back
back

Mijn dochter is inmiddels anderhalf. Geen baby meer, maar een dreumes met een mening, druk bezig met het ontdekken van de wereld. Het grote opvoeden is begonnen. Ik vind het iets magisch (en tegelijkertijd doodeng) dat je nu de basis legt voor de rest van haar leven: hoe ze zichzelf ziet, wat ze normaal vindt en wat niet en hoe ze met anderen omgaat. En dat proberen we zo positief mogelijk te doen. Hieronder vind je vijf dingen die ik belangrijk vindt:

Ik leg alles uit
Al sinds ze een dag oud is, vertel ik haar wat we gaan doen, hoe of waarom ik dat doe en wat de volgende stap is. Altijd en overal. Van optillen tot het verschonen van een luier: ik neem haar mee in wat er gaat gebeuren. Zeker toen ze nog zo’n hulpeloos klein wurmpje was, leek het me fijn dat ze zou weten dat ze vanuit haar bedje in de lucht getild zou worden. Ze had geen regie, dus het minste wat ik kon doen was haar niet verrassen of laten schrikken, vond ik. Tegenwoordig is ze allesbehalve hulpeloos, maar door haar voor te bereiden op wat gaat komen, voorkom ik meestal een hoop protest. En uitleggen betekent ook: antwoord geven op vragen. Inmiddels vraagt ze ongeveer 20 keer op een dag “Wat doet mama nou?” “Wat doet de poes nou?” “Wat doet de auto nou?” en iedere keer geef ik weer antwoord. Daar kan ze alleen maar van leren.
 
Ik neem haar serieus
Als je anderhalf bent, is je wereld een stuk kleiner dan wanneer je volwassen bent. En dat betekent dat je problemen dezelfde schaalgrootte hebben. Waar wij ons druk maken over geldzaken of een discussie met een collega, heeft een dreumes zo haar eigen issues. Duploblokjes die niet op elkaar passen, omvallende torens en dat je niet om half acht ’s ochtends al koekjes mag eten. Peanuts voor een volwassene, problemen van volwassen formaat voor een kind. Dus neem ik haar problemen serieus door ze te benoemen, te troosten en misschien een oplossing te bedenken. Bij een woedeaanval door een omgevallen Duplotoren, zeg ik: “Ik zie dat jij heel boos bent omdat die toren omgevallen is. Zullen we even knuffelen en het daarna opnieuw proberen?” Meestal komt ze dan naar me toe om even te kroelen en gaan we daarna opnieuw aan de slag.

Ik speel mee en stel grenzen
Dit vind ik af en toe best lastig: met volle overgave meespelen als je ondertussen ook nog iets in huis wil doen of een mailtje moet versturen. Maar ik probeer minimaal twee keer per dag bij haar te gaan zitten om samen te spelen. Zij is leidend, ik geef alleen af en toe suggesties als ik zie dat ze loopt te zoeken naar iets om te doen: “Misschien willen de knuffels allemaal even uit het raam kijken?” In haar spel vind ik veel prima, de kussens mogen van de bank, de kratten mogen leeggegooid en er mag ook binnen gefietst worden. Maar ik stel wel grenzen als het gevaarlijk (lopen op de bank) of gruwelijk irritant (met een blokje tegen de verwarming slaan) is.

Ik laat haar het zelf doen
Het is niet altijd de handigste of de snelste oplossing, maar ik laat haar zoveel mogelijk zelf doen. Dat zijn nu nog simpele opdrachten als zelf haar jas pakken, een zakdoekje weggooien of een bord op tafel zetten, maar ze voelt zich zo stoer als ze me mag helpen. En als iets niet lukt, dan zorg ik dat ik haar help, maar dat ze het uiteindelijk zelf oplost. Ik zet bijvoorbeeld het Duploblokje goed op de andere, maar laat haar zelf erop drukken zodat het vast zit. Zo leert ze dat het zelf kan, in plaats van dat je het uit handen neemt en alleen maar benadrukt dat ze het inderdaad niet kan.

Ik praat mét haar
Dit inzicht heb ik uit How2TalkToKids: als ze erbij is, praat ik niet (negatief) over haar. Ik probeer een dochter op te voeden met een sterk zelfbeeld en dat begint bij hoe anderen over je praten. Ze begrijpt al ontzettend veel van wat je zegt, en daarom vind ik het gek om te zeggen dat ze oervervelend was, als haar vader ’s avonds thuiskomt en vraagt hoe de dag was. Ik betrek haar bij het gesprek door samen op te noemen wat we allemaal gedaan hebben, en haar ook de ruimte te geven om te vertellen dat ze een paar keer heel boos geworden is. Ook bij de overdracht van de gastouder betrek ik haar altijd bij het gesprek over haar, door vragen aan te stellen over de dingen die de gastouder zegt.

Mocht je nu denken dat ik een heilige ben: nope. Daarom staat er in de titel ook ‘waar ik aan probeer te denken’. Dat lukt het grootste gedeelte van de tijd, maar soms even niet. En da’s ook prima. Ik ben ook maar een mens en dat mag ze best weten.

Ik ben benieuwd naar jouw aanpak? Wat vind jij belangrijk bij het opvoeden van je kind?

Leave a Reply

Over mij

Ha. Ik ben Nikki, 29 jaar, geïmporteerd West-Fries in Zwolle. Ik heb een man, een dochter en twee katten. Sinds februari 2019 woon ik in mijn ultieme schrikbeeld: de Vinex. Hier vind je meer over mijn avonturen.

Freelance tekstschrijver

Instagram

Something went wrong: The access_token provided is invalid.

Pinterest