Author

Nikki

Browsing

Ik heb een beetje een bleh-week. Zo’n week waarin er eigenlijk niet zoveel te zeuren valt, maar ik toch met een knagend gevoel van onvrede blijf zitten. Onrustig, onproductief, uitstellen, hak op de tak en niks afmaken: dat is een beetje een samenvatting van mijn werkweek. Ik probeer er met enige mildheid naar te kijken en mezelf er niet als mens om te veroordelen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Voor nu geef ik het maar op denk ik. Volgende week weer een nieuwe ronde. Gelukkig gebeurde er ook wel veel leuks, als ik zo terugkijk. Dus ik zet dat maar eens op een rijtje, in de hoop dat ik me aan het eind van dit stukkie een stukkie vrolijker voel.

Zondag wandelde ik anderhalf uur terwijl ik de Schrik van Roden luisterde. In de zon, langs de schaapjes en door de modder: heerlijk. Aan het eind van de middag gingen we opnieuw naar buiten en dat was zo mogelijk nog lekkerder. En zondagavond ploften we op de bank met lekker eten en een serie, dus de zondag was top.
Maandag had ik een tof overleg over een nieuw magazine met twee leuke vrouwen. En daarna ging ik nog even bij mijn oud-collega’s langs, die tegenwoordig op 14-hoog werken. Hallo Zwolle! Toen ik thuiskwam, had ik allerlei plannen om te werken, maar omdat ik gie-ren-de hoofdpijn had omdat ik de hele ochtend verkeerd gezeten had, heb ik twee paracetamol genomen en ben het huis maar gaan poetsen. Haha, dat klinkt heel wonderlijk. Maar mijn idee was dat een beetje beweging me vast zou helpen. Dat klopte. En het huis was schoon.
En de zon scheen zo gezellig op de discobal.
En dit was toen ik de kinderen op ging halen, die na 7 weken eindelijk weer bij de gastouder terecht konden. Kortom: topdag.
Maandagavond kreeg ik een berichtje: of ik toevallig tijd had om dinsdag een deel van een uitvaart te fotograferen. Een medewerker van een manege was overleden en ze zouden met alle paarden en pony’s een erehaag vormen. Zijn favoriete pony’tje, de kleine Sophietje, liep voor de rouwauto uit. Het was heel indrukwekkend.
Luchtiger: mijn nieuwe vloerkleed kwam binnen! Die witte hierboven lijkt leuk, maar na 5 jaar intensief gebruik, waarvan 3.5 jaar met kind(eren), was ‘ie echt te smoezelig geworden. Dus het was tijd voor een nieuwe, die perfect bij de garderobe van kleine Pluis blijkt te passen.
’s Avonds aten we een traybake met aardappeltjes, rode ui, spruitjes en vegaballetjes uit de oven. Met satésaus!
En Oscar gaf zichzelf een troon.
Donderdag was een toffe dag! Ik bezichtigde een kantoortje en het was heel leuk (vooral als je bedenkt dat ik het in mag richten zoals ik wil, dus denk deze jaren 80-vibe even weg) en vlakbij huis en ik werd zielsgelukkig van de gedachte dat ik hier mijn headquarters heb. Daarna had ik nog een leuke zakelijke koffie-en-taart-afspraak op een bankje in de stad (zoals je doet tegenwoordig) en daar kwamen ook superveel leuke ideeën uit. Een andere klant was blij met mijn proefopdracht en gaf me direct een nieuwe en ik had een leuk overleg met nog een andere opdrachtgever.
’s Middags moest ik eigenlijk écht heel veel typen, maar heb ik vooral Pinterest en Marktplaats uitgespeeld, op zoek naar kantoorinrichting. En ’s avonds in bad gelegen met een bruisbal en een boek. Ohja, en een uur Duits gestudeerd.
We boekten een vakantie voor deze zomer! Om te beginnen én te eindigen (onze peuter gaat heel goed op vertrouwde plekken, dus we gaan op de terugweg gewoon weer hierheen) dit geweldige Franse huis met (omheind!) zwembad.
En 12 dagen op volgens mij de enige camping aan de Costa Brava waar ze geen frikandellen serveren en Hazes draaien. In een ingerichte tent, want na onze kennismaking met ingerichte tenten vorig jaar ben ik een verwend nest. Ooit gaan we heus weer met onze eigen De Waard op pad, maar voor nu is dit wel echt heel makkelijk.
En nu is het vrijdagochtend. Ik werk nog een paar uurtjes en klap zo de laptop dicht om met een kleine wandeling aan het weekend te beginnen. En daarna gaan we poetsen, want daar heeft de peuter zin in. Is goed schat.

Voel ik me nu vrolijker? Mmja. Of vrolijker: als ik alles zo op een rij zet, snap ik vooral waarom de productiviteit wat laag was deze week. Er gebeurde eigenlijk heel veel. Dus. Mooi inzicht voor volgende week: doe maar een beetje kalmer.
Ik wens je een fijn weekend als je eraan toe bent!

Ik vind dat ik plantaardig moet gaan eten. Vooral uit dierenwelzijns- en duurzaamheidsoverwegingen, maar ook omdat ik weet dat het gezonder is. Het kost me alleen zoveel moeite, dat ik elke keer de handdoek in de ring gooi. Wil ik het niet graag genoeg? Of leg ik de lat te hoog?

Vlees en vis eet ik bijna niet meer en dat kost me over het algemeen weinig moeite. Je moet niet verwachten dat ik rond 23 uur, na vier bier, van een schaal bitterballen afblijf en als ik bij mijn ouders ben, zeg ik niet altijd nee tegen een gehaktbal van m’n vader, maar verder gaat het prima. Zodra ik zin heb in vlees, denk ik gewoon aan de bewoners van de plaatselijke kinderboerderij en dan is het direct weer over. Zo’n roze biggetje opeten voelt als iets gruwelijks en dan hebben die biggetjes het nog goed, in vergelijking met hun soortgenoten in de vee-industrie. Eieren zijn ook het probleem niet: die vind ik zo smerig dat ik ze sinds mijn tiende niet meer aangeraakt heb en ze zijn eenvoudig te vervangen (of weg te laten) in recepten.

Beide foto’s zijn van Polina Tankilevitch via pexels.com

Maar dan: zuivel. Da’s ongeveer net zo slecht voor het milieu als vlees en zo mogelijk nog zieliger. Maar ik kan er niet vanaf blijven.

Cappuccino met plantaardige melk: prima.
Sojayoghurt met granola: top.
Vegan truffelmayo: love it.

Humus en andere vegan smeersels voor op toastjes: kom maar door.

En dan komt er een rijtje zaken die zich gewoon niet laten vervangen: een blokje oude kaas met zoutkristalletjes erin, de combinatie van port en blauwe kaas, een schep lobbige yoghurt op een pittige curry, de bubbelende laag bechamel met gesmolten kaas bovenop de lasagne, het genot van een bruine boterham belegen boerenkaas na vakantie in het buitenland… 

Hoezeer de voedselwetenschap ook zijn best doet om vervangers te bedenken, sommige dingen worden nooit zo perfect als het origineel. In ieder geval niet op zo’n manier dat ik er net zo blij van word. 

Daar komt ook bij dat ik veel vegan vervangers te duur vind. Wij eten wekelijks wel een keer spinaziepasta (want dan eet de peuter ook eens groenten). Da’s een maaltijd waar ik niet teveel over na wil denken, dus haal ik een potje Boursin cuisine van 2.07 euro en roer dat door de pasta, champignons en spinazie. Kan ook vegan tegenwoordig, heel tof. Maar als ik dezelfde hoeveelheid saus wil maken met de vegan variant van Boursin, ben ik 4.44 euro kwijt. Dan vind ik een simpel pastaatje wel heel duur worden. Ik snap waaróm de vegan variant duur is, maar het zorgt er in deze dure tijden toch voor dat ik de zuivelvariant in mijn wagentje gooi.

Ik kan me natuurlijk verdiepen in manieren om dat sausje te veganizen. Meer meal preppen zodat ik het wiel na een lange dag werk niet opnieuw hoef uit te vinden. Mezelf dwingen om gewoon eens van die kaas af te blijven. Een keer zo’n akelige docu kijken die ik tot nu toe heb weten te vermijden. Het is uiteindelijk allemaal luiheid en gebrek aan wilskracht. Maar misschien moet ik ook accepteren dan 80% plantaardig goed genoeg is. Dat ik daarmee ook al een flinke stap in de goede richting zet. En daarna die 80% gaan uitbreiden.

En zo wijst zelfs mijn eetpatroon me op een eeuwige valkuil: die van het perfectionisme 😉

Sinds september heb ik weer een bibliotheekabonnement. Wat een genot! Hoewel de bieb hier in de wijk niet zo groot is, hebben ze er toch een flink en up-to-date aanbod. Voor 60 euro per jaar kan ik alles lezen wat ik wil. Waarom heeft nog niet iedereen een biebabonnement?

Als kind ging ik op vrijdagavond na het eten met mijn moeder en zusje naar de bieb. Ik weet nog precies hoe het eruit zag, met de kinderhoek en de paardenboeken. Jaren later was ik er nog eens en toen hadden ze het helemaal verbouwd, maar in mijn hoofd blijft het daar eeuwig 2000.

Ik hoop dat de bieb net zo’n belangrijke plek in de jeugdherinneringen van mijn eigen kinderen krijgt. Aan mij zal het in ieder geval niet liggen, want we komen er bijna wekelijks. Om boeken uit te zoeken, boeken te lezen en omdat de peuter de twee aanwezige stoeltjes in de vorm van olifanten als een soort huisdieren ziet en ze elke week wil bezoeken. Dus.

En hoe graag ik ook met mijn kinderen naar de bibliotheek ga, het liefst ga ik even alleen. In mijn lunchpauze. Even zoeken naar een leuk nieuw boek. Ik lees alles: van chicklit en thrillers tot historische romans en van non-fictie tot literatuur. Ik reserveer eigenlijk nooit iets, maar geniet van het lopen langs de kasten en af en toe een titel pakken die me aanspreekt. Flapteksten lezen, bladeren door kookboeken en op mijn arm een stapeltje verzamelen voor mee naar huis. 

Meestal meer dan ik kan lezen in vier weken, maar ik word er gewoon zo hebberig van. Al die boeken, al die woorden, zinnen en verhalen voor het oprapen. Lezen is het allerfijnste wat er is. En ‘gratis’ lezen, want zo voelt de bieb voor mij, al helemaal. Onbeperkte aanvoer van boeken, wat een heerlijke luxe.

Ik doe graag dingen alleen. Vroeger durfde ik daar nooit echt voor uit te komen, omdat ik bang was dat mensen dat raar zouden vinden. Maar zoals veel dingen makkelijker worden na je dertigste, wordt ook uitkomen voor je eigen behoeftes dat. Het kan me werkelijk niets meer schelen wat mensen vinden van het feit dat ik dolgraag alleen op pad ga, ondanks dat ik een leuke man en twee kinderen thuis heb zitten en er vermoedelijk ook wel vriendinnen met me op pad willen, als ik het ze zou vragen. Ik vraag het ze alleen niet.

In het boek The Artist’s Way van Julia Cameron las ik over artists’ dates: wekelijkse dates met jezelf (dit blijft toch als masturbatie klinken, ook leuk, maar daar hebben we het niet over) om inspiratie op te doen. Wacht, ik citeer haar even, in het Engels want dat klinkt lekker: “The Artist Date is a once-weekly, festive, solo expedition to explore something that interests you. The Artist Date need not be overtly “artistic” — think mischief more than mastery. Artist Dates fire up the imagination. They spark whimsy. They encourage play. Since art is about the play of ideas, they feed our creative work by replenishing our inner well of images and inspiration. When choosing an Artist Date, it is good to ask yourself, “what sounds fun?” — and then allow yourself to try it.”

Alleen in Berlijn afgelopen zomer.

Dat dus. Daar ga ik aandacht aan besteden dit jaar. Hoewel ik al vaak alleen koffie ga drinken en taart eten met een boek, alleen ga wandelen en sinds 2020 ook jaarlijks een paar dagen alleen naar het buitenland ga, wil ik de dates met mezelf serieuzer gaan nemen. Naar tentoonstellingen die ik graag wil zien, een dagje dwalen in een onbekende stad om te fotograferen (lockdownproof) of een wandeling maken in een onbekend gebied. Het hoeft van mij niet wekelijks, maar eens per maand een solo-uitje lijkt me heerlijk. Ik voel me altijd heel stoer als ik in mijn eentje ergens naartoe ga. Bovendien heb ik gemerkt dat je makkelijker contact maakt (als je dat wilt tenminste) en lekker opgaat in de menigte. En ik kan net zo lang naar een bepaald schilderij kijken als ik zelf wil (da’s vaak langer dan de anderhalve seconde die mijn wederhelft genoeg vindt), hele middagen aan het strand zitten met een boek en een biertje, een kwartier over de perfecte foto doen zonder me opgelaten te voelen, et cetera, et ceteraaaa.

En jep, alleen dingen doen is soms ongemakkelijk. Zeker als je er net mee begint. Vooral in de horeca wist ik mezelf niet altijd een houding te geven. Ik dacht al snel dat mensen me ‘zielig’ vonden en durfde dan bijvoorbeeld geen wijntje te bestellen of nam alleen een hoofdgerecht om zo snel mogelijk weer weg te zijn. Ik ben er inmiddels achter dat het na een paar keer went om alleen te zijn en dat een boek meenemen een prima manier is om jezelf over je ongemak heen te zetten. En dat niemand je raar aankijkt als je in je eentje een glas wijn drinkt. Ha.

Voor het eerst in mijn eentje het vliegtuig pakken vond ik ook spannend, maar ook dat bleek eenmaal aan boord eigenlijk juist heel chill. Ik kon gewoon direct aan een boek beginnen en mezelf zo afleiden van het feit dat ik vliegen eigenlijk haat. Wat voor mij helpt, is het om het gewoon te doen. En niet te streng voor mezelf te zijn als iets niet direct perfect is. TIjdens mijn eerste keer alleen naar Berlijn heb ik drie avonden bij de Vapiano’s naast mijn hotel gegeten, omdat ik iets anders te spannend vond. Zonde van het culinaire aanbod misschien, maar voor mij was het een fijne manier om anoniem een hapje te eten en te wennen aan het feit dat ik alleen was. Bovendien hebben ze er prima risotto. 

Er zijn trouwens ook wel dingen die ik (nog) te ongemakkelijk vind om alleen te ondernemen. Een dagje naar de sauna in mijn eentje bijvoorbeeld. Of in mijn eentje ’s avonds uit eten in Zwolle (want dan ben ik bang dat ik bekenden tegenkom en dat lijkt me awkward). Dus er is nog wat werk aan de winkel. Tegelijkertijd heb ik bijvoorbeeld ook gemerkt dat er dingen zijn die ik niet fijn vind en ook niet fijn hoef te vinden. Zo vind ik bijvoorbeeld drie nachtjes alleen het maximale. Daarna mis ik thuis teveel. En als het nodig is, wil ik ook binnen een halve dag thuis kunnen zijn. En da’s prima: ik hoef niet drie weken op backpacktocht naar een onbekend werelddeel.

Dingen die ik dit jaar in mijn eentje wil doen 

  • Heel veel wandelen
  • Regelmatig een kop koffie drinken (of in een koffietentje werken, want daar laad ik ook altijd van op)
  • Een reisje naar het buitenland maken
  • Een dagje met de trein naar een andere stad 
  • Een buitenrit (te paard dus) maken in een mooi gebied (dan ben je wel in een groep, maar meestal zijn dat wel clubjes vriendinnen, dus dat telt wel)
  • Naar minimaal 1 museum
  • Een kringlooptour 

Doe jij vaak dingen alleen? En vind je dat dan spannend of ben je er compleet relaxed onder?

De 22 voor 2022-lijstjes vliegen je om de oren. Zo’n nieuw jaar vraagt gewoon om een rijtje goede ideeën, zeker als de dagen dankzij corona soms wel heel veel op elkaar lijken. In de auto van Ieper naar huis maakte ik dus ook een lijstje met 22 plannen, dromen en doelen voor dit kersverse jaar. Geen keiharde voornemens, maar dingen waarvan het tof zou zijn als ze lukken. Behalve die eerste dan. Da’s een keihard doel.

  1. Mijn cursus Duits afronden met minimaal een 7
    Ik ben vorig jaar begonnen met een cursus Duits om vooral het grammaticale deel goed onder de knie te krijgen en die wil ik dit jaar afronden, met een 7 voor het officiële examen. Daar gaan nog heel wat uurtjes inzitten, maar het brengt me dichter bij mijn doel om beëdigd vertaler te worden. 
  2. 2 weekendjes weg met Jona
    Zónder kinderen 😉
  3. 40 boeken lezen, waarvan de helft non-fictie/historisch
  4. Mijn Tijdsbazencursus afronden
  5. Nachtje weg met de oudste als ze 4 wordt
    Lijkt me helemaal gezellig: een nachtje samen in een hotel en leuke dingen doen. En 4 is natuurlijk een serieuze mijlpaal!
  6. WC opknappen
    Denk ‘sociale huur anno 1998’ en je hebt een goed beeld van onze wc.
  7. Dagje museum met mijn vader
    Zouden we vorig jaar al doen, maar toen kwam het er niet van.
  8. 70.000 euro omzetten in mijn bedrijf
    Da’s vrij ambitieus, maar het zou moeten kunnen.
  9. Schermtijd verlagen naar maximaal anderhalf uur per dag
    Eind 2021 zat ik op sommige dagen op 4 uur! Zonde van mijn tijd.
  10. Het hele jaar volledig vegetarisch eten en zoveel mogelijk plantaardige keuzes maken.
    Ik eet nu 95% vega, maar die laatste 5% gaan we ook skippen. Ik heb het jaren gedaan, dus hoe dat vlees er nou weer ingeslopen is, weet ik ook niet. Maar het kan er dus ook wel weer af.
  11. Op vakantie naar Spanje
  12. 3 x per week bloggen en dat zichtbaar maken
    Omdat ik merk dat ik hier gewoon het allerblijst van wordt. Maar het lijkt me ook heel leuk om een wat groter publiek te bereiken. Dus hup: weg met de schroom en meer delen op Instagram en andere platformen.
  13. Een keertje paardrijden
    Oude liefde roest niet 😉
  14. De fotoboeken van 2021 en de jaarboeken van de kinderen afronden voor juni.
    Dat zijn er 5 in totaal. Wish me luck.
  15. Themamaanden bepalen
    Januari staat in het teken van bewegen en gezond eten, februari wordt opruimmaand. De rest van het jaar ga ik nog even bepalen. 
  16. Een nieuwe Duitse stad ontdekken
    Leipzig, Dresden en Bremen staan hoog op mijn lijstje.
  17. Een keertje suppen
    Nog nooit gedaan, lijkt me heel leuk.
  18. Minimaal 1 workshop volgen
  19. Een schoonmaakster zoeken
    Onze vorige schoonmaakster is gestopt en ik merk dat ik er echt heel chagrijnig van word om op mijn vrije dagen alleen maar te poetsen en dat het dan nog maar half schoon is. Ugh.
  20. Naar Berlijn
    Want dat moet simpelweg minimaal 1 keer per jaar.
  21. 6 date nights met mijn man
  22. Minimaal 3 analoge fotorolletjes volschieten
    Want analoog fotograferen blijft gewoon heel erg leuk en ik doe het te weinig. Vorig jaar had ik mezelf ten doel gesteld vaker de spiegelreflex te pakken in plaats van mijn telefoon te gebruiken. Dat is aardig gelukt. Nu is het tijd voor stap 2.

Ik ben heel benieuwd wat er eind 2022 terechtgekomen is van dit lijstje! Heb jij doelen voor dit jaar?

Ergens in november zaten we te borrelen met mijn schoonouders en kwamen tot de conclusie dat we er met oud & nieuw even samen tussenuit wilden. Niet te ver, vanwege de kinderen, maar wel het land uit. Dan kom je al snel uit bij Duitsland of België. Duitsland bleek zo last minute wel erg duur, dus toen bleef België over. Na een rondje Booking.com op zoek naar betaalbare opties die er niet uitzagen als een grafkelder met plastic tuinmeubilair, kwam mijn schoonmoeder bij een prachtig appartement in Ieper uit. Dus gingen wij naar Ieper!

Het gedicht ‘In Flanders Fields’ van John McCrae op de muur van ons appartement. Mede door dit gedicht groeide de klaproos uit tot het symbool van de Eerste Wereldoorlog.

Ik ‘ken’ Ieper omdat ik al jaren de blog en podcast van Kelly Deriemeaker en Anouk Meier volg en zij uit die omgeving komen. Daarnaast wist ik dat er in die regio behoorlijk gevochten was tijdens de Eerste Wereldoorlog en verder liet ik me verrassen. Ook door de afstand, bleek na het boeken, want Ieper ligt dus bijna in Frankrijk. Dik 3,5 uur rijden vanaf Zwolle. Puntje van aandacht voor de volgende keer.

De keuken van ons appartement. Met kinderstoel, fijne lange tafel om aan te eten en spelletjes te doen en een keuken met werkelijk alles wat je mogelijk nodig zou kunnen hebben. Heel fijn.

Na 3,5 uur rijden kwamen we donderdagmiddag in ons appartement aan, dat in het echt net zo mooi was als op de foto’s. Altijd fijn. Gite de Lombard is een bovenwoning met twee slaapkamers, waarvan eentje met een extra slaapzolder. Precies groot genoeg voor vier volwassenen en twee kleine kinderen en van alle gemakken voorzien. Ik vind het persoonlijk altijd heel fijn als er een beetje fatsoenlijk keukengerei te vinden is en dat was hier dik in orde. Het enige wat we te zeuren hadden, was het feit dat we koffie moesten zetten met de Senseo. Brr.

Lekker wandelen en de voeten laten luchten (ze heeft gewoon sokken en sloffen hoor).

Ieper zelf laat zich het beste omschrijven als een knusse provinciestad. Wat het bijzonder maakt, is dat het ‘oude’ centrum bijna volledig uit de vorige eeuw stamt. Ieper werd tijdens de ‘Groote oorlog’ van 1914 tot 1918 namelijk met de grond gelijk gemaakt tijdens de eerste, tweede, derde én vierde slag om Ieper. 500.000 soldaten lieten hierbij het leven. Jongens nog, van soms amper 15 jaar oud. Na de oorlog stelde Churchill voor om de ruïnes van de stad zo te laten als gedenkteken voor alle Britse soldaten die hier gevochten hebben, maar uiteindelijk is er voor gekozen om de stad in oude stijl te herbouwen. ‘Als een kopie waarvan het origineel verloren gegaan is’, las ik dit weekend.

De Sint-Maartenkathedraal. Lijkt oud, is tussen 1922 en 1930 herbouwd. Heel indrukwekkend!

Je kunt dus niet om de Eerste Wereldoorlog heen in Ieper. En hoewel het soms een beetje voelt alsof het toeristisch wel heel erg uitgemolken wordt (de souvenirs met klaprozen vliegen je om te oren), is de geschiedenis hier ook gewoon heel tastbaar. Nog iedere avond wordt er onder de Menenpoort, waar de namen van 54.000 gesneuvelde Britse soldaten in gebeiteld staan, de Last Post geblazen. 54.000 namen. Pas als je onder de poort staat en overal om je heen namen ziet staan, krijg je enig idee van hoe ongelooflijk veel dat er waren. De Last Post-ceremonie is heel indrukwekkend. De stilte, het geluid van de blazers en dan die bizarre hoeveelheid namen. Namen van jongens die iemands kind zijn geweest, vaders, geliefden. Een bindende tip dus. En alsjeblieft: gedraag je dan ook een beetje. Ik stond me plaatsvervangend te schamen voor de mensen die de ceremonie alleen maar door het schermpje van hun mobiel beleefd hebben.

Op kattenjacht met oma!

Iets vrolijkers dan: Ieper is ook de kattenstad. En ik hou van katten. Dus haalden we bij de VVV een kattenspeurtocht op, die na enige aanpassingen om hem geschikt te maken voor een driejarige, voor een leuke stadwandeling zorgde. En in het Ieper Museum was een leuke tijdelijke tentoonstelling over katten. De vaste tentoonstelling is trouwens ook boeiend én superinteractief, ook voor kinderen. Aanradertje dus.

Fika!

De horeca in België is gewoon geopend, dus gingen we voor koffie en een taartje naar Fika (Menenstraat 10). Op zondag hebben we geluncht bij Au Miroir (Grote Markt 12), met als grote troef de speelruimte voor kinderen. Verder wel een beetje prijzig, maar de kaaskroketjes en pannenkoeken waren er erg lekker. En de koffie na vier dagen Senseo ook.

Nutteloos bordje. Heel geestig.
Museum Ieper: heel leuk voor kinderen. Al hebben de kleintjes nog wel een beetje hulp nodig.
Menenpoort.

Verder hebben we nog (een stukje van) de nutteloze bordjes-wandeling gedaan, een kijkje genomen in de (dus ook herbouwde) kathedraal en bleek er in het vestingpark een leuke natuurspeeltuin te zijn, waar de peuter zich een poosje kon uitleven met takken en boomstammen. Op Oudjaarsavond vermaakten we ons lekker in het huisje met meegebrachte kaasfondue (een zak geraspte stinkkaas 3,5 uur in de achterbak leggen geeft een interessant geureffect), spelletjes en bubbels. Om middernacht stonden we vol verwachting op het dakterras voor het vuurwerk, maar bleek er, op wat plofjes in de verte na, weinig te beleven. Lekker rustig.

Natuurspeeltuin in het park.

Al met al vond ik Ieper echt een aanrader voor een (lang) weekend. ’t Is een stukje rijden, maar zeker als je geïnteresseerd bent in geschiedenis, kun je hier je hart ophalen. Ik wil graag nog een keertje terug, want we hebben nog veel te bekijken.

Hallo op deze laatste dag van 2021! Omdat het me vorig jaar goed bevallen is, heb ik besloten om ook 2021 samen te vatten in foto’s. 21 dit jaar, want vorig jaar waren het er 20. Heerlijk format, elk jaar eentje extra. Ik weet dat het voor veel mensen niet het geval was, maar voor mij persoonlijk was 2021 een heel goed jaar. Het eerste volle jaar als gezin van vier, het jaar waarin ik ein-de-lijk de stap nam om voor mezelf te beginnen en het jaar waarin er verder weinig spectaculairs gebeurde, maar dat was eigenlijk ook wel heel fijn.

In januari was dit kleine pluizenbolletje hierboven zes weken en ging ik weer – 1 dagje per week- aan het werk. Zo kon ik mijn verlof wat langer rekken en hoefde ik haar pas na vier maanden naar de opvang te brengen in plaats van na drie maanden. Toen vond ik dat best wel prima, maar achteraf denk ik: ‘waarom zat ik toen nog niet fulltime op de bank te knuffelen met mijn baby?’. Maar goed, die keuze maakte ik toen en ik snap ook wel waar het vandaan kwam.

Half januari was ik he-le-maal klaar met het thuis zitten en boekte vrij spontaan een weekendje Ameland. De baby was de eerste avond totaal hysterisch door alle prikkels, er was niets open, want lockdown, en het was zo koud dat we vooral binnen in het huisje gezeten hebben, maar het was magisch om het hele strand van Ameland voor ons alleen te hebben tijdens een sneeuwbui. En ook al zaten we veel in ons huisje, het was toch ook fijn om eens naar vier andere muren te kijken dan die van onszelf.

Op Valentijnsdag verraste de wederhelft me met een sneeuwwandeldate inclusief warme thee in de sneeuw. Die man is zoveel romantischer dan ik.

De eerste helft van het jaar stond ook in het teken van voeden, voeden, voeden. Dat kleine dametje ging steeds lekkerder in haar vel zitten, dankzij een dieet van liters koemelkvrije borstvoeding en fysiotherapie.

Na een hele lange winter werd het uiteindelijk toch weer lente. En tegelijkertijd met het aanbreken van een nieuw seizoen, kwam ik tot de conclusie dat mijn batterij steeds leger liep en niet echt meer wilde opladen. Ik ging wat minder werken en twijfelde steeds meer over wat ik nu wilde doen. Ik werd gevraagd voor een hele toffe functie bij een mooi bedrijf, maar besloot op het allerlaatste moment dat dit niet het moment was om die stap te wagen. Een baan die het waard was om 1000% te geven, verdiende iemand die dat ook kon doen. Niet iemand met een half lege accu die om half negen ’s ochtends alweer naar bed wilde. Dus twijfelde ik nog even verder.

En natuurlijk waren deze rooie en zijn grijze broer er ook nog. Ze worden een dagje ouder, vooral Harry heeft zijn dagelijkse shotje pijnstillers hard nodig om nog in beweging te komen en lijkt inmiddels ook te dementeren (of heeft gewoon totale schijt gekregen aan het huishoudelijk regelement), maar ze zijn still going strong.

Al sinds mijn eerste zwangerschap heb ik een groepje ‘internetvriendinnen’ waarmee we al vier jaar lief en leed delen. We wonen letterlijk van Groningen tot aan Maastricht en overal daartussenin en hebben compleet verschillende achtergronden, maar het is heerlijk om zo’n clubje vrouwen te hebben om alles rondom het gemoeder mee te delen. Uren appten we met zijn zessen en dit voorjaar was het eindelijk zover dat we elkaar én de peuters waarmee het ooit begon, ontmoetten. Het was een heerlijke dag en we hadden elkaar ‘in het echt’ nog meer te vertellen dan via Whatsapp. Internet is iets moois.

Ook een hoogtepunt dit jaar: mijn haar afknippen! En dit was sowieso een leuke dag, want na de kapper fietsten we naar de oude IJsselcentrale en dronken daar Zwolse biertjes om 13 uur ’s middags.

Het enige middagje ‘strand’ (lees: de gore recreatieplas hier in de wijk) van dit jaar. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik deze foto maakte: echt ultiem moeder, met twee van die meisjes op een badlaken.

Vakantie in eigen land. Op een Farm Camps-camping nog wel. En ergens op deze Zuid-Limburgse heuvel kreeg ik een ingeving: ik ging mijn baan opzeggen en voor mezelf beginnen.

Dus zo gezegd, zo gedaan. Sinds 1 september ben ik zzp’er en dat bevalt me echt ontzettend goed.

Ik durfde het eindelijk aan om mijn baby uit logeren te sturen, dus de man en ik gingen een nachtje naar Leeuwarden. Wandelen, bijpraten, bier drinken, lekker eten en uitslapen: meer hadden we niet nodig. En de baby bleek bij opa en oma wél over de doorslaapfunctie te beschikken waar ze in de acht maanden daarvoor nooit blijk van gegeven had.

Verder waren we dit jaar heel veel in het bos bij Hattem te vinden. We hebben nog even geprobeerd een huis naast dat bos te kopen, maar dat ging aan onze neus voorbij. Net als 4 andere huizen waar we gekeken en geboden hebben. En dat was eigenlijk ook wel prima zo: we blijven voorlopig maar even zitten waar we zitten.

We sloten de zomer af met een nogal turbulent kampeertripje naar Twello. De man fietste erheen met de peuter in de bakfiets, ik volgde de dag daarna met de baby en blies om 2 uur ’s nachts weer de aftocht omdat diezelfde baby weigerde te slapen en de halve camping wakker hield. De volgende dag meldde ik me weer voor het ontbijt en na een ochtendje campingplezier ging ik met S. naar het zwembad, waar ze binnen 5 minuten uitgleed en een enorme buil opliep. Op de camping aangekomen bleek dat het ’s nachts heel hard en lang zou regenen, dus toen besloten we mijn schoonouders te bellen voor hulp, de tent af te breken en met gierende banden naar Zwolle te rijden. We waren ge-sloopt. Maar we hebben wel gelachen. Achteraf.

Ik ging een weekendje in mijn eentje naar Berlijn. Voor een Wattedoeninberlijn-Patreon-meetup en om lekker in mijn eentje te wandelen, lezen en fotograferen.

Eind september was ik blij, want ik had in mijn eerste maand mijn maandelijkse omzetdoel gehaald. Tijd voor taart! En ook fijn: in de maanden daarna bleef het zo goed gaan.

Begin oktober ging ik vrij onverwacht een paar dagen naar Alicante. Om mijn moeder op te halen en omdat ik als zzp’er toch overal kan werken, dus waarom dan niet in een Spaans nazomerzonnetje?

En die baan die in mei niet doorging, deed ik vanaf oktober op zzp-basis. Niet als hovenier, hoewel deze foto anders doet vermoeden, maar als marketeer en communicatie-adviseur bij Tijhuis Ingenieurs. Een mooie club met leuke mensen, bleek ook maar weer tijdens dit personeelsuitje waarbij we heggen gingen planten. Zo zie je: uiteindelijk komt alles goed.

De dagen werden weer korter en hoewel het soms verleidelijk is om de hele dag door te werken, sleurde ik mezelf waar dat kon naar buiten voor een wandeling onder kantooruren. En dat is eigenlijk altijd de moeite waard, maar op ochtenden als deze helemaal.

En we sloten het jaar af met een beregezellige kerstlogeerpartij bij mijn schoonzus en zwager. Lekker eten, goed gezelschap en de volgende ochtend in pyjama ontbijten en de kat knuffelen: niets meer aan doen.

Dat was mijn jaar. Het was heerlijk. En ik hoop dat 2022 ons net zoveel geluk brengt. Voor nu: een fijne jaarwisseling en ein guten Rutsch ins neue Jahr!

Nog 1 overleg (buiten de deur zelfs!) vanmorgen en dan heb ik vakantie. Anderhalve week vrij. Anderhalve week om even niet achter de laptop te zitten of -erger nog- met halve aandacht een puzzel te maken met de peuter terwijl ik ondertussen achter de laptop zit. Anderhalve week volle aandacht voor de man, de kinderen, de familie, de stapel boeken die op me ligt te wachten en, ohja, mezelf.

Want hoewel ik écht mijn best doe om mezelf niet te vergeten, merk ik dat ik dit hoofdstuk van mijn leven gewoon even niet op de eerste plek sta. En dat geeft niet, ik stel mezelf tevreden met de gestolen uurtjes hier en daar. Zoals gisterochtend, toen ik om 9 uur naar buiten keek en besloot dat het werk wel even kon wachten. Schoenen aan, jas aan en naar buiten. Alleen. Anderhalf uur in de zon, door de vrieskou. Vogeltjes kijken (ik zag een ijsvogel!), frisse lucht inademen en vitamine D aanmaken. Daarna kon ik er weer tegenaan.

Kerst vieren we dit jaar in drie bedrijven. Morgen een dagje met zijn vieren, dan door naar Zeist voor een avondje bij schoonzus en zwager, daar logeren, door naar Hoorn voor een etentje bij mijn ouders, daar ook weer logeren en dan vroeg naar huis omdat we nog een lunch verzorgen voor mijn schoonvader. Tegen zondagmiddag 14:00 zijn we waarschijnlijk allemaal toe aan een middagdutje.

Mijn kerstmantra van dit jaar is ‘let it go’. Let it dat de peuter waarschijnlijk drie dagen alleen maar stokbrood met kruidenboter eet, let it go dat de baby dreumes vermoedelijk heel slecht slaapt en rondgesjouwd moet worden in de draagzak en let it go dat die lunch van zondag perfect moet zijn. Dat maakt kerst een stuk gezelliger. En daarna? Daarna gaan we drie dagen met zijn vieren in onze joggingbroeken bijkomen. Geen plannen, gewoon wij. En hopelijk ook een beetje ik. Een uurtje of anderhalf.

Ik wens je een hele fijne kerst! Let it go.

Gisteravond lagen we samen op de bank. Geen boek, geen tv, gewoon even kletsen. We hadden het over de huizen waar we allemaal gewoond hebben in de afgelopen twaalf jaar. Over ons eerste eigen huis, op de foto hierboven, met de gele bank waar we nooit helemaal oppasten met zijn tweeën. Dat we die plek soms wel missen, maar dat dat niet alleen te maken heeft met het huis, maar ook met de fase van toen. En dat dat nu eenmaal voorbij gaat, maar dat je van ieder huis ook weer iets moois meeneemt.

Even voor de achtergrond: ik was 19 toen we verkering kregen. Ik was in het jaar daarvoor verhuisd van Hoorn naar Zwolle, voor de studie. J. en ik waren klasgenoten, al in het eerste jaar van journalistiek, maar zagen elkaar nooit staan. Tussen dat eerste en tweede jaar beleefde ik een turbulente zomer waarin mijn verkering uit ging (en die van hem ook, bleek achteraf) en ergens tussen de start van het tweede collegejaar en de herfstvakantie sloeg de vonk over. Sinds 5 november 2009 zijn we een stel. Da’s dus al 12 jaar.

We woonden toen allebei in een studentenhuis. Ik in een oude boerderij in een buitenwijk van Zwolle. Met elf anderen. Huub. Sara. Sjaak. Frank. Michelle. En nog tal van anderen wiens namen je na verloop van tijd toch vergeet, ondanks de met wijn doordrenkte beloftes van ‘dit gaan we nooit meer vergeten’. Een geweldig huis, met als groot nadeel dat de diepgelovige huisbaas in het voorhuis woonde en geen liefhebber was van overnachtende vriendjes. Op straffe van ‘je vader bellen’. Nu was mijn vader daar vermoedelijk niet erg van onder de indruk geweest, maar toch nam ik het risico liever niet. Bovendien was het er nogal gehorig, met 1 gipsplaat tussen mijn bed en dat van de buurvrouw. Daarom was ik, toen de verkering serieuzere vormen aan begon te nemen, eigenlijk altijd bij J. Hij woonde in het smerigste studentenhuis dat ik ooit zag (ik denk echt dat een beetje bioloog in die keuken nieuwe schimmelsoorten had kunnen ontdekken), maar zijn kamer was groter én middenin de stad. Zonder bemoeizuchtige huisbaas. Met een apart slaaphokje.

Mijn tweede studentenkamer, met een knalroze muur, een knalblauwe muur en het volledige assortiment van Kitsch Kitchen.

Er kwam voor mij nog een ander studentenhuis tussendoor, die hierboven, maar na twee jaar besloten we dat we voortaan samen wilden wonen. Wonder boven wonder werden we al een maand na dat besluit ingeloot voor een huurappartement dat nog gebouwd werd en een half jaar later opgeleverd zou worden. En in de tussentijd sliep ik eigenlijk altijd in J’s studentenhuis. De keuken was daar ondertussen gerenoveerd, maar verder wis je 40 jaar studentenbewoning niet zomaar uit. De muizen renden over de leidingen langs het plafond, de douche liep meestal niet door en op blote voeten lopen was zeker in de gezamenlijke ruimtes een slecht idee. En toch was het een fijne plek. Het sneeuwde die winter veel en wij zaten daar, voor de vermoedelijk levensgevaarlijke gaskachel, samen op 25 vierkante meter een beetje verliefd te zijn. En onze scriptie te schrijven, Knorr Wereldgerechten te eten en vooral heel veel chips, bier en Ben & Jerry’s weg te werken. In gezelschap van inmiddels twee katten, onder het mom van muizenbestrijding.

In de zomer van 2012 verhuisden we, met de katten, naar het spiksplinternieuwe appartement. Het was enorm in vergelijking met de studentenkamers en ineens moesten we dingen kopen als PAX-kasten, een afzuigkap en eettafel. Geen vaatwasser, want we hebben het tot ons vorige huis volgehouden om met de hand af te wassen. De kinderen waren er toen nog lang niet, zelfs de wens bestond nog niet. We werkten allebei en haalden ondertussen de laatste vakken van de opleiding, gingen op stap en sportten veel. We studeerden af en kregen vaste contracten. Er zijn flarden van etentjes op het balkon, van racefietsen over de dijk, van onze eerste echte ruzie, van filmavondjes op de enorme bank. Van de katten die niet naar buiten konden en daarom dagelijks een soort steile-wandrace door de gang en over de bank hielden. Van lopend naar de stad en het prachtige uitzicht bij zonsondergang. Het was een fijn appartement, maar toen we er niet meer woonden heb ik het geen moment gemist. Echt thuis werd het nooit, geloof ik.

Het huis daarna, ons eerste echte eígen huis, mis ik daarentegen nog steeds wel eens. Het huisje onder de kerk. Gister probeerden we ons voor te stellen hoe het zou zijn geweest als we daar nu nog woonden, in dat knusse jarentwintighuisje. Wie er dan in welke slaapkamer zou slapen (er waren er twee van normaal formaat en eentje van 2 bij 1.80) en waar we dan thuis zouden kunnen werken (nergens). Dat de kinderwagen daar altijd binnen stond, er altijd wel iéts lekte, de badkamer nog kleiner was dan de kleinste slaapkamer en dat de bakfiets geen optie was geweest omdat we daar geen achterom hadden. Maar toch, ondanks de praktische bezwaren, woonde ik er dolgraag. Het was het eerste huis dat we samen kochten en verbouwden. Waar mensen kwamen eten, we feestjes vierden in de achtertuin, waar vandaan we lopend naar het station konden om naar ons werk te gaan, waar de bevalling van Sam begon en we die eerste bloedhete zomer als gezin van drie doorbrachten. Een huis met zoveel mooie herinneringen. Ik droom nog wel eens dat het weer van ons is.

Toen Sam 9 maanden was, zijn we verhuisd naar het huis waar we nu wonen. In de wijk waarvan ik altijd gezworen heb dat ik er nooit naartoe zou gaan. Maar here we are. Al bijna drie jaar. We zochten iets groters en moderners en eindigden in dit splitlevelhuis dat ik tijdens mijn tweede zwangerschap dagelijks vervloekte (zes trappen, bekkeninstabiliteit en een dramatisch geheugen is een héle slechte combinatie), maar inmiddels als thuis is gaan voelen. Het huis wat deze hele coronacrisis al als een veilige haven voelt, waar ik weer zwanger werd, een miskraam kreeg en een paar maanden later alweer zwanger bleek. Waar Sam van baby naar dreumes naar peuter ging en waar de bevalling van Lot zich aandiende. Waar ik de hele winter van 2020/2021 knuffelend met mijn baby op de bank gezeten heb en ook zij inmiddels leert lopen. Waar we de keuze maakten om hier nog even te blijven, zodat ik de ruimte had om mijn baan op te zeggen en zzp’er te worden. En hoewel dit echt ons eindstation niet is, begint het na bijna drie jaar wel een serieus hoofdstuk in onze gezamenlijke geschiedenis te worden.

We concludeerden dat het ook eigenlijk niet uitmaakt waar we wonen. Als het maar samen is.

Zo. Dat was me het weekje wel weer. We hielden een soort fabriekje draaiende met kindjes, een baan (van J.) en een bedrijf (van mij). Zondag was ik echt helemaal op en heb ik zo min mogelijk gedaan, behalve het huis een beetje schoonmaken, boodschappen en met de kindjes spelen. En nu is de laatste werkweek van 2021 aangebroken: ik werk vandaag, woensdag en donderdag nog en dan ben ik vrij tot en met 2 januari. Heerlijk vooruitzicht. En heel erg aan toe.

Maandag

Normaal werk ik op maandag en is dinsdag mamadag, maar deze week hadden we het even omgeruild. Dus maandagochtend de warme jassen aan en lekker naar buiten.

Dinsdag

Elke ochtend een gember-kurkumashotje om de weerstand een beetje op peil te houden. Geen idee of het echt werkt, maar ik vind het wel een lekker pittige start van de dag. En ik gebruik m’n borrelglaasjes ook nog eens.
Een interview op locatie! Bij baggerwerkzaamheden in een haven, om precies te zijn. En natuurlijk wil ik dan ook even een rondje mee op de ‘kraan’, als me dat aangeboden wordt. Het ziet er heel gevaarlijk uit, maar de boot liep nog een stuk door én ik had een zwemvest aan, dus het was prima voor elkaar. Leuk om eens te zien hoe het gaat. Funfact: wist je dat je een deel van de bediening van zo’n groot apparaat met je tenen doet? Daarom zitten de machinisten ook altijd op sokken in de cabine.
En toen ik thuis kwam, zag ons slaapkamerraam er ineens zo uit. Bedankt vogel.

Woensdag

Woensdagochtend: aan de slag! Dit is dus mijn thuiskantoor. Typen, typen, typen. Ondertussen had J. mijn zusje opgehaald, want die hadden we ingevlogen als oppas voor donderdag.
Dus ’s avonds keken zus en ik maar weer eens een kerstfilm. The Princess Switch 3. Laten we het erop houden dat ze een vierde deel wel achterwege mogen laten.

Donderdag

Zus paste op en ik werkte beneden. Toen ik even boven kwam, zag ik dit kleine kerstkaboutertje.
En van de lunch maakten we een feestje met (vegan!) kaneelrolletjes van Albert Heijn.

Vrijdag

Vrijdag stond ik voor een opdrachtgever in het Twiske, om hun personeel in vier groepen de marketingplannen voor 2022 te vertellen tijdens een kerstwandeling. Een hele leuke coronaproof opzet. Alleen een beetje fris. En mijn papieren presentatie was niet erg miezerproof, haha!
Ook top: bij de slagboom van de parkeerplaats deed ik mijn raam naar beneden, maar die wilde dus met geen mogelijkheid meer omhoog. Ja, tot de helft. Dus ik ben ’s avonds van het Twiske (boven Amsterdam) naar Zwolle gereden met het raam open. Dat was best fris, kan ik je vertellen.
Maar het was een geslaagde middag en ik kreeg gewoon een kerstpakket van mijn opdrachtgever! Superlief! Er was ook nog eens een doosje brownies bezorgd van een andere opdrachtgever. Kortom: deze zzp’er komt de kerst wel door.

Zaterdag

Met een lockdown in het vooruitzicht kocht ik zaterdagochtend maar even wat extra knutselspullen bij de Action. En daarna deed ik ook meteen boodschappen en haalde wat spullen bij de HEMA. En toen kwam ik bij de fietsenstalling en had ik een uitdaging. Ik gebruik mijn gewone fiets bijna nooit meer, omdat de bakfiets nu eenmaal handiger is, en vergat tijdens mijn gewinkel ook even dat ik niet zo heel veel mee kon nemen. Gelukkig had ik de kinderen niet mee en kon ik hun zitjes gebruiken.
Lunchen met de kaarsjes aan en kerstliedjes op de achtergrond.
Rodekoolschotel van een verspakket. Was erg lekker!
Het bericht die je wist dat zou komen.
Dus daarna heb ik alle kerstcadeautjes maar ingepakt en onder de boom gelegd om mezelf weer op te vrolijken. Het is niet eens zozeer dat de maatregelen mij persoonlijk heel erg raken (ok, behalve dat mijn kappersafspraak niet doorgaat en mijn mat nu al serieuze proporties aan begint te nemen), maar het is vooral het hele uitzichtloze van deze situatie waar ik een beetje moe van begin te worden. Nog even en we zitten al twee jaar in een crisis. Maar goed, relativeren, zegeningen tellen en kijken naar wat er wel mogelijk is.
Zondag hielden we het kalm. De man was van huis om voetbal te kijken, ik scharrelde wat in huis, speelde met de kindjes en deed ze uitgebreid in bad. Toen ze in bed lagen, maakten we kaasfondue en gingen om half tien lekker naar bed.

En nu is het maandag! Ik wens je een hele fijne week 🙂