Category

Blogmas

Category

Nog 1 overleg (buiten de deur zelfs!) vanmorgen en dan heb ik vakantie. Anderhalve week vrij. Anderhalve week om even niet achter de laptop te zitten of -erger nog- met halve aandacht een puzzel te maken met de peuter terwijl ik ondertussen achter de laptop zit. Anderhalve week volle aandacht voor de man, de kinderen, de familie, de stapel boeken die op me ligt te wachten en, ohja, mezelf.

Want hoewel ik écht mijn best doe om mezelf niet te vergeten, merk ik dat ik dit hoofdstuk van mijn leven gewoon even niet op de eerste plek sta. En dat geeft niet, ik stel mezelf tevreden met de gestolen uurtjes hier en daar. Zoals gisterochtend, toen ik om 9 uur naar buiten keek en besloot dat het werk wel even kon wachten. Schoenen aan, jas aan en naar buiten. Alleen. Anderhalf uur in de zon, door de vrieskou. Vogeltjes kijken (ik zag een ijsvogel!), frisse lucht inademen en vitamine D aanmaken. Daarna kon ik er weer tegenaan.

Kerst vieren we dit jaar in drie bedrijven. Morgen een dagje met zijn vieren, dan door naar Zeist voor een avondje bij schoonzus en zwager, daar logeren, door naar Hoorn voor een etentje bij mijn ouders, daar ook weer logeren en dan vroeg naar huis omdat we nog een lunch verzorgen voor mijn schoonvader. Tegen zondagmiddag 14:00 zijn we waarschijnlijk allemaal toe aan een middagdutje.

Mijn kerstmantra van dit jaar is ‘let it go’. Let it dat de peuter waarschijnlijk drie dagen alleen maar stokbrood met kruidenboter eet, let it go dat de baby dreumes vermoedelijk heel slecht slaapt en rondgesjouwd moet worden in de draagzak en let it go dat die lunch van zondag perfect moet zijn. Dat maakt kerst een stuk gezelliger. En daarna? Daarna gaan we drie dagen met zijn vieren in onze joggingbroeken bijkomen. Geen plannen, gewoon wij. En hopelijk ook een beetje ik. Een uurtje of anderhalf.

Ik wens je een hele fijne kerst! Let it go.

Gisteravond lagen we samen op de bank. Geen boek, geen tv, gewoon even kletsen. We hadden het over de huizen waar we allemaal gewoond hebben in de afgelopen twaalf jaar. Over ons eerste eigen huis, op de foto hierboven, met de gele bank waar we nooit helemaal oppasten met zijn tweeën. Dat we die plek soms wel missen, maar dat dat niet alleen te maken heeft met het huis, maar ook met de fase van toen. En dat dat nu eenmaal voorbij gaat, maar dat je van ieder huis ook weer iets moois meeneemt.

Even voor de achtergrond: ik was 19 toen we verkering kregen. Ik was in het jaar daarvoor verhuisd van Hoorn naar Zwolle, voor de studie. J. en ik waren klasgenoten, al in het eerste jaar van journalistiek, maar zagen elkaar nooit staan. Tussen dat eerste en tweede jaar beleefde ik een turbulente zomer waarin mijn verkering uit ging (en die van hem ook, bleek achteraf) en ergens tussen de start van het tweede collegejaar en de herfstvakantie sloeg de vonk over. Sinds 5 november 2009 zijn we een stel. Da’s dus al 12 jaar.

We woonden toen allebei in een studentenhuis. Ik in een oude boerderij in een buitenwijk van Zwolle. Met elf anderen. Huub. Sara. Sjaak. Frank. Michelle. En nog tal van anderen wiens namen je na verloop van tijd toch vergeet, ondanks de met wijn doordrenkte beloftes van ‘dit gaan we nooit meer vergeten’. Een geweldig huis, met als groot nadeel dat de diepgelovige huisbaas in het voorhuis woonde en geen liefhebber was van overnachtende vriendjes. Op straffe van ‘je vader bellen’. Nu was mijn vader daar vermoedelijk niet erg van onder de indruk geweest, maar toch nam ik het risico liever niet. Bovendien was het er nogal gehorig, met 1 gipsplaat tussen mijn bed en dat van de buurvrouw. Daarom was ik, toen de verkering serieuzere vormen aan begon te nemen, eigenlijk altijd bij J. Hij woonde in het smerigste studentenhuis dat ik ooit zag (ik denk echt dat een beetje bioloog in die keuken nieuwe schimmelsoorten had kunnen ontdekken), maar zijn kamer was groter én middenin de stad. Zonder bemoeizuchtige huisbaas. Met een apart slaaphokje.

Mijn tweede studentenkamer, met een knalroze muur, een knalblauwe muur en het volledige assortiment van Kitsch Kitchen.

Er kwam voor mij nog een ander studentenhuis tussendoor, die hierboven, maar na twee jaar besloten we dat we voortaan samen wilden wonen. Wonder boven wonder werden we al een maand na dat besluit ingeloot voor een huurappartement dat nog gebouwd werd en een half jaar later opgeleverd zou worden. En in de tussentijd sliep ik eigenlijk altijd in J’s studentenhuis. De keuken was daar ondertussen gerenoveerd, maar verder wis je 40 jaar studentenbewoning niet zomaar uit. De muizen renden over de leidingen langs het plafond, de douche liep meestal niet door en op blote voeten lopen was zeker in de gezamenlijke ruimtes een slecht idee. En toch was het een fijne plek. Het sneeuwde die winter veel en wij zaten daar, voor de vermoedelijk levensgevaarlijke gaskachel, samen op 25 vierkante meter een beetje verliefd te zijn. En onze scriptie te schrijven, Knorr Wereldgerechten te eten en vooral heel veel chips, bier en Ben & Jerry’s weg te werken. In gezelschap van inmiddels twee katten, onder het mom van muizenbestrijding.

In de zomer van 2012 verhuisden we, met de katten, naar het spiksplinternieuwe appartement. Het was enorm in vergelijking met de studentenkamers en ineens moesten we dingen kopen als PAX-kasten, een afzuigkap en eettafel. Geen vaatwasser, want we hebben het tot ons vorige huis volgehouden om met de hand af te wassen. De kinderen waren er toen nog lang niet, zelfs de wens bestond nog niet. We werkten allebei en haalden ondertussen de laatste vakken van de opleiding, gingen op stap en sportten veel. We studeerden af en kregen vaste contracten. Er zijn flarden van etentjes op het balkon, van racefietsen over de dijk, van onze eerste echte ruzie, van filmavondjes op de enorme bank. Van de katten die niet naar buiten konden en daarom dagelijks een soort steile-wandrace door de gang en over de bank hielden. Van lopend naar de stad en het prachtige uitzicht bij zonsondergang. Het was een fijn appartement, maar toen we er niet meer woonden heb ik het geen moment gemist. Echt thuis werd het nooit, geloof ik.

Het huis daarna, ons eerste echte eígen huis, mis ik daarentegen nog steeds wel eens. Het huisje onder de kerk. Gister probeerden we ons voor te stellen hoe het zou zijn geweest als we daar nu nog woonden, in dat knusse jarentwintighuisje. Wie er dan in welke slaapkamer zou slapen (er waren er twee van normaal formaat en eentje van 2 bij 1.80) en waar we dan thuis zouden kunnen werken (nergens). Dat de kinderwagen daar altijd binnen stond, er altijd wel iéts lekte, de badkamer nog kleiner was dan de kleinste slaapkamer en dat de bakfiets geen optie was geweest omdat we daar geen achterom hadden. Maar toch, ondanks de praktische bezwaren, woonde ik er dolgraag. Het was het eerste huis dat we samen kochten en verbouwden. Waar mensen kwamen eten, we feestjes vierden in de achtertuin, waar vandaan we lopend naar het station konden om naar ons werk te gaan, waar de bevalling van Sam begon en we die eerste bloedhete zomer als gezin van drie doorbrachten. Een huis met zoveel mooie herinneringen. Ik droom nog wel eens dat het weer van ons is.

Toen Sam 9 maanden was, zijn we verhuisd naar het huis waar we nu wonen. In de wijk waarvan ik altijd gezworen heb dat ik er nooit naartoe zou gaan. Maar here we are. Al bijna drie jaar. We zochten iets groters en moderners en eindigden in dit splitlevelhuis dat ik tijdens mijn tweede zwangerschap dagelijks vervloekte (zes trappen, bekkeninstabiliteit en een dramatisch geheugen is een héle slechte combinatie), maar inmiddels als thuis is gaan voelen. Het huis wat deze hele coronacrisis al als een veilige haven voelt, waar ik weer zwanger werd, een miskraam kreeg en een paar maanden later alweer zwanger bleek. Waar Sam van baby naar dreumes naar peuter ging en waar de bevalling van Lot zich aandiende. Waar ik de hele winter van 2020/2021 knuffelend met mijn baby op de bank gezeten heb en ook zij inmiddels leert lopen. Waar we de keuze maakten om hier nog even te blijven, zodat ik de ruimte had om mijn baan op te zeggen en zzp’er te worden. En hoewel dit echt ons eindstation niet is, begint het na bijna drie jaar wel een serieus hoofdstuk in onze gezamenlijke geschiedenis te worden.

We concludeerden dat het ook eigenlijk niet uitmaakt waar we wonen. Als het maar samen is.

Zo. Dat was me het weekje wel weer. We hielden een soort fabriekje draaiende met kindjes, een baan (van J.) en een bedrijf (van mij). Zondag was ik echt helemaal op en heb ik zo min mogelijk gedaan, behalve het huis een beetje schoonmaken, boodschappen en met de kindjes spelen. En nu is de laatste werkweek van 2021 aangebroken: ik werk vandaag, woensdag en donderdag nog en dan ben ik vrij tot en met 2 januari. Heerlijk vooruitzicht. En heel erg aan toe.

Maandag

Normaal werk ik op maandag en is dinsdag mamadag, maar deze week hadden we het even omgeruild. Dus maandagochtend de warme jassen aan en lekker naar buiten.

Dinsdag

Elke ochtend een gember-kurkumashotje om de weerstand een beetje op peil te houden. Geen idee of het echt werkt, maar ik vind het wel een lekker pittige start van de dag. En ik gebruik m’n borrelglaasjes ook nog eens.
Een interview op locatie! Bij baggerwerkzaamheden in een haven, om precies te zijn. En natuurlijk wil ik dan ook even een rondje mee op de ‘kraan’, als me dat aangeboden wordt. Het ziet er heel gevaarlijk uit, maar de boot liep nog een stuk door én ik had een zwemvest aan, dus het was prima voor elkaar. Leuk om eens te zien hoe het gaat. Funfact: wist je dat je een deel van de bediening van zo’n groot apparaat met je tenen doet? Daarom zitten de machinisten ook altijd op sokken in de cabine.
En toen ik thuis kwam, zag ons slaapkamerraam er ineens zo uit. Bedankt vogel.

Woensdag

Woensdagochtend: aan de slag! Dit is dus mijn thuiskantoor. Typen, typen, typen. Ondertussen had J. mijn zusje opgehaald, want die hadden we ingevlogen als oppas voor donderdag.
Dus ’s avonds keken zus en ik maar weer eens een kerstfilm. The Princess Switch 3. Laten we het erop houden dat ze een vierde deel wel achterwege mogen laten.

Donderdag

Zus paste op en ik werkte beneden. Toen ik even boven kwam, zag ik dit kleine kerstkaboutertje.
En van de lunch maakten we een feestje met (vegan!) kaneelrolletjes van Albert Heijn.

Vrijdag

Vrijdag stond ik voor een opdrachtgever in het Twiske, om hun personeel in vier groepen de marketingplannen voor 2022 te vertellen tijdens een kerstwandeling. Een hele leuke coronaproof opzet. Alleen een beetje fris. En mijn papieren presentatie was niet erg miezerproof, haha!
Ook top: bij de slagboom van de parkeerplaats deed ik mijn raam naar beneden, maar die wilde dus met geen mogelijkheid meer omhoog. Ja, tot de helft. Dus ik ben ’s avonds van het Twiske (boven Amsterdam) naar Zwolle gereden met het raam open. Dat was best fris, kan ik je vertellen.
Maar het was een geslaagde middag en ik kreeg gewoon een kerstpakket van mijn opdrachtgever! Superlief! Er was ook nog eens een doosje brownies bezorgd van een andere opdrachtgever. Kortom: deze zzp’er komt de kerst wel door.

Zaterdag

Met een lockdown in het vooruitzicht kocht ik zaterdagochtend maar even wat extra knutselspullen bij de Action. En daarna deed ik ook meteen boodschappen en haalde wat spullen bij de HEMA. En toen kwam ik bij de fietsenstalling en had ik een uitdaging. Ik gebruik mijn gewone fiets bijna nooit meer, omdat de bakfiets nu eenmaal handiger is, en vergat tijdens mijn gewinkel ook even dat ik niet zo heel veel mee kon nemen. Gelukkig had ik de kinderen niet mee en kon ik hun zitjes gebruiken.
Lunchen met de kaarsjes aan en kerstliedjes op de achtergrond.
Rodekoolschotel van een verspakket. Was erg lekker!
Het bericht die je wist dat zou komen.
Dus daarna heb ik alle kerstcadeautjes maar ingepakt en onder de boom gelegd om mezelf weer op te vrolijken. Het is niet eens zozeer dat de maatregelen mij persoonlijk heel erg raken (ok, behalve dat mijn kappersafspraak niet doorgaat en mijn mat nu al serieuze proporties aan begint te nemen), maar het is vooral het hele uitzichtloze van deze situatie waar ik een beetje moe van begin te worden. Nog even en we zitten al twee jaar in een crisis. Maar goed, relativeren, zegeningen tellen en kijken naar wat er wel mogelijk is.
Zondag hielden we het kalm. De man was van huis om voetbal te kijken, ik scharrelde wat in huis, speelde met de kindjes en deed ze uitgebreid in bad. Toen ze in bed lagen, maakten we kaasfondue en gingen om half tien lekker naar bed.

En nu is het maandag! Ik wens je een hele fijne week 🙂

Sinds een paar jaar maken we elke zondag een weekmenu voor de week daarop. Heel simpel: we verzinnen 5 of 6 gerechten, schrijven de boodschappen die we daarvoor moeten halen op en koken vervolgens tot alles op is. Ideaal, want het bespaart geld, tijd en ruimte in mijn hoofd. 

Wij eten geen vlees en eigenlijk ook nooit gekookte piepers. Daar wordt namelijk niemand echt vrolijk van in dit huis. Wat we dan wel eten? Veel pasta, wraps, bonen en vooruit, soms een zoete aardappel. En hoewel we af en toe een nieuw recept proberen, merk ik dat we toch wel vaak hetzelfde eten. Omdat het makkelijk is en omdat de kindjes die dingen graag eten. Dit zijn de dingen die we met afstand het meeste eten:

Spinaziepasta
Met stip op 1: spinaziepasta. Ultiem studentenvoer, maar ook tien jaar na mijn afstuderen eten we dit nog wekelijks. Uitje, champignons, spinazie uit de vriezer, boursin en penne: klaar. Als we in een dolle bui zijn, bakken we er nog vegetarische spekjes bij.

Wraps
Wraps staan ook bijna elke week op het menu. Met vegetarische kipstukjes, ui, veel kerstomaatjes, komijnpoeder, een beetje chiliflakes, een klein blikje zwarte bonen, een klein blikje maïs en -voor de peuter- ananas. Dat doen we op een wrap met humus, beetje kaas erover en klaar.

Hoe ik pompoensoep het liefste eet: met veel koriander en chiliflakes <3

Soep met pita’s
Toen ik nog bij mijn ouders woonde, aten we op zaterdag altijd soep met brood. Het heeft vrij lang geduurd voor ik het aankon om op een doordeweekse dag soep te eten, maar inmiddels ben ik om. Soep betekent bij ons 9 van de 10 keer pompoensoep. Soms met alleen pompoen en kokosmelk, andere keren ligt er nog een verdwaalde winterwortel of een zoete aardappel in de groentela en verdwijnt die er ook in. Handje rode linzen kan ik ook altijd wel waarderen. Qua kruiden: goede kerrie massala of ras el hanout. En daarbij pitabroodjes met humus.

Kikkererwtencurry met mango en komkommer
Naar dit recept, met mango uit de vriezer en naan in plaats van papadums.

Een curryprutje
Groenten assorti, eventueel nepkip of iets van linzen/kikkererwten, groene currypasta, kokosmelk, rijst en iets van pinda’s.

Zoete aardappelstamppot met een vegetarische schnitzel
Zoete aardappels, gestampt met verse spinazie, een lepel sambal (voor ons) en daar doorheen feta of cashewnoten. Vegavleesje erbij, heerlijk.

Pasta met rode saus
De ultieme gezinsklassieker: pasta met rode saus. Spaghetti of penne met ui, courgette, aubergine, champignons en passata. Meestal zonder vegetarisch gehakt, want dat vindt de peuter vies. 

Groentepizza’s
Op zaterdag of zondag eten we regelmatig pizza, meestal op zo’n groentebodem van Magioni (of van de markt, die zijn een stuk goedkoper). Met veel groenten, olijven, artisjokharten en (geiten)kaas. Lekkerrrr.

Nomnomnom. De burger is naar dit recept en moet je echt proberen.

Ook regelmatig op het menu, maar net iets minder vaak dan bovenstaand rijtje: vegetarische kipkerrie, chili sin carne (dit recept maar dan gewoon zonder gehakt), parelcouscous met geroosterde nectarines (of druiven, buiten het seizoen), venkel en halloumi, ovenfrietjes met een vegaburger en zure komkommer, risotto met bijvoorbeeld bietjes of champignons en bleekselderij, traybakes en lasagne met spinazie. En natuurlijk bestellen we ook wel eens wat. Meestal pokebowls, want warme gerechten overleven de bezorgrit van het centrum naar de vinex over het algemeen niet.

Twee kinderen geleden verslond ik boek na boek. Tegenwoordig staat het lezen op een wat lager pitje door een gebrek aan concentratie, gecombineerd met standaard dichtvallende oogleden na 19:30 en de verlokkingen van social media. Maar toch las ik dit jaar behoorlijk wat boeken. Voornamelijk historische romans, kwam ik achter toen ik dit lijstje aan het maken was, maar verder ook veel non-fictie en chicklits. Dit zijn mijn favorieten van 2021.

Socrates op sneakers – Elke Wiss
Socrates op sneakers is geschreven door praktisch filosoof Elke Wiss. De ondertitel, praktische gids voor het stellen van goede vragen, dekt de lading eigenlijk al heel goed. Het heeft mij er opnieuw bewust van gemaakt hoe belangrijk het is om goede vragen te stellen en vooral, te luisteren naar het antwoord. Vragen stellen zonder oordeel erin. Heel belangrijk. Ik moest een beetje om woorden als ‘verbinding’ en ‘verwondering’ heen lezen omdat ik daar gruwelijke jeuk van krijg, maar al met al heeft dit boek me echt heel erg geïnspireerd. Teken dat ik het echt leuk vond: ik heb het afgelopen jaar drie keer cadeau gedaan aan mensen.

De Nachtegaal – Kristin Hannah
Ik ben nogal een liefhebber van boeken over de Tweede Wereldoorlog en toen ik dit boek op Instagram bij iemand voorbij zag komen, moest ik hem hebben. De Nachtegaal gaat over twee Franse zussen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze leiden compleet verschillende levens, maar proberen allebei op hun eigen manier de oorlog door te komen. Dit boek greep me echt bij mijn strot. Ik wilde alleen nog maar verder lezen. Misschien geen hoogstaande literatuur, maar echt een knap geschreven oorlogsroman. Ik heb gehuild. Dat zegt genoeg.

Fortuna’s kinderen – Annejet van der Zijl
Vorig jaar las ik het boekenweekgeschenk Leon & Juliette, geschreven door Annejet van der Zijl. Een prachtig, gruwelijk en waargebeurd liefdesverhaal tussen een witte Nederlandse man en een zwart meisje in het zuiden van Amerika van 1820. Voor mensen als Juliette, slaven, was het leven grof en wreed. Maar Leon valt voor haar, koopt haar vrij en ze krijgen een (geheime) relatie. Het verhaal van Leon & Juliette is verwerkt in Fortuna’s kinderen. Het gaat verder over de nazaten van dit bijzondere stel over een periode van twee eeuwen. Tijdens de burgeroorlog, de goldrush in California en daarna. Ik heb het in een paar avonden uitgelezen en was er stil van toen ik het uit had. Ga dit lezen.

Rode sneeuw in december – Simone van der Vlugt
Ik heb een zwak voor de historische romans van SImone van der Vlugt en las er meerdere dit jaar: Het schaduwspel, De lege stad, De kaasfabriek en Rode sneeuw in december. Dat laatste boek is me het meeste bijgebleven. Het speelt zich af tegen de achtergrond van de Tachtigjarige Oorlog (168-1648). Een oorlog waar ik precies niets van af wist, maar waar de schrijfster me helemaal in mee wist te nemen. Ik vind het knap hoe de boeken van van der Vlugt je altijd helemaal opzuigen. Het zijn misschien historisch en literair gezien niet de allerhoogste hoogstandjes, maar ze krijgt het wel altijd voor elkaar dat ik mijn boek niet meer weg wil leggen omdat ik wil weten hoe het afloopt.

Stasiland – Anna Funder
De recente geschiedenis van Duitsland blijft mij altijd fascineren. In Stasiland wordt je meegenomen in de DDR en vooral in de praktijken van de Stasi (Ministerium für Staatssicherheit). De interviews van de schrijfster met zowel burgers als voormalig medewerkers van de Stasi geven een bijzonder kijkje in het absurde ‘normaal’ van nog maar een paar decennia terug. In datzelfde thema las ik trouwens ook Statiegeld voor mijn moeder, een boek met persoonlijke verhalen uit de DDR-tijd. Dat was heel interessant, maar ook wel erg letterlijk opgeschreven. Las minder lekker weg. 

Bonus: de chitlit-favorieten van dit jaar
Deel 1 tot en met 6 las ik in 2020, maar in 2021 las ik ook de Zevende Zus uit de bekende reeks. Leest als een trein, maar ik vond de eerdere delen beter. In datzelfde genre lag bij de bieb deel 1 van de reeks de Kleuren van Schoonheid (dat klinkt al heel Bouquet) van Corina Bomann: Sophia’s hoop. Las ook lekker weg. Verder heb ik de Café Zon & Zee-boeken van Jenny Colgan ontdekt en ben ik ook fan geworden van Debbie Johnson, de Duincafé-reeks.

Ik was net in de plaatselijke Intertoys. Dat was natuurlijk een slecht idee, want het is woensdagmiddag én vlak voor kerst, dus ik had beter moeten weten. Maar aangezien ik een cadeautje nodig had en geen zin had om onze lieve pakketbezorger nóg meer werk te bezorgen, was ik er toch. Het was er, zoals te verwachten, druk.

“Mama, gaan we nu deze uitpakken?” hoorde ik een meisje achter me zeggen. Ik spitste mijn oren om het antwoord van de moeder te horen, want iets uitpakken in een speelgoedwinkel lijkt me tegen de regels, maar ik geef mijn kind ook wel eens een paar druiven in de winkelkar. Dit was van een ander niveau, maar toch: ik was benieuwd naar het antwoord.

De moeder stemde in: “Ja, jij mag deze en dan doe ik deze.” Toen kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en draaide me om. Het meisje was een jaar of acht en zat op de grond naast haar moeder -die een Intertoys-naamkaartje droeg- bij een grote stapel kratten met nieuw speelgoed, die duidelijk in de vakken moesten.

Op datzelfde moment kwam er een jongetje aanrennen. “Mama! Ik ben klaar met stofzuigen! Wat kan ik nu voor je doen?”
Het meisje stond ondertussen naar een grote doos met L.O.L. Surprise-poppen te kijken. “Mama! Wat zit hierin?!”
Het jongetje weer: “Mag ik in het magazijn gaan spelen?”
Het meisje, op dwingender toon: “Mama! Deze wil ik ook voor kerst.”
Het jongetje weer: “Mama, ik wil niet meer stofzuigen, ik wil kijken of er al nieuwe LEGO binnen is!”
Een klant: “Mag ik iets vragen? Ik zoek een loophondje voor mijn kleindochter, maar ik kan ze nergens vinden.”
Het meisje: “MAMA!”
Het jongetje: “Mam, denk je dat we morgen wel naar school kunnen voor het kerstfeest?”
De klant: “Mevrouw?”

Zou thuiswerken met kinderen erger of minder erg zijn dan je kinderen noodgedwongen mee moeten nemen naar je werk in een speelgoedwinkel in de drukste weken van het jaar?

Ik denk stukken minder erg.

Arme vrouw.
En arme ouders die de komende week ook weer last-minute voor dit soort keuzes komen te staan.

We gaan nu wel heel rap richting het einde van het jaar. Richting feestdagen en vooral richting deadlines, want deze zzp’er heeft ongeveer alles ‘voor de kerst’ aan d’r opdrachtgevers beloofd. En dat betekent nu: alle zeilen bij. Op nét te weinig slaap. Dat is een mooie samenvatting van mijn week, maar hieronder vind je de uitgebreide versie. Voor de liefhebber (hai mam!).

Maandag

Maandag had ik een heel leuke strategiesessie bij één van mijn opdrachtgevers. Zo’n lekkere ouderwetse geeltjessessie vol mooie plannen voor 2022. Daarbij komen er altijd meer dingen voorbij dan daadwerkelijk belangrijk voor de contentmarketingstrategie, maar dat maakt het ook heel leuk. En toen kwam ik thuis, loste mijn moeder af zodat ze voor het donker naar Noord-Holland terug kon en moest even schakelen van strategiesessie naar stempelsessie met de peuter. Hier was het inmiddels bijna etenstijd en had ik de baby (neehee, dreumes) maar even in de doek geknoopt om nog iets gedaan te krijgen. En mijn leuke kerstverlichtingtrappetje daar op de achtergrond? Die was “helemaal per ongeluk echt niet expres” van de vensterbank gevallen, aldus de peuter. En kapot.

Dinsdag

Over de nacht van maandag op dinsdag gaan we het maar niet hebben, maar dinsdagochtend ging ik er weer met frisse moed tegenaan. Er stond een ochtendje allergietest op de planning met de jongste en ik stond al vroeg voor een Groot Dilemma: krabben of fietsen door de kou? Het werd fietsen. Uiteraard. De ochtend brachten we dus volledig in het ziekenhuis door, maar de allergietest ging goed. Ze is nog steeds allergisch, bleek de nacht daarop.
’s Middags deden we spelletjes, gingen nog even een frisse neus halen en deden het verder vooral heel rustig aan.
Dinsdagavond werkte ik de eerste versie van de strategie van maandag uit en ging heel vroeg naar bed met dit prachtige boek.

Woensdag

Woensdagochtend liep ik al héél vroeg (om 5:15 om precies te zijn) buiten met de draagzak. Dan heb je nog wat aan je dag, hmm? Nee geintje, ik probeerde ook maar gewoon iets om te kijken of dát dan hielp tegen het huilen. En ik begon me inmiddels een beetje bezwaard te voelen richting onze buren na een turbulent nachtje. Toen we om half acht weer thuiskwamen zag de keuken er wel heel gezellig uit. De rest van de dag heb ik gewerkt, gewerkt en nog eens gewerkt.
En ’s avonds volgde ik een webinar van Eindelijk Slapen over doorslapen. De slechte nacht van dinsdag op woensdag was te verklaren vanwege de allergietest, maar voor andere nachten zouden wat nieuwe inzichten welkom zijn. Blijkbaar werkte het inspirerend (of was ze gewoon net als ik uitgeput), want er werd doorgeslapen! Verder haalde ik er niet zo heel veel uit, moet ik zeggen. We blijven het maar gewoon op onze eigen manier doen. Als ze 18 is, zal het wel beter zijn.

Donderdag

Ik begon de dag met een heerlijk wandelingetje in de vrieskou. Zo mooi!
En verder had ik een hele leuke digitale afspraak over een nieuwe samenwerking, typte kilometers aan een stuk en gunde mezelf ’s middags een warme chocolademelk. Weinig fotogeniek, wel lekker.

Vrijdag

Vrijdagochtend paste mijn schoonvader op en maakte ik van de gelegenheid gebruik om even een ochtendje buiten de deur te werken. Lekkere cappuccino, geroezemoes en een ander uitzicht dan mijn flamingobehangetje deden me goed.
En ’s middags was er tijd voor de meisjes. Okee, dat is niet helemaal waar, de peuter keek ook nog even een filmpje terwijl de baby sliep zodat ik nog een paar dingen af kon maken. Maar verder werd er gepuzzeld…
… en gingen we lekker lang naar de kinderboerderij. Daar stond dit superschattige schaapje.

Zaterdag

Zaterdagochtend was ik blij, want ik had best aardig geslapen, hoefde niks, dronk een kop koffie én we waren heerlijk binnen aan het rommelen met zijn vieren terwijl het buiten koud was.
En daarna gingen we even naar de markt voor kaas en brood. Altijd fijn.
En opa Oscar besloot na een week de kerstboom maar eens van dichtbij te bekijken. Vroeger sneuvelde er nog wel eens een balletje, maar ze vinden zichzelf tegenwoordig te oud voor die onzin.
En ’s avonds deden we een spelletje Pandemic met een glas wijn erbij.

Zondag

Niet verder vertellen, maar ik werkte de hele zondagochtend om twee artikelen af te maken. Maar ondertussen werd er boven ook hard gewerkt.
Ik geloof dat er ook een of andere F1-race was met een Nederlander? 😉
Wij hebben er behalve de vuurwerkshow van de achterbuurman toen de winst eenmaal binnen was, helemaal niets van gezien. Dit was veel leuker op een regenachtige zondagmiddag.
En ik sloot het weekend af met een gezellige Berlijn-bingo, georganiseerd door Emma. Geen bingo gescoord, maar het was wel gezellig!

Tot zover mijn week. Ik begin deze week met een gezellige mamadag en moet dan echt nog even flink knallen om alles af te krijgen, want de week daarna werk ik nog maar twee dagen. Christmas is comiiiing…

Wij doen graag spelletjes (ik maakte ooit deze post over onze favoriete spellen en die klopt nog aardig, al zijn wel inmiddels ook overgestapt op de nieuwste Keer op Keer) en ik vind het dan ook heel leuk dat de peuter inmiddels ook de leeftijd (3,5) heeft bereikt dat ze openstaat voor een spelletje. Daarbij is enige flexibiliteit van onze kant omtrent de spelregels wel belangrijk, maar ook dat gaat steeds beter. Inmiddels kunnen we ook het ongunstige deel van de regels (op je beurt wachten, een beurt overslaan, een steentje terug moeten leggen) redelijk overbrengen, zonder dat het spelbord per direct van tafel gemaaid wordt. Kortom: ze groeit en ze leert. En ik kan niet wachten tot we samen kindermonopoly kunnen spelen. Tot die tijd vermaken we ons met onderstaande leuke spelletjes.

Eenhoorn Flonkerglans
Lange tijd stond Eenhoorn Flonkerglans bij ons synoniem voor een woede-aanval, maar sinds een paar weken gaat het echt heel goed en blijkt het een heel leuk spel te zijn. Het is een superroze spelletje van het Duitse merk Haba en de bedoeling is overzichtelijk: als eerste met je eenhoorn bij de finish komen met zoveel mogelijk diamantjes in je bezit. Daarvoor gooi je eerst met een dobbelsteen die aangeeft of je 1, 2 of 3 wolkjes vooruit mag en als je dan op een roze wolkje belandt, mag je nog een keer gooien met een andere dobbelsteen voor het aantal diamantjes dat je verdiend hebt. Verder kun je nog diamantjes weggeven (geen populair concept bij de peuter) en moet je soms een beurt overslaan. Die twee dobbelstenen maakten het in het begin nog wel eens lastig, maar vanaf een jaar of 3,5 is het goed te begrijpen. Het leukste vind ik dat de diamantjes echt felroze fonkelende steentjes zijn, maar ik ben diep van binnen ook nog steeds een peuter.

Kleurentorentjes
Kleurentorentjes van Jumbo spelen we al ruim een jaar en blijft leuk. Het is heel simpel: je gooit met een kleurendobbelsteen om gekleurde kraaltjes op een stokje te rijgen. Als je een kleur gooit die je al hebt, moet je een beurt overslaan. Duurt niet te lang, is makkelijk mee te nemen en het leert ze kleuren herkennen. Enige nadeel is dat de kralen van levensgevaarlijk formaat zijn voor de baby, dus het moet echt aan tafel gespeeld worden en ik tel angstvallig alle kraaltjes na als we klaar zijn om zeker te weten dat ik er straks niet eentje uit een luchtpijp moet heimlichen.

Memory
Good old memory. Ik weet nog dat wij hem vroeger thuis met Disney-figuren hadden. Die is helaas ergens gesneuveld, maar in plaats daarvan hebben wij een variant met gezichtjes die ik ooit bij Flying Tiger heb gescoord. De peuter vindt het geweldig. En ze is er ook verrekte goed in trouwens. We begonnen ooit met 6 setjes, om het niet te lastig te maken, maar inmiddels zitten we op een stuk of 12 en dat gaat ook heel goed. Bij de peuter dan. Ik word elke keer weer geconfronteerd met mijn mom brain.

Kroko Loko
Kroko Loko is óók een soort memory, maar dan nog leuker. Je bent een krokodil en je hebt honger, dus je moet kaartjes scoren waarmee je steeds groter wordt. Dat doe je door de dobbelsteen te gooien. Daarop staat of je een land-, lucht- of waterdier mag pakken. Je draait een kaartje om en als daar de juiste diersoort opstaat, mag je hem aan je krokodil toevoegen. Superleerzaam, want het leert kinderen welke dieren waar leven én ook weer zeer goed voor het geheugen. Degene met de langste krokodil wint. En dat is altijd de peuter, gek genoeg.

Dit zijn de vier populairste spelletjes bij onze peuter. Hiernaast spelen we ook nog wel eens Wij ruimen op (ook van Haba), maar daar begint ze een beetje te oud voor te worden. En ze wil ook altijd graag schaken met haar vader. Ze kent alle stukken inmiddels bij naam (ze weet nu al meer dan ik) en Jona probeert haar nu de toegestane zetten te leren, maar voordat ze in de Queen’s Gambit schittert, zijn we nog wel een paar jaar verder. 

Zijn jullie ook van die spelletjesfans?

‘Het blijft niet zo’, zeg ik soms tegen mezelf als ik er even helemaal klaar mee ben. Als ik gewoon even niét voor wil lezen, geen vakantietje wil spelen, als ik even alleen naar de wc wil en geen zin heb om eerst een kwartier bezig te zijn met onderhandelen, jassen aan, laarzen zoeken en mutsen over mopperende hoofden trekken voordat we überhaupt eens een keer de deur uit zijn. Als ik om half drie ‘s nachts zuchtend mijn voeten op de koude vloer zet om een verloren speen terug te halen, te sussen en fluisteren dat het nog geen ochtend is. Als ik voor de derde keer op een ochtend een boterham sta te smeren waarvan ik weet dat ‘ie maar half opgegeten wordt. 

Als er geschreeuwd wordt om nog een hapje maar mama écht eerst moet blazen omdat het nog zo warm is, schatje. Als ik de godganse dag in de derde persoon over mezelf blijk te praten ondanks alle goede voornemens dat niet te doen. Als de net gepoetste wc binnen tien minuten doorweekt is met laten we hopen dat het water is. Als ik ondanks alle goede voornemens om ons huwelijk altijd bovenaan de prioriteitenlijst te laten staan, avond aan avond in slaap val op de bank zonder ook maar iets van romantiek. Als ik kortaf reageer op een peuter die eigenlijk niets verkeerd doet.

‘Het blijft niet zo. Ze zijn maar eventjes zo klein. De dagen zijn lang, maar de jaren zijn kort. Nog even en je verlangt naar deze periode, waarin ons gezin het middelpunt van de wereld is. Waarin er niemand anders bestond dan papa en mama. En okee, opa en oma en tantes en Paw Patrol. Maar waarin ze uiteindelijk altijd weer bij ons uitkomen. Probeer ervan te genieten, beweeg mee.’

Die eerste jaren van het ouderschap, ze zijn alles tegelijk. Loodzwaar en prachtig. Lachen en huilen. Overstromen van liefde en tegen de bank schoppen van frustratie. Engelengeduld en kortaf snauwen. Het duurt soms zo lang en tegelijkertijd weet ik dat het zo ga missen als ze eenmaal tien en twaalf zijn.

Ik zeg het omdat ik het anders soms even vergeet.

Raindrops on roses and whiskers on kittens
Bright copper kettles and warm woolen mittens
Brown paper packages tied up with strings
These are a few of my favorite things.

  1. Een babymuts
    Mijn schoonmoeder breide op verzoek een ‘elfenmuts’ a.k.a. een babybivakmuts voor mijn jongste naar dit patroon. We hebben donkerroze merinowol gebruikt en het is zó schattig, zo’n puntmutsje met die bolle wangetjes eruit. Groot voordeel: ze krijgt hem moeilijk zelf af én hij houdt ook haar nek warm, dus geen gedoe met sjaaltjes.
  1. Mijn nieuwe airpods
    Als ongeveer laatste ter wereld kocht ik draadloze Apple oordopjes. Ik ben er zielsgelukkig mee! Betere geluidskwaliteit, geen snoertjes meer in de knoop en lekker draadloos interviewen. Was iedere euro waard.
  1. Lichtjes in de bakfiets
    Een paar weken geleden maakte ik een sliert gekleurde kerstlichtjes op batterijen in de tent van de bakfiets. Gewoon, met heel veel tiewraps. Het staat zó gezellig in het donker en we hebben er veel bekijks mee. 
  1. Oude knipsels terugvinden
    Jaren geleden, in oktober 2015, stonden we eens met een interview en foto’s van ons oude huis in de krant. Laatst vond ik hem terug en het was heerlijk om terug te lezen. En och kijk nou, ons lieve oude huisje en onze mooie gele bank!
  1. Nieuwe speeltuinen ontdekken
    Weer of geen weer: onze peuter moet dagelijks even uitgelaten worden. En hoewel we 9 van de 10 keer naar dezelfde speeltuin gaan, is het ook leuk om nieuwe speeltuinen te ontdekken. Zoals dit supercoole schoolplein!
  1. Stadslichtje Hoorn
    Voor de verjaardag van de jongste kreeg ík dit cadeautje van mijn moeder: een papieren silhouet van mijn oude hometown Hoorn. Het is een Stadslichtje en je hebt ze van diverse (nogal random) steden. Heel leuk!
  1. Het huis verkerstificeren
    Inmiddels staat de kerstboom ook, maar ik begon al ergens begin november met lichtjes, sterretjes en glitters in huis. Kan er niets aan doen, maar ik word daar zo vrolijk van.
  1. Vegan rendang
    Vegan rendang naar recept van OhMyFoodness met zoetzure komkommer en patat: het ultieme zondagsfood.
  1. BuZa
    Iedere vrijdagavond kijken we de serie BuZa op Nederland 1. Toen ik net opzocht op welk net het ook alweer is, kwam ik erachter dat de serie maar uit 4 afleveringen bestaat en dat vanavond alweer de laatste is. Superjammer. Want dit is echt een mooi gemaakte, toffe serie over een minister van Buitenlandse zaken met de nodige issues en zijn assistentes. Met Kees Prins. Een een intro dat rechtstreeks gekopieerd is van Homeland (maar dat vergeven we ze). Gaat dat (terug)kijken!
  1. Werkdrukte
    Ik heb het hartstikke druk (en tijd te kort omdat we tijdelijk geen opvang hebben), maar ik geniet er enorm van. Nog even knallen en dan straks twee goddelijke weken vrij!