Author

Nikki

Browsing

Ik ben nogal een podcastfan. Sterker nog: ik heb al maanden geen muziek geluisterd op de fiets, omdat ik het fijner vind als er iemand tegen me praat. Ik luister van alles: van true crime tot nouja, meer true crime en van actualiteiten tot heel veel lifestyle. Qua genre ben ik dus niet echt selectief, maar ik ben wel een kritische luisteraar: vervelende stemmen en alles wat klinkt alsof het opgenomen is met een banaan in een badkamer, zet ik direct uit. Én ik vind dat een ideale aflevering tussen de 30 minuten en een uur duurt. Wanneer het korter duurt denk ik: zal wel niks zijn. Langer duurt me gewoon te lang. Tot slot: een podcast moet me vooral heel erg inspireren. Ik wil er blij van worden en zin krijgen om iets aan te pakken.

Er zijn 2 podcasts waarvan ik inmiddels elke aflevering heb geluisterd. Podcasts die mij altijd inspireren, ook als het onderwerp eigenlijk niets te maken heeft met mijn directe interesses. Dat zijn Werk & Leven van Anouck en Kelly, 2 Vlaamse onderneemsters en de A Beautiful Mess Podcast, van de dames achter een van mijn favoriete blogs ever,

Foto door Moose Photos.

Werk & Leven
“Welkom bij Werk & Leven, de podcast die vrouwen en natuurlijk ook mannen en iedereen die zich niet aangesproken voelt door een van deze twee categorieën, wil inspireren, activeren en aanmoedigen om de keuzes te maken die zij belangrijk vinden, in hun werk én in hun leven.” Ik heb deze introductie inmiddels zo vaak gehoord dat ik hem letterlijk kan meepraten. Werk & Leven is de podcast van Kelly Deriemaker -voormalig freelance journaliste- en Anouck Meijer -eerst advocate, nu content coach-, twee Vlaamse vrouwen die klaar waren met continu achter de feiten aanlopen. Ze combineren allebei een gezin met het ondernemerschap en zijn (of wáren) twee rasechte people pleasers. In de podcast gaan ze op zoek naar het evenwicht tussen werk en de rest van de leven (spoiler: vooral vrij veel niét doen) en dat levert geweldige inzichten op. Ik bewonder Anouck en Kelly enorm om hun research, hun openheid, de feilloze show notes op hun website én hun Belgische accent. Ga. Dit. Luisteren. Dat doe je bijvoorbeeld hierrrrr op Spotify.

Favoriete afleveringen (heel lastig kiezen)
#038 Perfectionisme is een bitch
#028 Maak je manifesto
#026 Boost je creativiteit met een strak plan (!!!)
#021 Optimaliseer je ochtendroutine en verander je leven

A Beautiful Mess Podcast
I love A Beautiful Mess. Hun blog is voor mij de blog der blogs, hét voorbeeld van kwaliteit en creativiteit dat al jaren standhoudt in de oneindige stroom content op het wereldwijde web. Dat Elsie en Emma (mag ik zeggen, als fangirl) sinds een jaar ook een podcast hebben, is voor mij dus echt ultiem geluk. Waar het over gaat? Tsja, van alles: van het kopen en renoveren van je huis tot home decor en van vision boards tot hun leven als influencer. Het maakt me ook eigenlijk niet zoveel uit, want waar ze het ook over hebben, het voelt alsof je aan de keukentafel zit bij twee topbloggers die je een inkijkje geven in hun leven en I LOVE THAT, om even in hun termen te blijven. Hier op Spotify.

Favoriete afleveringen
#80 Our Secret Weapon – Batch Working
#81 How to start an influencer career
#48 Second Lives
#40 Side Hustles
#21 Childhood Magic

Wat is jouw favoriete podcast? En ken je deze podcasts al?

De weken vliegen. En daarom vind ik het juist zo leuk om af en toe eens een weekje bij te houden in foto’s. Ook omdat het voor mij altijd een fijne geheugensteun was voor wat je niet zag. Het gevoel dat bij zo’n week hoort. De herinnering aan de kleine dingetjes die ik niet vastlegde met mijn iPhone, maar die onmiskenbaar op de achtergrond sluimerden. En dat was deze week wel heel relevant, want terwijl aan deze kant van het land het leven gewoon doorging, brak in Limburg, West-Duitsland en België de hel los. En dat hield me enorm bezig. Bezig in de zin van: om drie uur ‘s nachts wakker liggen en bedenken hoe ik zo’n evacuatie eigenlijk aan zou pakken. Wat neem je dan mee? Hoe doe je dat met je huisdieren? En zou ik dan meteen weggaan zodra aangegeven wordt dat evacueren wijs is (ja) of blijf je zitten om je huis te bewaken (no way José)? Maar ondertussen draaide het leven hier gewoon door. En dat is ook goed, denk ik.

Maandag! De eerste werkdag na mijn pauze/vakantie van bijna 5 weken. Ik lag er even uit vanwege oververmoeidheid en had er daarna een vakantie aan vastgeplakt. Maar nu dus back achter de laptop. Ik vertelde mijn collega’s dat ik per 1 september geen collega meer ben, werkte mijn mail bij en sleutelde in mijn lunchpauze een beetje aan mijn website. ‘s Avonds was ik ge-sloopt.
We kregen een nieuw tafeltje. Hier even leuk afgestyled met pop Rosa en een paar geplette kussens op de achtergrond.
Dinsdag = mamadag. Dus zat ik een groot deel van de dag op de grond te spelen.
En omdat de man a.k.a. de nasihater ‘s avonds niet thuis was, aten we nasi. Althans, ik. De peuter kreeg rijst met komkommer, banaan, atjar, satésaus en vissticks en de baby voor de gelegenheid een potje groente.
Woensdag gingen er allemaal leuke foto’s rond in de familieapp van uitjes naar de Apenheul en rondjes over de golfbaan, terwijl ik op kantoor zat te typen. Dus deze stuurde ik terug. #geefomditkind
Donderdag werkte ik de hele dag vanuit de werkkamer bij mijn schoonouders en at ik ‘s avonds bij vrienden. Deze nepvega maakt graag uitzonderingen voor dingen die Heel Lekker zijn en deze tonijn was daar een perfect voorbeeld van. Oh my. Supervers, licht aangeschroeid en met een sausje van gember, limoen en mango. Kwijlen als ik er weer aan denk.
Vrijdag: bloemetjes op kantoor. Word ik blij van!
En aan het eind van de middag sleepten mijn collega’s het meubilair naar buiten en gingen we anderhalve-meter-barbecueën. Ik heb heel veel zin in mijn zzp-leven, maar dit clubje mensen ga ik ook wel erg missen hoor. Gelukkig mag ik soms langskomen voor een borrel 😉
Voor barbecuevlees maak ik dus absoluut géén uitzondering, maar gelukkig was er ook aan de vega’s gedacht.
Zaterdagochtend: met een ietwat zwaar hoofd om 6:30 weer paraat voor de meisjes. Meteen voorgenomen om de rest van het weekend alcoholvrij te houden, want twee avonden achter elkaar borrelen hakt erin. Ben ook geen achttien meer.
Koffie en Dikkie Dik. Funfact: ik haat Dikkie Dik. De peuter loves Dikkie Dik. Dus meestal komt het erop neer dat we Dikkie Dik lezen.
Tijd voor een rondje fietsen! We wilden een stuk langs de IJssel fietsen om te kijken hoe hoog het water in de uiterwaarden zou staan, maar…
… toen kwamen we langs de schapenboerderij met speeltuinterras. Dus daar hebben we lekker een uurtje koffie zitten drinken terwjil de peuter op het springkussen stuiterde. Daarna zijn we weer naar huis gefietst, want het was babybedtijd. Een heerlijke zaterdagochtend.
Het was ineens weer zomer, dus eind van de middag nog even een uurtje naar de plas om te zwemmen en ijsjes te eten. Je bent langer bezig met tassen inpakken en zand afspoelen dan de tijd dat je er daadwerkelijk bent, maar de peuter wordt er zielsgelukkig van.
Ik mocht deze vroeger nooit van mijn moeder omdat ‘ie zo groot is dat hij harder lekt dan je hem op kan eten. Dat gaat dus ook nog op als je 31 bent. Maar hij ziet er wel gezellig uit.
Kindjes vroeg naar bed en wij aten broodjes vegetarische gyros met frietjes en een Griekse salade in de tuin. Ik hou zo van de zomer om dit soort dingen.
Om zondagochtend ging om 6:15 de baby af, dus om 7:00 liep ik al aangekleed en wel door het huis om de schone was op te ruimen. Zo heb je wat aan je dag.
En om 9:00 waren we onderweg naar de speeltuin. Ik met mijn baby in de draagzak, de peuter met haar baby in de poppenwagen.
En na een gezellige middag op het terras met mijn nicht, sloten we het weekend af met een flinke snoeibeurt van de klimop, zodat we weer comfortabel op de tuinbank kunnen zitten. Alleen niet na die snoeibeurt, want toen kwamen de muggen en kon ik vanuit de deuropening nog net 1 foto maken voordat we naar binnen vluchtten. In mijn ultieme burgerlijkheid heb ik inmiddels al meerdere mensen een foto gestuurd van hoe mooi de hortensia is dit jaar. Tot zover mijn dertigplus-lifestyle, haha.

Dus ja. Om weer te eindigen bij waar ik begon, voor ons een fijne week. Maar toch eentje met een gek, zwart randje, als je weet dat een paar honderd kilometer verderop mensen alles kwijtgeraakt zijn. Hun huis, hun eigen zaak, hun dieren of zelfs hun geliefden. Ik vind het niet te bevatten en ik hoop heel erg dat dit de wake-up call is om meer te gaan doen tegen klimaatverandering. Anders ben ik bang dat we binnenkort nog veel meer van dit soort taferelen gaan meemaken.

“Mijn naam is Anneke en ik ben de ib’er op deze school. Ik neem aan dat jullie weten wat dat betekent.” Anneke keek ons aan. Ik glimlachte. Na dit statement stak Anneke van wal over de onlangs opnieuw vastgelegde visie van de school, die uiteraard nog volop in volop in beweging was, maar waar de leerling altijd centraal staat. Iedereen met een kind boven de 3 weet waar wij in beland zijn: de Grote Scholenzoektocht.

Want tenzij je in de randstad woont en je je kind het liefst tijdens de conceptie al ingeschreven moet hebben op drie wachtlijsten óf in een heel klein dorp met 1 optie, is het aanbod nogal overweldigend. Althans, bij ons in de Vinex zitten een stuk of 20 basisscholen, allemaal met een andere visie, onderwijsmethode en sfeer. Hoe kies je dan in vredesnaam de juiste school voor je kind? Een school waar ze, met een beetje geluk, 8 jaar van haar leven iedere doordeweekse dag naartoe gaat en zich dus wel een beetje op haar gemak moet voelen? 

Tip 1: Bedenk welke scholen je niet passen
Wij besloten eerst eens een lijstje te maken van scholen die zouden afvallen. Dat waren voor ons de scholen met een heel duidelijke godsdienstige grondslag, de scholen die verder dan 10 minuten fietsen zijn vanaf ons huis en de gigantische scholen met meer dan 500 leerlingen. Maar goed, toen hielden we er nog steeds een stuk of 10 over. 

Tip 2: Verdiep je in de schooltypen
Jenaplan, Montessori, Daltononderwijs… weet jij precies wat de kenmerken zijn van de verschillende typen onderwijs? Ik wist het niet, dus het was tijd voor een spoedcursus. Gelukkig heb ik verschillende (oud-)basisschooldocenten in mijn omgeving, die me heel wat konden vertellen over onderwijsvormen. Veel onderwijsvormen gaan uit van zelfstandigheid en de belevingswereld van kinderen, maar de nuance ligt steeds net anders. 

Tip 3: Scholen op de kaart
Op scholenopdekaart.nl vind je informatie over alle basisscholen in Nederland. Die informatie wordt deels ingevuld door de scholen zelf, maar is ook gebaseerd op gegevens van de inspectie. Om een indicatie te krijgen van het niveau van de leerlingen, kijk je onder het kopje ‘Resultaten’, waar je niet alleen het schooladvies in groep 8 ziet, maar ook of de leerlingen in de eerste en de derde klas op, onder of boven dat niveau zitten. 

Tip 4: Schoolgidsen en websites lezen
Ok. Dit is een taaie, want alle schoolgidsen en websites zeggen ongeveer hetzelfde: werken volgens een visie, kind centraal (goh), aandacht voor cultuur/sport/creativiteit, etc., Maar toch is het goed om de websites en gidsen eens door te nemen, zodat je ook gerichte vragen kunt stellen. Probeer een beetje tussen de regels door te lezen om te kijken wat ze nu eigenlijk écht bedoelen. En vergeet ook de social kanalen van de school niet, want hier vind je vaak de ‘real life’ foto’s van activiteiten en de sfeer.

Tip 5: Vraag rond!
Vraag bij ouders uit de buurt naar hun praktijkervaringen met specifieke scholen. Van ouders hoor je altijd meer dan uit de schoolgids (maar laat je niet teveel beïnvloeden door hun persoonlijke meningen). Het is ook waardevol om andere kleuterouders in je sociale kring te vragen naar hun overwegingen. Zij kijken weer op een andere manier naar het kiezen van een basisschool. Zo wees een vriendin mij op het feit dat het ook handig is om te kijken naar de bereikbaarheid van de school en of de route er naartoe een beetje te doen is. Had ik zelf niet bedacht, maar het is wel goed om over na te denken.

Tip 6: Ga kijken. Met je kind!
Wij hebben inmiddels 2 scholen bekeken, samen met de toekomstige leerling(e). Dat bleek een schot in de roos, want uiteindelijk is haar reactie ontzettend belangrijk. De eerste school leek ons als ouders heel leuk, want wat vrijer en losjes, maar S. vond het heel overweldigend en hing als een aapje aan onze benen. De tweede school is wat traditioneler qua onderwijs, maar daar voelde ze zich meteen thuis en ze dook een speelhoek in. Helder!

Tip 7: Maak een vragenlijstje
De rondleiding is ook het moment om je vragen te stellen. Een paar dingen die op ons lijstje stonden: Hoe word je op de hoogte gehouden van je kind? Hoe groot zijn de groepen? Hoe gaan ze om met kinderen die meer uitdaging of juist meer hulp nodig hebben? Wat zijn er voor activiteiten op het gebied van creativiteit, cultuur en sport? Hoe wordt er omgegaan met pesten? Hier hebben we ook een joker ingezet: mijn schoonmoeder, die jarenlang juf geweest is, was mee naar één van de scholen.

Tip 8: Verdiep je ook de praktische kant
Ok, onderwijstype, sfeer, reactie van het kind, allemaal heel belangrijk. Maar het moet ook een beetje praktisch zijn. De bereikbaarheid, maar ook de schooltijden zijn goed om even te checken. De meeste scholen hebben tegenwoordig een continurooster, maar er zijn ook scholen die nog een ouderwetse middagpauze hebben. En check ook de voor- en naschoolse opvang, de ouderbijdrage en -participatie en of er een wachtlijst is.

Wij denken dat we de juiste school inmiddels gevonden hebben. Hopelijk bevalt het onze kleuter net zo goed als we nu denken en gaat ze hier een fijne basisschooltijd tegemoet. Dit was mijn spreekbeurt, zijn er nog vragen? 😉

Oh my: ik heb mijn baan opgezegd. Vanaf 1 september ben ik zelfstandig tekstschrijver. In deze blogreeks neem ik je mee in dat wat voor mij aanvoelt als een enorm avontuur (maar ik ben dan ook niet zo heel avontuurlijk aangelegd). Vandaag deel 1: over het nemen van de Grote Beslissing.

Ergens in 2014 ging ik, op een vrijdagochtend, naar de Kamer van Koophandel om me in te schrijven als ZZP’er. De exacte aanleiding weet ik niet eens meer, maar volgens mij moest ik een factuur sturen en daar moest een btw-nummer op. Dus had ik een KvK-inschrijving nodig. Voor de vrouw achter de balie was dit duidelijk routinewerk en met een niet al te welgemeend ‘gefeliciteerd met de oprichting van uw bedrijf’ overhandigde ze me een mapje met papieren. Dat was geregeld. Daarna trakteerde ik Jona op taart, om de mijlpaal toch nog een beetje een feestelijk karakter te geven.

In de jaren daarna had ik een aantal losse en een paar vaste opdrachtgevers, maar lag mijn focus eigenlijk altijd op mijn baan in loondienst. Eerst bij in de paardensport als marketing en communicatiemedewerker, sinds 2018 als copywriter bij The Post. Buiten werktijd deed ik wel eens een klus voor een opdrachtgever, maar zeker sinds ik moeder ben, heb ik nauwelijks nog tijd en energie voor dingen naast mijn werk.

Toch bleef het altijd kriebelen. Sinds 2014 zeg ik jaarlijks op 1 januari: ‘Dit jaar neem ik ontslag en ga ik volledig voor mezelf beginnen.’ En steeds deed ik het niet. Twee kinderen, de relatieve zekerheid van een baan in loondienst, de onzekerheid van een ZZP-bestaan, de administratieve en marketinggerelateerde zaken: het waren allemaal redenen om nog het steeds even uit te stellen. 

Tot in januari een vriendin vroeg of ik haar coachee wilde zijn. Ze volgt een opleiding tot loopbaancoach en zocht een vrijwillig slachtoffer. Ik was net terug van zwangerschapsverlof en hoewel ik zeer Goede Voornemens had over werk & privé scheiden, liep dat in week 1 alweer helemaal uit de hand. Dus we gingen in gesprek. Het hele traject zal ik je besparen, maar de laatste opdracht was een vision board maken. Ik maakte een mooie collage die nogal draaide om vrijheid, mooie dingen maken en doen waar ik blij van word. “Waarom doe je dat dan niet?”, vroeg ze me. En tsja. Dat was een goede vraag. Uiteindelijk heb je je geluk zelf in de hand. En mijn werkgeluk ligt -denk ik- nu niet bij een werkgever. 

Ik ga het gewoon doen, besloot ik. Ik schreef een bedrijfsplan, praatte eens met andere zelfstandigen en besloot tijdens een gesprek met een andere vriendin dat ik een deadline moest stellen. Een beslisdatum. Maar zelfs het prikken van een beslisdatum bleef ik een beetje voor me uitschuiven. Koudwatervrees. Tot een dierbare collega me tijdens mijn vakantie een appje stuurde dat ze een andere baan had. Toen dacht ik in een aanval van praktische daadkracht: tsja, als ze 1 nieuwe tekstschrijver moeten zoeken, is het ook fijn om te weten dat ze mij misschien ook moeten gaan vervangen. 

Dus vanuit een safaritent in regenachtig Limburg diende ik mijn ontslag in. Gewoon, zo, hup. Het had lang genoeg geborreld in mijn hoofd, ik ga ervoor. Vanaf 1 september ben ik vogelvrij. Let’s do it.

Zwolle heeft er deze zomer een pop-up restaurant bij. En wel op een van de bijzonderste plekken van de stad: de oude IJsselcentrale, helemaal aan het randje van Zwolle-Zuid. Aangezien we daar altijd al eens binnen wilden kijken, hesen we de kinderen in de bakfiets en gingen op expeditie. En dat was een heel goede keuze, want Bennies uit de Basis was héél leuk. En kindproof.

Ik kan een hip hotspotje op zijn tijd altijd wel waarderen. Het is alleen jammer dat je met kinderen op veel plekken gewoon niet zo heel welkom bent. In theorie natuurlijk wel, maar in de praktijk wordt je altijd woest weggekeken door kids met nineties-outfits (is weer hip, heb ik me laten vertellen) en een gouden MacBook die daar in alle rust hun havercappu willen drinken. Is ze goed recht, mag best, maar ik wil ook wel weer eens naar iets hippers dan het restaurant naast de plaatselijke speeltuin. Gelukkig was dit plekje perfect kind- én mensen-zonder-kinderen-proof. Het is namelijk héél groot, grotendeels open én er is een speelhoek. Feest!

De IJsselcentrale, officieel de Centrale Harculo, is een energiecentrale uit 1955. Jarenlang voorzag de centrale Zwolle en de verre omstreken van stroom, maar na 25 jaar was de centrale in 1998 niet rendabel meer. En bovendien allesbehalve duurzaam. Een groot deel is gesloopt en ik heb me laten vertellen het terrein de komende jaren getransformeerd wordt tot een duurzaam wijkje met zo’n 400 woningen. Maar goed, dat zal nog wel even duren, dus tot die tijd gebeuren er toffe dingen. Zoals nu, in het kader van de IJsselbiënale, Bennies uit de Basis.

En kíjk nou even hoe tof dit is! Een half afgebroken fabriek, met daarin een gezellig café. Toegegeven, toen wij er waren waaide de baby bijna uit haar romper omdat de wind vanaf de rivier pal de hal inwaaide, maar dat mocht de pret niet drukken. De inrichting is volledig tweedehands (én te koop) en overal staan zonnebloemen en verse kruiden. Ga ook vooral even plassen, want de toiletten zijn in het niet-afgebroken deel van de centrale. Daarbij kom je door de oude hal en daar vind je een geweldige muurschildering van Hans Bayens, een bekende kunstenaar uit de tijd van de wederopbouw. Het oogt alsof je ergens in voormalig Oost-Duitsland in een socialistische fabriek beland bent. En daar hou ik wel van.

Dan nog even over het eten: de menukaart is lekker overzichtelijk. Er staan namelijk bijna alleen maar pitabroodjes op. Die maken de mannen zelf en daarna worden ze gevuld met falafel, geroosterde bloemkool of gegrillde aubergine. En voor de kleintjes is er een pita gesmolten kaas. Simpel, maar lekker. Vooral met een biertje van lokale brouwerij Den Duiyk erbij. De baby speelde lekker met een hysterisch V-Tech ding, de peuter vermaakte zich met een andere peuter in de speelhoek… Heerlijk. En als je uitgegeten bent, is er ook nog een fototentoonstelling te bekijken.

Ik kijk hier verliefd naar mijn broodje falafel, geloof ik.

Kortom: stap op de fiets (of kom naar Zwolle, pak een OV-fiets en rijd vanaf het station een kilometer of 7 langs de IJssel) en kom ook een middagje genieten. Want het is écht heel leuk. Ook met kinderen. Open tot 18 september 2021.

Lil’ L. is ruim een half jaar en daarom zijn we een paar weken geleden begonnen met vast voedsel. Volgens het consultatiebureau hadden we dat met 4 maanden al moeten doen, maar ik volg daarin liever mijn eigen gevoel en besloot 2 maanden te wachten. Volgens diverse onderzoeken schijnt het beter te zijn voor de darmpjes om pas met 6 maanden te starten. Maar belangrijker nog: ze toonde totaal geen interesse in eten en was vooral geïnteresseerd in borstvoeding. Voor mij een teken dat ze er eerder nog niet aan toe was. Maar rond een half jaar was er ineens een verandering: ze probeerde eten van mijn bord te pakken, keek geboeid toe hoe wij aten en imiteerde onze kauwbewegingen. Tijd voor de introductie van grotemenseneten!

Iedereen die een paar momfluencers volgt op Instagram, weet dat er verschillende stromingen zijn. Team Staafmixer en Team Rapley, kortgezegd. Team Staafmixer geeft alles gepureerd van een lepeltje, Team Rapley geeft alleen maar hele stukken die de baby zelfstandig kan ontdekken en opeten. Ik pak van allebei een beetje: ze krijgt een mix van gepureerde groente- en fruithapjes en hele stukken eten. Waarom? Eigenlijk vooral omdat ik niet altijd zin heb om het plaats delict van een Rapley-maaltijd op te ruimen. Een baby van een half jaar zelfstandig broccoli laten eten staat garant voor groene stukjes in een straal van drie meter rondom de kinderstoel. Dus krijgt ze op drukke dagen gewoon van een lepeltje. Dat zal ze op een gegeven moment toch moeten leren, denk ik dan. 

De ene dag een stuk banaan, de andere dag een fruithapje uit een potje: niet te moeilijk doen joh.

Hoe pak ik de eerste hapjes aan?

  • Ik vind het fijn als een baby een fatsoenlijk kan zitten voor je ze eten geeft (ook een reden om te wachten tot 6 maanden). Dus ik zet haar in de Stokke met een zitverkleiner, daar kan ze prima een kwartiertje stabiel in zitten. Verder belangrijk: een plankje onder de voeten, zodat ze zich af kunnen zetten om goed te hoesten, mocht er een stukje verkeerd schieten. En eten doen we gezellig met zijn allen aan tafel, dus ze schuift gewoon aan bij het ontbijt, bij het fruit om 10:00 en het avondeten. Tijdens onze lunch slaapt ze meestal, dus die slaat ze over.
  • Ik zweer bij siliconen slabbetjes van de Zeeman, die kun je afspoelen en zelfs in de vaatwasser gooien. Ideaal.
  • Ik ben begonnen met groente en toen ze dat goed at, ben ik na twee weken ook fruit gaan introduceren. Het idee is dat je ze dan niet eerst ‘verpest’ met het lekkere zoete fruit, waardoor ze daarna de smaak van bloemkool nooit meer gaan waarderen. En: in de basis geef ik altijd enkelvoudige smaken. Dus geen mango/banaan of wortel/broccoli-mixjes, maar 1 van de 2. Dan leert ze dat dat losse smaken zijn.
  • Niks mis met potjes (vooral die van AH Biologisch vind ik helemaal prima), maar ik zorg ervoor dat ik ook altijd wat zelfgemaakts in huis heb. Daarvoor kook ik groenten, gooi er een klein scheutje olie door (baby’s hebben vetten nodig om te groeien!), pureer ze met de staafmixer en vries ze in in ijsblokvormpjes. Op drukke dagen kan ik dan drie of vier blokjes ontdooien.
  • Een baby moet een groente ongeveer 10 keer proeven voordat ze de smaak gaan waarderen. Ik geef daarom 3 dagen achter elkaar hetzelfde, zodat ze de smaak gaat herkennen. 
  • Haar favoriete groenten uit het vuistje: zoete aardappel, broccoli en kort gekookte courgetterepen. Bietjes en bloemkool vallen tot nu toe niet zo in de smaak.
Zoete aardappelpuree om te geven met een lepeltje en daarbovenop stukjes gekookte venkel om zelf te eten.
  • Zacht fruit, zoals nectarine, mango, meloen en banaan geef ik in stukken zo groot als haar vuist. In het begin likte ze alleen een beetje, inmiddels knaagt ze met haar tandvlees een stuk fruit weg. Hard fruit, zoals peer en appel, krijgt ze als gepureerd hapje (meestal gewoon uit een potje). De echte Rapley-diehard geeft dat ook in stukken, maar dat vind ik een beetje te spannend. 
  • Ze krijgt broodkorsten (met soms een likje pindakaas) als wij ontbijten. Een beetje spannend, want brood gaat plakken als het nat wordt en daardoor moet ze er wel eens van kokhalzen. Meestal ziet het er enger uit dan het is: het kokhalsreflex bij baby’s zit nog behoorlijk vooraan en daardoor redden ze zichzelf eigenlijk altijd. Als iets te groot is, kokhalzen en hoesten ze net zo lang tot het eruit vliegt. Ik vind het wel een rustgevende gedachte dat ik kinderEHBO heb gedaan, zodat ik als het echt misgaat, weet wat ik moet doen.
  • Eten geef ik met een klein, kunststof lepeltje. Ik smeer de lepel niet af aan haar gehemelte, maar laat haar zelf happen door een beetje druk te geven met de lepel op haar tong. En meestal krijgt ze zelf ook een lepel om mee te zwaaien en op tafel te meppen, want anders hebben we steeds discussies wie de lepel vast mag houden.
  • Voor de introductie van de verschillende soorten groenten en fruit, hanteer ik ongeveer dit schema. Of ik google gewoon op ‘mag baby 6 maanden aardbei’ (nee).
  • Ze is heel enthousiast over eten en eet eigenlijk alles, behalve bloemkool, lekker weg. Toch is het goed om te onthouden dat onder 1 jaar melk het hoofdvoedsel is en blijft. Als ze eens een dagje wat minder eet, is er dus geen paniek.

Ik ben heel benieuwd hoe het zich blijft ontwikkelen, dat eten van haar. Grote zus at ook best goed als baby zijnde en beperkt inmiddels tot een dieet van boterhammen, pasta met rode saus, vissticks en pannenkoeken. Maar wie weet blijft deze dame een echte alleseter. Tot zover mijn spreekbeurt over baby’s eerste hapjes. Zijn er nog vragen? 😉

Bij het moederschap krijg je gratis een berg zorgen. Reële en irreële angsten over ongelukken, ziektes en andere ellende dringen zich met enige regelmaat aan me op. En toen onze lieftallige dochter zich anderhalf jaar geleden een serieuze snee in haar voorhoofd viel op een glazen salontafel, vond ik het toch tijd om me eens te verdiepen in EHBO. Om in ieder geval voorbereid te zijn op een déél van mijn angsten. Maar goed, het leven kwam even tussendoor en zodoende duurde het tot vorige maand voor een keer actie ondernam en een cursus volgde.

Die cursus kinderEHBO werd georganiseerd door het plaatselijke Rode Kruis en bestond uit een e-learning en een live cursusochtend waar je de fijne kneepjes van het vak leerde. En die voor mij maar weer eens bewees dat domme vragen wel bestaan ik compleet ongeschikt ben voor klassikale bijeenkomsten. Ik kreeg er ook nog een naslagwerk bij dat eruit ziet als een kruising tussen een werkstuk uit groep 8 en een ode aan de diverse mogelijkheden van Word-Art, maar waar alle informatie van de cursus helder in staat beschreven.

EHBO’ers zijn een bijzonder soort mensen. Ze hebben een eigen jargon (‘blazen’ in plaatst van ‘beademen’, ‘duwen’ in plaats van ‘hartmassage’), een onnavolgbaar soort humor waarvoor je zeer diep in de EHBO-materie moet zitten en houden er ook allerlei andere wonderlijke hobby’s op na, zoals Lotus-slachtoffer spelen bij defensie-oefeningen. Maakt niet uit, ik ben blij dat ze er zijn en hun kennis met ons delen, maar ik heb er echt nog nooit eentje ontmoet die niet op zijn minst een beetje maf was. Deze cursus werd geleid door een echtpaar. Beiden professioneel EHBO-instructeur. Ze introduceerden zichzelf met: “ja, wij zijn een echtpaar. En ja, wij hebben echt gepaard. Onze dochter is ook EHBO’er.” Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik heb dan direct visioenen van hoe twee EHBO’ers elkaar de slaapkamer in lokken met de belofte van stabiele zijligging, mond-op-mondbeademing en full body hartmassage.

De cursus an sich was wel heel leerzaam. De e-learning heeft me een paar avonden gekost en zat behoorlijk goed in elkaar, ondanks de houterig geacteerde filmpjes met veel nepbloed. Je leerde alles over wonden, breuken, brandwonden en andere huis-tuin-en-keuken-ongelukjes waarbij het fijn dat je weet wat je moet doen. De focus lag op reanimeren: wat moet je doen bij een hartstilstand, ademnood of andere levensbedreigende situaties? En hoewel dat ook best goed uitgelegd werd in de digitale cursus, was ik blij dat ik een paar ochtenden later met de pop aan de slag mocht om het echt in de vingers te krijgen.

Goed om eens te kijken: reanimatie van een baby. Video is van het Vlaamse Rode Kruis.

Ik ben BHV’er en heb tijdens die trainingen al regelmatig een volwassen pop moeten reanimeren, maar ik vond het heel nuttig om de handelingen ook eens op een babypop uit te voeren. Die techniek is net even anders namelijk en het is goed om dat een paar keer gedaan te hebben. Ik vond het mentaal wel behoorlijk heftig om een pop met het formaat van mijn eigen baby te moeten reanimeren. Hopelijk hoef ik de kennis nooit in het echt toe te passen.

Hoe dan ook, ik ben heel blij dat ik de cursus gedaan heb en mijn EHBO-certificaat heb gehaald. Het was een eh, unieke ervaring, maar belangrijker is dat ik me er een stuk zekerder door voel. De cursus kostte me via de gastouderorganisatie waar wij bij aangesloten zijn 85 euro, waarvan ik ook weer 50 euro terugkreeg van mijn zorgverzekeraar (CZ). Voor de kosten hoef je het dus eigenlijk niet te laten. Belangrijk is wel om de kennis een beetje up-to-date te houden, dus ik wil vanaf nu iedere twee jaar op herhaling.

Heb jij een EHBO-diploma?

Er zijn maar weinig dingen waar ik zo rustig van wordt als een goedgevulde voorraadkast, koelkast en vriezer. Wij redden het wel een weekje, als de winkels allemaal spontaan dicht zijn (hoewel je je kunt afvragen of dat ooit gebeurt, als ze zelfs middenin een pandemie gewoon open blijven). Vanmorgen stond ik de boodschappen uit te pakken en bedacht me dat ik eigenlijk altijd dezelfde dingen vast in huis heb. Dus ik dacht: dat deel ik eens, wellicht inspireert het iemand.

Mijn man eet geen vlees, ik eet 90% vegan en de peuter eet niks soms een stukje vis (ze mag best vlees, maar ze lust het niet). Daarnaast eten we al 100 jaar hetzelfde ontbijt: allebei 2 of 3 crackers met beleg en een glas water. Ik maak wel eens een uitstapje naar havermout of yoghurt met muesli, maar uiteindelijk kom ik altijd weer uit bij mijn crackertjes. Ik mis ze ook echt als ik op vakantie ben. Voor de lunch eet ik vaak een restje van de avond ervoor, een (vegan) tosti of bak ik een broodje af.

Ik zorg er in ieder geval voor dat ik altijd de ingrediënten in huis heb om een curry, risotto, linzensoepje, wraps met bonen en mais en een couscoussalade op tafel zetten. Mijn favoriete groenten om in huis te hebben zijn daarom ook courgette en champignons omdat ze overal in kunnen (en de peuter ze lust), zoete aardappel en wortel, want die kunnen in soep én curry en komkommer en kerstomaatjes, want die zijn ook lekker veelzijdig. Uien, knoflook en rode peper erbij en je maakt overal iets lekkers van.

Dit heb ik altijd in huis:

Ontbijt, lunch & beleg
Sesam knäckebröd
Bruin volkorenbrood
Afbakbroodjes
Speculoos
Pindakaas met nootjes
Bio pindakaas zonder nootjes voor de baby
Hagelslag
Kaas (belegen, van de markt)
Vegan kaas (Wilmersburger)
Vega smeerworst
Humus in verschillende smaken

Drinken
Diksap
Aanmaaklimonade met frambozensmaak (mét suiker, niet die vieze met stevia)
Cola zero voor de man
Brand IPA 0.0 (het lekkerste alcoholvrije biertje!)
Vaak nog wel wat andere speciaalbiertjes met alcohol
Droge witte wijn 
Koffiecups
Diverse smaken thee
Halfvolle biologische melk voor de peuter

Voorraad
Blikken zwarte bonen, kikkererwten, linzen, maïs en kidneybonen
Gedroogde rode linzen (voor soep of dhal)
Rode kool (wat eigenlijk best gek is, want we vinden het allebei niet echt lekker, maar toch staat er altijd minimaal 1 pot rode kool voor noodgevallen)
Kokosmelk
Bouillonblokjes
Risottorijst, gewone rijst, spaghetti, penne, tortellini, couscous, bulgur en noodles
Currypasta
Tomatenblokjes, tomatenpuree en tomato frito
Wraps

Snacks
Ontbijtkoek
Zakjes knijpfruit
Naturel ribbelchips (ribbel, heel belangrijk)
Mix van noten en gedroogd fruit van de markt
Toastjes (om hummus mee uit het bakje te eten terwijl ik sta te koken)

Groente en fruit
Bananen (voor man en kinderen, ik gruwel van bananen)
Appels (Jonagold en als die te melig worden Kanzi, dat luistert nauw)
Aardbeien en watermeloen (‘s zomers)
Een zak winterpenen
Zoete aardappels
Courgette
Champignons
Cherrytomaatjes
Komkommer
Uien, knoflook en rode peper

Vriezer
Moedermelk 🙂
Festini peer of van die goedkope waterijsjes in zo’n plastic zakje
Spinazie
Doperwten
Sperziebonen of broccoli
Mangostukjes
Vissticks
Patat en snacks voor de Airfryer (drie hoeraatjes voor de vegan bamischijven van Mora)

En verder
1 of 2 soorten vleesvervangers
Iets van plantaardige kookroom
Augurkjes, atjar tjampoer en zilveruitjes
Mayonaise, ketchup, 2 smaken sambal, mosterd, chilisaus
Olie om te bakken, lekkere olie voor over salades, balsamicoazijn, sojasaus, ketjap
Heel veel kruiden en specerijen, zoals komijn, gedroogde koriander, tijm, oregano, chiliflakes, kerrie massala, garam massala, ras el hanout, za’atar, kaneel, rozemarijn, enzovoort, enzovoort.

Dus. Dat is best veel. Zoals ik al zei: ik vind het fijn dat ik in ieder geval nog een weekje lekker kan eten als de zombies mijn huis belegeren. Wat heb jij áltijd in huis?

Ik heb een milde Instagram-verslaving die zich vooral uit in het doorscrollen van mijn timeline en doorklikken van een kleine 500 stories per dag. Maar in hun poging een allesomvattend social medium te worden, heeft Instagram natuurlijk nog meer opties, waaronder de steeds populairdere Reels. En daar scroll ik met een grote boog omheen, vanwege mijn tenenkrommende leeftijdsgenoten. 

Wij millennials worden een dagje ouder. De jongsten worden dit jaar 26, de oudste millennials zijn inmiddels 40. Eén avondje met meer dan 3 bier en je weet de volgende ochtend heel zeker: we zijn geen 18 meer. Hoewel we ons nog helemaal van deze tijd voelen, lacht Gen Z ons uit om onze eeuwige Harry Potter-referenties, avocado op toast en het gebruik van gifjes in WhatsApp-gesprekken (ik heb me laten vertellen dat stickers de nieuwe gifjes zijn. Maar misschien is stickers gebruiken als millennial wel net zoiets als je moeder die in 2002 ook ineens ‘vet gaaf’ ging zeggen, ik weet het niet). 

Maar goed, geeft allemaal niks, het komt er in ieder geval op neer dat we over het algemeen volwassenen zijn. Hoe je dat vormgegeven hebt, verschilt natuurlijk per persoon; de een heeft het hele pakket van kind tot stationwagen, anderen houden zichzelf, de kat en een #urbanjungle (ook echt iets voor onze generatie) in leven en zo zijn er nog 100 varianten, maar we zijn ontegenzeggelijk volwassen. 

Waarom zijn er dan hele kuddes vrouwen van rond de 30 die Reels maken waarin net niet in de maat van een liedje waarin ze mysterieus glimlachend naar oppoppende teksten wijzen over ‘selfcare’, ‘guilty pleasures’ of ‘momlife’? Of nog erger: een sketchje opvoeren dat meestal gaat over wijn drinken als de kinderen in bed liggen of het feit dat de man des huizes nooit zijn sokken opruimt? Of het allerergst: zwijgend ‘veelgestelde’ vragen beantwoorden met rapper E40’s Choices (‘yup, nope, yup, nope…’)? Of het allerallerallerergst: lekker gekke pranks uitvoeren bij hun nietsvermoedende kleuters? Of écht het allerergst: met hun BFF/peuter/hond/man/vader/willekeurige stranger een houterig dansje doen op Iko Iko

Dat is toch totaal infantiel gedoe waar niemand op zit te wachten? Er is toch werkelijk níemand die ‘s ochtends wakker wordt met de gedachte ‘goh, ik ben benieuwd wat Paula uit Oegstgeest doet als ze Jason en Bryan in bed heeft liggen. Zou ze staand bij de koelkast een fles wijn atten terwijl ze ‘Girls just wanna have fun’ luistert? Eeeven haar Reels opzoeken. Nou, dat is grappig, dat is preciés wat Paula doet, #soulmate’. Niemand. Toch?

We. Zijn. Volwassen. Dat is niet hetzelfde als saai (echt niet hoor, Gen Z), maar het vraagt wel een bepaalde mate van zelfreflectie voordat je een filmpje op het wereldwijde web knalt. Voegt dit iets toe aan Het Internet?

Er worden ook heus goede Reels gemaakt. Korte vlogjes, video-reisgidsjes, receptvideo’s (Néé, geen filmpje opnemen met pasta, feta en tomaten uit de oven Marjan, dat is al 30.000 keer gedaan), daadwerkelijk nuttige helpcontent (zo kwam ik laatst een Reel tegen over wat je moet doen als je baby stikt in een stuk brood. Dáár kun je iets mee) en soms, jawel, een daadwerkelijk grappige sketch. Maar ze zijn zeldzaam. En je moet zo’n berg bagger door voor je ze bereikt hebt.

Daarom is mijn voorstel: millennials moeten voordat ze een Reel plaatsen, eerst een aantal reflectievragen beantwoorden. Gewoon, ter bescherming van zichzelf én de rest van onze generatie.

Ik ben behoorlijk geobsedeerd door het weer. Zodra het KNMI met codes begint te strooien, leef ik op. Vooral als er code oranje of rood afgegeven wordt vanwege onweer of storm, dan heb je me. Dan surf ik naar een van mijn favoriete plekken op het Nederlandse internet: het forum van Onweer Online.

Daar vind je namelijk álles en meer over de naderende rampspoed. Gebruikers (ik stel me meestal voor dat dit allemaal mannen van middelbare leeftijd zijn met een regenmeter en een weerstation in de tuin, maar misschien zijn het wel allemaal vrouwen van mijn leeftijd, ik heb nog nooit een profiel bekeken) discussiëren daar over de onweers- of stormkansen aan de hand van kaartjes met luchtdrukwaardes, rekenmodellen en radarbeelden van diverse bronnen. Foto’s van groeiende cumulonimbus worden met elkaar gedeeld en vervolgens vergeleken met de radarbeelden: waar gaat het straks, om in forumjargon te blijven, ploffen?

De conclusie is eigenlijk altijd hetzelfde: “het wordt nowcasten.” Dat betekent dat ze het eigenlijk ook niet precies weten, dus dat je de komende uren maar gewoon een beetje op moet letten wat er gebeurt. Een verfrissende conclusie die je als metafoor voor heel veel zaken in het leven kan inzetten.

Maar wat ik het allermooist vind, zijn de chaseverslagen. Chasen is het achternajagen van een flinke onweersbui. De diehard Onweer Online-forumleden zijn een paar uur voor de bui al offline. Dan zitten ze gewapend met een camera in de auto, om de bui vast te leggen. Dat resulteert in rijen met foto’s van grijze luchten, met soms een inderdaad indrukwekkende wolkenformatie. Het liefst met een decoratieve bliksemschicht. Ik kan daar uren doorheen scrollen. Het hoogtepunt is een shelfcloud, een doodenge muur van wolken die met een noodvaart op je afkomt als voorbode van een flinke onweersbui. Ik heb er jaren geleden eens eentje live meegemaakt op een zomers begonnen barbecue. Sindsdien begrijp ik nog minder goed waarom mensen daar buiten voor blijven staan.

Hoe dan ook, voor vanavond zijn de onweerskansen weer serieus. De forumleden delen kaartjes van Europa waaruit moet blijken dat het stevig kan gaan onweren, regenen en hagelen vannacht. Waar, hoelaat en hoeveel? Tsja. Da’s nowcasten.