post-bachelorcursus Copywriting op maandagavond. Heel interessant, maar de schoolbanken zijn wel weer wennen na er acht jaar uit te zijn geweest. Ik ben nog op zoek naar de aanknop van mijn hersenen. Bijzonder om te merken hoe je studeren kunt ontwennen. En wat vermoeidheid met je hersenen doet, dat ook.

Ik sluit de maand af met een energielevel dat rond het nulpunt schommelt. Gebrek aan daglicht, lange dagen, veel onderbroken nachten en een vol hoofd zorgen voor permanente blauwe kringen. Ik leg me er maar bij neer, vanaf eind februari zie het ik het leven meestal weer wat zonniger in.

Favorieten
Boek
Ik las er deze maand 1. En dat was er ook meteen eentje die me enorm inspireerde. Grip van Rick Pastoor. Hij geeft superpraktische tips om meer grip (jawel) te krijgen op je agenda en daarmee je leven. Zo praktisch dat je er meteen mee aan de slag kan. Heel fijn.

Eten
Afgelopen zaterdag kwamen er vrienden eten en pakte ik uit met een Indiaas menu. Zelfgemaakt naanbrood, Dhal, pompoen-pistachenotencurry, sag aloo (aardappel-spinazieschotel), raita, mangochutney en een komkommer-tomatensalade. Heerlijk. En zoveel dat we zondag nog een bordje in de magnetron konden schuiven. Nog lekkerder.

Kledingstuk
Aangezien ik ondanks het kutweer heel veel gefietst heb, is mijn favoriete kledingstuk mijn warme, waterdichte Diderikssons-jas. Heb ‘m al twee winters en hij blijft mooi en waterdicht. Ik ben gestopt met mooie jassen kopen, ik koop alleen nog maar praktische exemplaren en dat is een van de betere beslissingen uit mijn leven.

Serie
Grenseland! Een Noorse thriller over een politieman die met verlof wordt gestuurd en vervolgens verwikkeld raakt in een moordzaak waar zijn broer bij betrokken is. Superspannend.

Liedje
Memories van Maroon 5 heeft de hele maand op repeat gestaan.

Aankoop
Mijn mintgroene iPhone 11. Vooral vanwege de camera.

Podcast
Ik heb veel naar Daders geluisterd, maar uiteindelijk wint de podcastserie de Blankenberge Tapes het. Allebei luistertips.

In huize Splitlevelleven spelen we veel spelletjes. En meestal wint mijn wederhelft, omdat hij tactisch gezien nét een beetje slimmer is dan ik (en omdat hij zich niet volledig laat meeslepen door randzaken als een móóie stad willen bouwen in Carcassonne, bijvoorbeeld). Maar sinds kort hebben we een spel dat ik 90% van de tijd win: Clever. En dat is mijn nieuwe lievelingsspel.

Clever is een zogenaamd roll and write-spel: je gooit met dobbelstenen en schrijft je score op. Net als Yahtzee en Quixx, maar dan weer even anders. Bij Clever gooi je namelijk met gekleurde dobbelstenen, die je alleen maar in de gekleurde vakjes mag invullen. Als je een dobbelsteen hebt gekozen, moet je de lagere worpen afleggen. Die mag je niet meer gebruiken. Tijdens je beurt mag je drie keer gooien, en uit de dobbelstenen die je niet gebruikt, mag de andere speler er ook eentje kiezen.

We snapten er niks van
Klinkt simpel, maar we hebben voor het eerst in onze spelletjescarrière een filmpje nodig gehad om het uit te leggen. Of het nu aan de hier en daar gebrekkig geformuleerde handleiding ligt, het nogal imponerende scoreblok of ons verstand: we snapten er helemaal niets van. Gelukkig verduidelijkte de uitleg van blije Bert een heleboel. Potje één ging dus wat moeizaam, maar na het tweede waren we verslaafd. Als je het eenmaal doorhebt, is het een heel snel, eenvoudig spelletje. Zo eentje die je er even bijpakt na het avondeten.

Dobbelstenenmania
Wat onze eerste potjes ook lastig maakte, is dat er in plaats van een paarse en een oranje dobbelsteen, een roze en een zilveren geleverd waren. Dat zorgde voor de nodige verwarring en daarom besloot ik maar even een mailtje te sturen naar de klantenservice van 999 games. Wat bleek? Er was iets misgegaan in de fabriek, waardoor wij de dobbelstenen van Dobbel zo Clever gekregen hadden, de opvolger van Clever. De juiste dobbelstenen waren even niet op voorraad, maar we kregen wel alvast het scoreblok en de handleiding van Dobbel zo Clever opgestuurd. Supergoede service! In de tussentijd hebben we bij de spelletjeswinkel maar even twee losse dobbelstenen gekocht, maar een week later lagen de juiste dobbelstenen al op de mat. Lekker gewerkt, 999 Games.

Dobbel zo Clever
Meestal vind ik de opvolger van een spel minder leuk dan het origineel. Maar dat geldt niet voor Dobbel zo Clever. Het principe blijft hetzelfde, maar er gelden net iets andere regels, waardoor je ook je tactiek weer aan moet passen. Dat zorgt voor een leuke variantie op het originele spel. Eén nadeel: mijn Clever-tactiek werkt niet meer, dus ik kan dit tot nu toe niet winnen. Best jammer.

Conclusie
Kortom: zowel Clever als Dobbel zo Clever zijn wat mij betreft enorme aanraders voor iedereen die houdt van Quixx en andere dobbelspelletjes. Het begin is wat moeizaam, maar als je het eenmaal doorhebt is het echt verslavend. 9/10.

Beginnen met bloggen is niet zo lastig, maar volhouden is een ander verhaal. Een planning kan je houvast geven: je weet dan wanneer je iets online wil hebben. In dit artikel leg ik je uit hoe je een contentplanning maakt voor je blog. Daarvoor gebruik ik mijn favoriete gratis kalendertool Google Calendar (Google Agenda), maar de tips zijn natuurlijk ook bruikbaar als je liever met een Excel-document of een papieren boekje werkt.

Hoe vaak moet je bloggen?
Een paar jaar geleden zette iedere zichzelf respecterende blogger minimaal een keer per dag een nieuw artikel online. De ékte grote bloggers gingen voor een ochtend- én een middagartikel. Een wonderlijke trend, die in mijn optiek voor zo’n overload aan content heeft gezorgd, dat de helft van alle bloglezers inmiddels afgehaakt is. Zonde. Maar hoe vaak moet je dan wel updaten? Dat hangt er vanaf hoeveel relevants je te vertellen hebt. Liever wat minder vaak een blog die echt ergens over gaat, dan een afgeraffeld stukkie omdat je jezelf nu eenmaal opgelegd hebt dat je iedere werkdag om 8 uur iets online wilt hebben.

Kies voor vaste publicatiemomenten
Kortom: de frequentie bepaal je zelf. Maar om een beetje op de radar van je lezers te blijven en een publiek op te bouwen, is drie keer per week een mooi uitgangspunt. Dan is er regelmatig iets nieuws te lezen op je site, maar hou je ook nog tijd over om een leuk mens te zijn. Maar welke je frequentie je ook kiest, kies als het even kan voor vaste dagen. Maandag, woensdag en vrijdag bijvoorbeeld. Of iedere eerste vrijdag van de maand. Dat geeft zowel jezelf als je lezers houvast.

Zet je vaste dagen in een planning voor een jaar
Okee, vaste dagen bepaald? Maak dan een nieuwe agenda aan in je Google Calendar. Dat doe je door naar Instellingen te gaan, daar te kiezen voor Agenda toevoegen en vervolgens Nieuwe agenda maken aanklikt. Geef je nieuwe agenda een naam, bijvoorbeeld de naam van je blog en zet in de omschrijving dat het je contentplanning is. Klik op agenda maken en wacht tot ‘ie toegevoegd is aan je andere agenda. Geef ‘m daarna nog even een ander kleurtje dan de rest van je afspraken en je bent klaar om te plannen.

Date met je blog
Het grote voordeel van een blogplanning maken in Google Calendar, is dat je je vaste blogmomenten direct voor het hele jaar vast kan leggen. Zet bijvoorbeeld iedere maandag, woensdag en vrijdag een blogartikel als herhalende afspraak in je agenda. Geef ‘m de naam ‘Blog’ mee en als je weet waar de blog over gaat, pas je ‘m aan met de titel of het onderwerp. En je kunt jezelf op een zelfgekozen moment herinneren aan het feit dat je het artikel nog moet schrijven.

Maak een lijst met concrete onderwerpen
Administratie gedaan, tijd voor het leuke gedeelte: brainstormen met jezelf. Waar wil je over bloggen het komende jaar? Wat zijn onderwerpen die bij je passen en waar wil je meer over vertellen? Schrijf alles op wat er in je opkomt. Alles mag. In een volgende ronde kun je deze onderwerpen verder concretiseren. Wat voor blogpost moet het worden? Wat heb je ervoor nodig? Is het 1 post of kun je er een serie van maken? Dat hoeft niet voor het hele jaar, maar probeer in ieder geval voor de komende maand alles al vast te leggen.

Inhaken, meedeinen
Kijk bij het maken van je planning ook naar relevante inhakers (feestdagen, vakanties, evenementen, je verjaardag, etc.) en naar content die je al gemaakt hebt. Wellicht kun je intern doorlinken om zo een oud artikel nog eens op te halen. En misschien biedt je kalender ook wel ruimte voor een themamaand, als dat past in je blog. Laatste tip: kijk bij het maken van je planning ook meteen even naar het moment waarop je die blogs gaat schrijven en de foto’s gaat maken. Ik ben zelf groot fan van het clusteren van taken, maar misschien schrijf jij wel het lekkerst tussen de bedrijven door.

Bewaar ook je vage ideeën
Alle ideeën die je niet direct in je kalender kunt verwerken, kun je kwijt in de notitietool van je Google Agenda (of op een blogideeënpagina in je notitieboek, natuurlijk). Een heerlijke vergaarbak voor dagen zonder inspiratie.

Kortom: een blogplanning maken in Google Agenda is voor mij dé tip om het bloggen vol te houden. Het is eenvoudig, overzichtelijk, maakt het bloggen behapbaar en is tegelijkertijd niet in beton gegoten. Heb je vragen? Stel ze dan gerust hieronder.

Mijn dochter is inmiddels anderhalf. Geen baby meer, maar een dreumes met een mening, druk bezig met het ontdekken van de wereld. Het grote opvoeden is begonnen. Ik vind het iets magisch (en tegelijkertijd doodeng) dat je nu de basis legt voor de rest van haar leven: hoe ze zichzelf ziet, wat ze normaal vindt en wat niet en hoe ze met anderen omgaat. En dat proberen we zo positief mogelijk te doen. Hieronder vind je vijf dingen die ik belangrijk vindt:

Ik leg alles uit
Al sinds ze een dag oud is, vertel ik haar wat we gaan doen, hoe of waarom ik dat doe en wat de volgende stap is. Altijd en overal. Van optillen tot het verschonen van een luier: ik neem haar mee in wat er gaat gebeuren. Zeker toen ze nog zo’n hulpeloos klein wurmpje was, leek het me fijn dat ze zou weten dat ze vanuit haar bedje in de lucht getild zou worden. Ze had geen regie, dus het minste wat ik kon doen was haar niet verrassen of laten schrikken, vond ik. Tegenwoordig is ze allesbehalve hulpeloos, maar door haar voor te bereiden op wat gaat komen, voorkom ik meestal een hoop protest. En uitleggen betekent ook: antwoord geven op vragen. Inmiddels vraagt ze ongeveer 20 keer op een dag “Wat doet mama nou?” “Wat doet de poes nou?” “Wat doet de auto nou?” en iedere keer geef ik weer antwoord. Daar kan ze alleen maar van leren.
 
Ik neem haar serieus
Als je anderhalf bent, is je wereld een stuk kleiner dan wanneer je volwassen bent. En dat betekent dat je problemen dezelfde schaalgrootte hebben. Waar wij ons druk maken over geldzaken of een discussie met een collega, heeft een dreumes zo haar eigen issues. Duploblokjes die niet op elkaar passen, omvallende torens en dat je niet om half acht ’s ochtends al koekjes mag eten. Peanuts voor een volwassene, problemen van volwassen formaat voor een kind. Dus neem ik haar problemen serieus door ze te benoemen, te troosten en misschien een oplossing te bedenken. Bij een woedeaanval door een omgevallen Duplotoren, zeg ik: “Ik zie dat jij heel boos bent omdat die toren omgevallen is. Zullen we even knuffelen en het daarna opnieuw proberen?” Meestal komt ze dan naar me toe om even te kroelen en gaan we daarna opnieuw aan de slag.

Ik speel mee en stel grenzen
Dit vind ik af en toe best lastig: met volle overgave meespelen als je ondertussen ook nog iets in huis wil doen of een mailtje moet versturen. Maar ik probeer minimaal twee keer per dag bij haar te gaan zitten om samen te spelen. Zij is leidend, ik geef alleen af en toe suggesties als ik zie dat ze loopt te zoeken naar iets om te doen: “Misschien willen de knuffels allemaal even uit het raam kijken?” In haar spel vind ik veel prima, de kussens mogen van de bank, de kratten mogen leeggegooid en er mag ook binnen gefietst worden. Maar ik stel wel grenzen als het gevaarlijk (lopen op de bank) of gruwelijk irritant (met een blokje tegen de verwarming slaan) is.

Ik laat haar het zelf doen
Het is niet altijd de handigste of de snelste oplossing, maar ik laat haar zoveel mogelijk zelf doen. Dat zijn nu nog simpele opdrachten als zelf haar jas pakken, een zakdoekje weggooien of een bord op tafel zetten, maar ze voelt zich zo stoer als ze me mag helpen. En als iets niet lukt, dan zorg ik dat ik haar help, maar dat ze het uiteindelijk zelf oplost. Ik zet bijvoorbeeld het Duploblokje goed op de andere, maar laat haar zelf erop drukken zodat het vast zit. Zo leert ze dat het zelf kan, in plaats van dat je het uit handen neemt en alleen maar benadrukt dat ze het inderdaad niet kan.

Ik praat mét haar
Dit inzicht heb ik uit How2TalkToKids: als ze erbij is, praat ik niet (negatief) over haar. Ik probeer een dochter op te voeden met een sterk zelfbeeld en dat begint bij hoe anderen over je praten. Ze begrijpt al ontzettend veel van wat je zegt, en daarom vind ik het gek om te zeggen dat ze oervervelend was, als haar vader ’s avonds thuiskomt en vraagt hoe de dag was. Ik betrek haar bij het gesprek door samen op te noemen wat we allemaal gedaan hebben, en haar ook de ruimte te geven om te vertellen dat ze een paar keer heel boos geworden is. Ook bij de overdracht van de gastouder betrek ik haar altijd bij het gesprek over haar, door vragen aan te stellen over de dingen die de gastouder zegt.

Mocht je nu denken dat ik een heilige ben: nope. Daarom staat er in de titel ook ‘waar ik aan probeer te denken’. Dat lukt het grootste gedeelte van de tijd, maar soms even niet. En da’s ook prima. Ik ben ook maar een mens en dat mag ze best weten.

Ik ben benieuwd naar jouw aanpak? Wat vind jij belangrijk bij het opvoeden van je kind?

Toen ik jong was, deed ik met mijn moeder op vrijdagmiddag altijd boodschappen bij Albert Heijn. Terwijl mijn moeder haar kar volgooide, kon je mij meestal terugvinden in het tijdschriftenpad. Daar bladerde ik door de Penny, de Tina en de Donald Duck en vergaapte me aan die magazines waarmee je een heel poppenhuis bij elkaar kon sparen, maar die mocht ik nooit. Ik mocht wel vaak een ander ‘boekje’ uitkiezen. Eenmaal thuis dook ik dolgelukkig in een hoekje van de bank, om er pas weer uit te komen als mijn tijdschrift uit was.

Iets later, vanaf mijn achtste ongeveer, ging ik vaak op vrijdagavond bij mijn oma logeren. We keken Lucky Letters, Baantjer en Medikopter 117, aten studentenhaver en worteltjes en ik dook altijd in de lectuurbak, op zoek naar de Libelle van deze week. Die las ik van voor tot achter, ook al waren de onderwerpen niet bedoeld voor nieuwsgierige meisjes van acht. Ik was wel uitstekend geïnformeerd over de overgang, de laatste dieettrends, wat te doen bij familieproblemen en het persoonlijke leven van Viola Holt.

Het gevoel van vers papier
Wat ik maar wil zeggen: een liefde voor magazines, print, zoals we in het reclamevak plegen te zeggen, heeft er altijd ingezeten. Na de Penny volgde de Tina, daarna kwam de Fancy en uiteindelijk de Yes. En ook nu vind ik nog steeds niets zo fijn als op de bank duiken met een kop thee en een vers tijdschrift. Hoewel ik in veel magazines weinig nieuwe informatie lees, zijn het de afwisseling in de artikelen, een mooie opmaak en de geur en het gevoel van vers papier waar ik zo gelukkig van word. Tijdschriften inspireren me, vooral als ze met zorg gemaakt zijn. Flow Magazine is daarom een favoriet, maar ook Linda., &C, Happinezz, Kiind Magazine en VT Wonen maken me blij.

Half uur vrije tijd
Dat verse papier is een belangrijke factor: ik wil iets vasthouden, bladzijden omslaan en inspirerende pagina’s uitscheuren om ze vervolgens in een map te doen waar ik nooit meer in kijk. Ooit heb ik eens geprobeerd om tijdschriften op de iPad te lezen, maar dat leest niet lekker, je kunt er niet in scheuren en omdat ik ongeveer acht uur per dag naar een scherm kijk, is het ook wel eens lekker om dat niet te doen. Zoals Bladendokter het ooit verwoordde: “Voor een paar euro koop je een half uur vrije tijd voor jezelf.”

Gedrukt is het leukst
Tijdens mijn opleiding journalistiek voelde het dan ook als logische keuze om het tijdschriftenvak te kiezen. En hoewel mijn vaste baan als redacteur na anderhalf jaar niet helemaal mijn ding bleek te zijn, freelance ik nog steeds met veel liefde voor Bruid & Bruidegom Magazine. Hoewel ik voor online grotere producties heb mogen maken, koester ik nog steeds de interviews en reportages die in tijdschriften staan. Je artikel gedrukt zien staan blijft toch het allerleukst.

Print is niet dood
In mijn dagelijks werk bij een contentmarketingbureau doe ik weinig met print. Simpelweg omdat je content online veel makkelijker bij de juiste persoon terecht krijgt en vervolgens ook nog eens kunt meten wat degene doet met jouw artikel. Bovendien heb je een veel kortere productietijd en is het vaak ook nog eens goedkoper. Het aspect papier moet echt iets toevoegen om nog effectief te zijn. Gelukkig denk ik dat we inmiddels heel veel voorbeelden hebben waaruit blijkt dat goedgemaakte tijdschriften nog steeds springlevend zijn. En daar ben ik heel blij mee.

En dan duik ik nu in de stapel Libelles, die mijn moeder hier tegenwoordig achterlaat. Vragen over de overgang, anyone?

Marktplaats is mijn favoriete website. Na Funda dan, maar omdat je tweedehands speelgoed thuis makkelijker over de bühne krijgt dan een impulsief aangekochte volledig te renoveren woonboerderij in Wapserveen, kom ik toch bij Marktplaats uit.

Maar alleen voor kopen. Verkopen laat ik graag aan mensen over die niet spontaan vlekken in hun nek krijgen van berichten in de gebiedende wijs zonder interpunctie. Maar los van sommige kopers, ben ik dol op tweedehands dingen kopen online. Spullen hoeven van mij namelijk niet allemaal nieuw te zijn, in het kader van duurzaamheid. En bovendien bespaar je er in sommige gevallen ook nog eens flink wat geld mee. Wat koop ik dan op Marktplaats?

Speelgoed
Met stip op 1: speelgoed! Vooral het onverwoestbare soort. Duplo en Fischer Price zijn ook tweedehands vaak nog erg mooi, goed schoon te maken (heel belangrijk) en stukken betaalbaarder dan nieuw. Ook het IKEA-speelkeukentje heb ik tweedehands gekocht, inclusief een heleboel accessoires, voor de helft van de nieuwprijs.

Babyspullen
De Joolz-kinderwagen is mijn beste Marktplaatsvondst ooit. Ik geloof dat ik amper twaalf weken zwanger was toen ik hem kocht en ik ben er nog steeds zo blij mee. We moesten na het eerste rondje weliswaar twee nieuwe banden bestellen omdat de oude na enthousiast oppompen ontploft waren, maar verder heb ik er niks op aan te merken. Ook top tweedehandsjes: de box (voor twee tientjes ergens in de buurt uit een garagebox gevist), alle peperdure accessoires voor de Stokke Tripptrapp en onze eerste draagzak.

Meubels en accessoires
Een enorme, loodzware steigerhouten kist die nét in mijn Ford Ka paste, een oerlelijke grenen kledingkast die met een likje roze hartstikke kek in de kinderkamer staat, twee lockerkasten uit een verzorgingstehuis die hier als linnenkast dienen, oude schoolbankjes… de categorie Huis en Inrichting ken ik op mijn duimpje. Ook een favorietje: een logeerbed, dat na enig heen en weer mailen bij onze buren vijf deuren verder bleek te staan.

Kleding
Kleding kopen via Marktplaats doe ik alleen in speciale gevallen. Toen ik zwanger was, heb ik er wat positiemode vandaan gehaald en laatst nog wat shirtjes voor mijn dochter, maar ik word er nooit echt vrolijk van. Of ik heb gewoon geen geduld om in al die rijen met slecht gefotografeerde lompen de pareltjes te spotten, dat kan ook. Wel een hoogtepuntje is de superpraktische, superlelijke draagsoftshell die ik er laatst kocht.

Huisdieren
Onze beide katten zijn Marktplaatsvondstjes. Oscar kocht ik als veel te jonge kitten met een geleend tientje van een boer en Harry is een echt tweedehandsje. Hij was al twee toen zijn oude baasjes hem kwamen brengen. Nog steeds blij met allebei.

Wat koop ik niet op Marktplaats?
Telefoons, tablets, laptops en camera’s zijn mij iets te fraudegevoelig om via Marktplaats aan te schaffen. Die koop ik liever nieuw of refurbished via een betrouwbaar adresje. Kleding vind ik over het algemeen dus teveel gedoe en dat geldt eigenlijk ook voor boeken. Daarvoor ga ik liever naar de kringloop of een mooie gespecialiseerde tweedehandswinkel.

Wat is jouw beste marktplaatsvondst?

Wij wonen in een huis met vijf trappen en zes halve verdiepingen. Een splitlevelwoning. En hoewel ze volgens dit artikel hopeloos uit de mode zijn, zijn wij heel blij met ons huis.

De indeling van ons huis
Als je bij ons binnenkomt door de voordeur, kom je binnen in de gang met een toilet. Daarnaast is de keuken. Wanneer je vanuit de keuken de trap naar beneden neemt, kom je op de verdieping met de logeerkamer en de garage. De verdieping daarboven is de eetkamer. Vanuit de eetkamer kom je in de woonkamer, vanuit de woonkamer op de eerste slaapverdieping met twee slaapkamers en helemaal boven is de badkamer en onze slaapkamer.

Al die trappen
Om ergens te komen, moet je dus een trap op. Of af. Tijdens de verbouwing ging ik als een hijgend hert het huis door omdat ik al dat traplopen niet gewend was. Het leverde me serieuze spierpijn op. Maar inmiddels hebben we een ijzeren traploopconditie en ren ik fluitend van de garage naar de slaapkamer en weer terug. Al denk ik liever twee keer na of ik alles mee naar beneden genomen heb.

En al die traphekjes
Met een ondernemende dreumes en een heleboel trappen ontkom je niet aan traphekjes. We hebben er inmiddels vier verzameld. Twee om de woonkamer volledig af te sluiten (als een reusachtige box), eentje om te voorkomen dat ze van de keuken in de garage stort en eentje in de eetkamer. Maar het is meer om ongelukjes te voorkomen dan dat ze traplopen heel interessant vindt. Ze zit liever op de onderste trede haar rozijntjes uit te strooien.

Troep centraal
Een groot voordeel van veel kamers is dat je de troep kunt centraliseren. Als het in de keuken een bende is, ga je in de woonkamer zitten en vice versa. Speelgoed ligt hier nooit door het hele huis, maar alleen in de woonkamer. En als je visite hebt, kun je altijd kiezen uit de keuken, de eetkamer of de woonkamer.

Tocht
Het enige grote nadeel aan dit huis is dat het hele trapgat van boven tot onder open is. En dat zorgt ervoor dat het soms wat kil aan kan voelen. De truc is om de deuren van de slaapkamers goed dicht te houden, zodat de warmte in de woonkamer blijft hangen. Dan is het prima te doen. We stoken niet veel meer dan in ons oude jaren-dertig-huis en zitten gemiddeld ruim onder het gasverbruik van een gemiddeld rijtjeshuis. De woonkamer ligt op het zuiden en daardoor helpt de zon vaak een handje bij de verwarming overdag.

Kortom: liefde voor het splitlevelhuis. Toegegeven, die speelse indeling moet je smaak zijn en je kunt er vermoedelijk niet tot je tachtigste wonen zonder vijf trapliften te laten installeren, maar je krijgt er wel heel veel ruimte voor terug. En een strakke kont.

Ik begon het jaar op een besneeuwde Zwitserse berg. Een gek begin van het jaar, want ik blijk nogal gehecht aan tradities en was een beetje van slag dat ik dit jaar niet mijn vertrouwde riedeltje kon afdraaien. Dat nieuwjaarsriedeltje bestaat al jaren uit het aftuigen van de kerstboom bij het nieuwjaarsconcert, een wandeling en onderuit op de bank naar het skischansspringen in Garmisch-Partenkirchen kijken. Maar dit was ook wel eens verfrissend.

En terwijl ik daar toch op die berg zat, heb ik vijf doelen gesteld voor het eerste kwartaal van dit kersverse 2020 gesteld.

1. Geen vlees eten
Tussen 2012 en 2015 at ik helemaal geen vlees. Dat ging me makkelijk af, tot er op een dag een bitterbal voorbijkwam en ik van vegetariër bitterballotariër en tot slot weer omnivoor werd. Best wel stom eigenlijk, want er zijn weinig dingen waar ik zo naar van word als de vleesindustrie en de impact van vlees op het milieu is inmiddels bij iedereen wel bekend. Dus de komende drie maanden eet ik in ieder geval geen vlees. En ik denk dat ik daar ook niet meer mee ga beginnen.

2. Structuur
Ik las laatst ergens dat niet alleen baby’s en kinderen gebaat zijn bij rust, reinheid en regelmaat, maar dat volwassenen daar ook het beste op functioneren. Dus ga ik proberen om de komende maanden met wat meer structuur te leven. Meer vaste momenten voor terugkerende klussen (weekboodschappen, bijvoorbeeld) en daardoor hopelijk minder hectiek en druk.

3. (Non-fictie) boeken lezen
Als ik een boek lees, duik ik het liefst in een chicklit of historische roman. Maar de komende drie maanden wil ik minimaal drie non-fictie boeken lezen over het ouderschap, focus en persoonlijke ontwikkeling. Ben benieuwd.

4. Genieten van ons drietjes
2019 heb ik afgesloten met een miskraam. Hoewel de wens er nog steeds heel erg is om een tweede kindje te krijgen, wil ik de komende maanden vooral focussen op wat er wel is: ons fijne gezin van drie. Leuke dingen doen, thuis rondlummelen en heel veel knuffelen.

5. Besparen op boodschappen
Wij gaven echt te veel geld uit aan boodschappen en gooiden tegelijkertijd ook best wel veel eten weg omdat het niet meer goed was. Het plan voor de komende maanden is dus om minder vaak boodschappen te doen en te werken met weekmenu’s, om zo meer grip te krijgen op de uitgaven in de supermarkt en minder weg te gooien. Ik ga nu eens per week naar de Lidl en de Jumbo en ben benieuwd hoeveel ik daarmee kan besparen.

Dat waren ze: vijf doelen voor Q1 2020. Aan het eind van het kwartaal kom ik erop terug. Heb jij goede voornemens of doelen voor dit jaar?

Sinds februari 2019 woon ik, met mijn man en kind, in een huis uit 1998. Een nieuwbouwwoning in een grote Vinexwijk waarvan er duizenden in Nederland staan. Maar omdat wij de stap van een knusse jaren-dertig-wijk naar nieuwbouw al best groot vonden, wilden we graag een huis met iets bijzonders. En zo kwamen we uit bij een splitlevelwoning: een huis met vijf trappen en zes verdiepingen.

Van blokkenthuis naar thuis
Er is best wat tijd in gaan zitten om deze blokkendoos aan te passen aan onze smaak. En nog is het nog niet helemaal míjn huis. Net zoals dat het nog niet helemaal míjn wijk is, die Vinex. En daarom kwam ik op het idee om weer te gaan bloggen: om die laatste loodjes vast te leggen, het inburgeringsproces een beetje te ondersteunen en het huis wat meer te gaan waarderen in haar vierkante niksigheid.

Wat vind je hier?
De hashtag #splitlevelleven gebruik ik sinds de sleuteloverdracht om ons leven in onze persoonlijke flat weer te geven. En eigenlijk vond ik het ook wel een toepasselijke titel voor deze blog, want hier vind je straks voornamelijk artikelen over dingen die binnen de muren en trappen van ons huis plaatsvinden. Interieur voert de boventoon, maar ook spelletjes, het moederschap, fotografie, duurzaamheid, besparen, lekker (vega(n)) eten en drinken en klussen komen aan bod.

Persoonlijk bloggen
Splitlevelleven voelt soms ook wel als de juiste term voor de fase waar ik nu inzit: aan de ene kant volop moeder, aan de andere kant ook druk met werk en een sociaal leven. De behoefte aan rust en de drang naar de drukte van de stad. En ook de zoektocht naar de balans tussen gemak en duurzaamheid. Bovenal wordt dit dus een persoonlijke blog. Want er zíjn al zoveel blogs over interieur, eten, momlife en hotspots. Het enige wat nog echt uniek is in blogland, ben ik zelf. En daarom kom je hier vooral veel van mijn leven tegen. Het wordt een puzzel, want zowel de dochter als de man komen daarbij niet herkenbaar in beeld, terwijl zij wel een groot deel van mijn leven zijn. Maar ter compensatie zijn er wel twee katten.

Hopelijk zie ik je nog eens terug!

Follow my blog with Bloglovin