Category

Blogmas

Category

Onze gastouder is uit de running. Al twee weken en sowieso nog tot na de kerstvakantie. Onhandig, zeker nu ik in de laatste weken van het jaar nog even wil knallen, maar voor ons gelukkig niet onoverkomelijk. Ik ben als zelfstandig tekstschrijver flexibel en we hebben de beste opa’s, oma’s en tante die we ons maar kunnen wensen voor de meisjes. Maar dit scenario was er wel eentje waardoor we in eerste instantie voor een kinderdagverblijf kozen, toen we kinderopvang nodig hadden. In deze blog neem ik je mee in onze afwegingen en leg uit waarom we uiteindelijk toch voor een gastouder gingen.

Toen ik drie maanden na de geboorte van de oudste weer aan het werk ging, ging zij twee dagen per week naar een kinderdagverblijf. In een behoorlijk grote groep met kindjes tussen de drie maanden en drie jaar. De eerste weken ging het prima, maar na een tijdje merkten we dat er dingen waren waar wij niet zo blij van werden. Zo had ze vaak duidelijk een hele tijd met een vieze luier gelegen, was ze doodop omdat ze te weinig sliep, had duidelijk veel gehuild en zat altijd onder de etensresten en andere viezigheid.

Niet blij met het kinderdagverblijf
Daar hebben we een aantal keer iets van gezegd, maar we begrepen ook dat een kleine baby in een groep met oudere baby’s en dreumesen al snel het onderspit delft. Ik denk echt dat de leidsters hun uiterste best deden om de boel in goede banen te leiden, maar er moesten nu eenmaal veel luiers verschoond worden en veel kindjes vermaakt worden. Ze zijn toen iets meer aandacht gaan besteden aan het slapen, maar de rest bleef zoals het was. Omdat het personeelsverloop groot was, waren er bovendien elke keer andere gezichten op de groep. Kortom: we waren er niet echt blij mee, maar ik dacht ook ‘overal zal wel iets aan te merken zijn, het zal er wel bij horen.’

Op zoek naar iets anders
Een paar maanden later kochten we een nieuw huis aan de andere kant van de stad. Deze kinderopvang aanhouden zou een logistieke nachtmerrie worden en bovendien vroeg ik me steeds meer af of dit nu wel de goede keuze was, dus gingen we op zoek naar iets anders. We konden overgeplaatst worden naar een andere vestiging van ons huidige kinderdagverblijf, maar ik was inmiddels ook wel nieuwsgierig naar gastouderopvang. Wij hadden vroeger zelf vier dagen per week een oppas aan huis en daar heb ik alleen maar goede herinneringen aan. Maar ik had ook wel wat vragen: hoe weet je of je geen enge pedofiel treft, wat kost dit in vredesnaam en wat als je gastouder ziek is?

Gastouderbureau
Dus: op naar Google. Daar leerde ik dat de meeste gastouders via een gastouderbureau werken, via de organisatie gescreend worden en dat alle facturering en kinderopvangtoeslag ook via hen verloopt. Bovendien kan het bureau ook vervanging regelen, als dat nodig is. Ik plaatste een oproepje op de opvangmarkt van een de bureaus en kreeg volgens mij wel twintig reacties. Daarvan heb ik er met twee koffie gedronken, waarbij de ene echt meteen afviel en we bij de andere direct een goed gevoel hadden.

Kleinschalig en persoonlijk
Ze heeft een kleinschalig kinderdagverblijfje aan huis, dus vangt niet op in haar woonkamer. Hiervoor werkte ze jarenlang in de kinderopvang, dus ze heeft alle papieren, en ze is lekker vlot en nuchter. Met maximaal vijf kindjes tegelijk is er bovendien genoeg aandacht. En ook fijn: het uurtarief ligt op ongeveer de helft van het kinderdagverblijf. Een kanttekening is wel dat ze in de schoolvakanties gesloten is, maar omdat we dat steeds een jaar van tevoren al weten, kunnen we daar zelf ook rekening mee houden.

Beste keuze ooit
Wij waren meteen heel enthousiast. En ons kleine dametje van toen negen maanden ook. Die kwam veel relaxter thuis, sliep daar goed, werd op tijd verschoond en speelde heerlijk met andere kindjes. Altijd hetzelfde gezicht, een rustige overdracht aan het begin en het eind van de dag en volop speelgoed, boekjes en buitenspeelmateriaal. Dus toen kleine zus erbij kwam, waren we heel blij dat er nog een plekje vrij kwam. Een gastouder vinden wij echt veel fijner dan een kinderdagverblijf. Vooral de onze. Het enige nadeel: we zijn nu zo verwend met onze gastouder, dat ik geen vervanger wil omdat ik niemand goed genoeg vind… 😉

Ik ben gefascineerd door Duitsland. Door het land, de geschiedenis, de taal, de mensen, de hoofdstad: hoe Duitser, hoe beter. Een fascinatie die ontstaan is op de woonark van mijn oma. Zij runde een zimmer frei – iets dat we nu als een spartaanse bed&breakfast zouden omschrijven, maar in het Hoorn van de vorige eeuw waren de meeste toeristen Duits en bestond AirBnB nog niet, dus was het gewoon een prima overnachtingsmogelijkheid. Drie kamertjes, bruin betegeld sanitair dat men deelde met de andere gasten en Frühstück aan de keukentafel.

In het weekend mocht ik altijd helpen. De tafel dekken met het gastenservies, vleeswaren in bakjes leggen en de eitjes onder de zelfgemaakte eierwarmers op tafel zetten. Tot slot de roomboter, die -als de gasten geluk hadden- de avond van te voren al in de kast gezet was om zachter te worden. Zodra de gasten kwamen, verdween ik achter de bar in de keuken, om die onverstaanbare volwassenen van een afstandje te bestuderen. Soms waren het Italianen of Fransen, maar de meeste gasten waren Duits.

Lievelingsstad 🙂

Ik praatte niet met ze, want ik sprak geen Duits. En zij praatten over het algemeen ook niet tegen mij, omdat ze verdiept waren in hun eigen gesprek, dat in mijn herinnering altijd op discrete fluistertoon gevoerd werd. Duitsers waren de beste gasten. Niet zo handtastelijk hysterisch als Italianen, of eng als Fransen, maar keurige opa’s en oma’s die me soms nog wel eens een Duitse Mark toestopten. Muntstukken waar ik niets aan had, omdat wij nou eenmaal altijd naar Frankrijk op vakantie gingen.

In groep 8 gingen we op schoolreis naar het Anne Frank Huis. Ter voorbereiding mocht ik een spreekbeurt houden over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Uit de grote eiken boekenkast van mijn oma kwam een fotoboek tevoorschijn met herinneringen aan de oorlog: voedselbonnen, allerhande verklaringen en foto’s. Het maakte verhalen los, over hoe mijn opa als jongeman te werk gesteld werd en over de hongerwinter, die op het Noord-Hollandse platteland anders beleefd werd dan in de grote stad. En, zo bleek uit mijn research als elfjarige, hoe dat allemaal veroorzaakt was door de Nazi’s. De Duitsers.

Hoe konden die vriendelijk mompelende mensen, die op zaterdagochtend bij mijn oma aan de ontbijttafel zaten, iets te maken hebben met die vreselijke oorlog? Daar werd het zaadje voor mijn fascinatie geplant. Ik wilde er meer van weten. Over Duitsland, over de oorlog, die muur waarover gezongen werd op de radio en het raadsel van de vriendelijke Duitsers aan de ontbijttafel.

Inmiddels, bijna twintig jaar later, weet ik dat Duitsland meer is dan haar recente geschiedenis. De twintigste eeuw heeft haar niet-te-missen sporen achter gelaten, maar er is ook een Duitsland van daarvoor en een Duitsland van daarna. En daar wil ik nog heel veel meer over lezen, leren en vooral: van zien.

Kerstbomen staan vrij hoog op mijn lijstje met dingen waar ik blij van word. Dus zodra de Sint zijn hielen heeft gelicht, hijs ik de boom uit de garage en sla aan het versieren. Dit jaar was dat op zondag 5 december. Eigenlijk een dagje te vroeg, maar zondag is gewoon een mooie dag om de boom te versieren. Natuurlijk had ik hulp van een ijverige peuter, die me al twee weken vroeg wanneer we de kerstboom gingen opzetten. Eenmaal aan de slag verloor ze al vrij snel haar interesse in de grote boom, maar stortte zich helemaal op het versieren van de kleine boompjes die ook uit de doos kwamen. Prima. Kon ik lekker mijn eigen boom versieren.

Een groot deel van mijn kerstballen is van mijn opa geweest. Ik ben verliefd op die kerstballen. Het zijn de kerstballen die mijn vader en zijn drie broertjes uitgezocht hebben, toen ze nog kleine jochies waren. Ik heb mijn oma nooit gekend, maar ik kan me voorstellen dat ze als enige vrouw in een huis vol mannen, blij was met dat soort kleine dingetjes. Dat die rouwdouwers ook oog konden hebben voor de schoonheid van een kerstklokje. Of een kerstbal met een lachende zon erop. Of een groene sneeuwpop met t-rex armpjes. Een roze paddenstoel. En dat het dan helemaal niet uitmaakte dat het qua kleur niet allemaal perfect bij elkaar paste.

De oude ballen hangen op veilige hoogte, buiten het bereik van grijpgrage handjes. Lager in de boom hangen de nieuwere versieringen. Een zak patat, een plastic glitterunicorn en onze voorletters in gouden belletjes. Het is een bont geheel, maar het zijn allemaal dingen waar we blij van worden. Hier geen uitgekiend kleurenschema, maar een boom vol mooie herinneringen. Alles mag de boom in.

En misschien nog wel meer dan van het versieren zelf, geniet ik van het uitpakken van de spulletjes. Van doosjes vol krantenpapier in verschillende stadia van vergeling, gevuld met kerstballen. Elk jaar ben ik weer verbaasd over wat er allemaal uit mijn vier verhuisdozen aan kerstspullen komt. Het is altijd meer dan er daadwerkelijk in de boom en in huis past. En elk jaar koop ik tóch weer iets erbij, zoals dit prachtige vogeltje van Käthe Wohlfahrt, dat ik deze zomer in Berlijn kocht. In de meest hysterische kerstwinkel die ik ooit gezien heb trouwens.

Zo. In vol ornaat. Vol met lampjes en herinneringen. En een scheve piek, want die mag de peuter er vanaf mijn nek bovenop zetten.

De rest van het huis pakten we ook nog even mee, zoals Harry hier demonstreert.

De grote kerstboom staat in de eetkamer, omdat de woonkamer ook de speelruimte van de meisjes is. Daar hebben we alleen een versierde kamerden in de vensterbank staan, met de Playmobil kerststal eronder. Nu ik naar de foto kijk, geloof ik trouwens wel dat Jozef even boodschappen was gaan doen en Maria ondertussen de buurman op bezoek had. Die man met die pet is niet de Jozef die bij het stalletje hoort…

Ook vaste prik in ons kersthuis: de papieren huisjes van Jurianne Matter. Ze maken me instant vrolijk als ik ze neerzet.

Nu is de laatste maand van 2021 écht aangebroken. Nog tweeënhalve week en dan is het kerst! Ik vind het altijd een heerlijke tijd, en hoewel ik het dit jaar drukker heb dan ooit, probeer ik heel bewust te genieten van de sfeer, de lichtjes, 100 keer dezelfde liedjes op de radio en alle rituelen die de kersttijd zo bijzonder maken. Heerlijk.

Mijn zusje en ik gaan elk jaar naar een kerstmarkt in Duitsland. Best wonderlijk, want we houden niet van Glühwein, niet van drukte en kopen eigenlijk nooit iets op zo’n markt. Na een rondje kerstmarkt gaan we daarom ook meestal gewoon een beetje shoppen, wandelen en eten, want daar zijn we veel beter in. Maar goed, tradities zijn er om in ere te houden, dus gaan we elk jaar weer. Dit keer: de Düsseldorf-editie!

Düsseldorf is zo’n Duitse stad waar ik nooit iemand over hoor, terwijl het maar 2,5 uur rijden is vanuit Zwolle en het de zevende stad van Duitsland is. Best een stad van formaat dus. En hoewel ik het zeker niet de mooiste of gezelligste stad van het land vind, kun je je er prima een paar dagen vermaken. Kortom: let’s go.

Natuurlijk denk je nog wel even drie keer na voor je op citytrip gaat in coronatimes. Maar, zo besloten we, als we er een beetje verstandig mee om gaan, moet het kunnen. Dus met onze eigen auto gegaan, allebei getest voor vertrek, bewust op doordeweekse dagen in plaats van het in weekend gegaan om drukte te vermijden, afstand houden en handen wassen en eigenlijk de hele tijd ons mondkapje op gehouden. In Düsseldorf werden we in bijna alle horeca en op de kerstmarkten gevraagd naar ons vaccinatiebewijs. Zegt natuurlijk ook niet alles, maar goed. Het leven moet ook een beetje leuk blijven. Om Duitsland in te komen moesten we ook een Einreise anmeldung invullen, maar daar heeft verder niemand naar gevraagd.

Düsseldorf in de miezer op donderdagmiddag. Na een heerlijke lunch bij Sätgrunn (vegan aanrader!) zijn we de stad in gegaan.
Düsseldorf heeft zes kerstmarkten. Dit was die op de Köningsallee (kortweg ‘die Kö’ genoemd). Zoals je ziet was er echt geen hond. Lekker rustig, maar ook wel erg sneu voor alle ondernemers in de kraampjes.
Volgende kerstmarkt: ook uitgestorven. Dus dan maar een glühweintje. Best vies, maar goed, hoort erbij.
Oud Duits gezegde.
Düsseldorf is zoals veel Duitse steden grotendeels verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog, dus je komt weinig écht oude gebouwen tegen. Dat maakt het centrum ook een beetje ongezellig, om eerlijk te zijn. Dit was dan wel weer een mooi hoekje!
’s Avonds een hapje eten (heerlijk, ná vijf uur uit eten gaan, de luxe die je tegenwoordig kunt waarderen he?) bij Casita Mexicana.
En daarna maskertjes en een kerstfilm in het hotel.
De volgende ochtend: lekker wandelen in de richting van de Rijn. En dan kan ik het nooit laten om even een Hinterhöfe in te duiken.
Langs de Rijn.
Obligate kerstbalfoto die niet mocht ontbreken in het rijtje.
Keurvorst Jan-Wellem (geen typfout, zo heette de beste man) op zijn paard op de Marktplatz. Daar was een hele sfeervolle kerstmarkt opgesteld, maar die was om 10 uur ’s ochtends nog dicht.
Het oude Rathaus op de Marktplatz. Het oudste deel van het complex stamt uit de 16e eeuw en het is nog steeds in gebruik als gemeentehuis.
En toen hadden we deze wel verdiend.
Met een Zimmtschnecke zo groot als mijn hoofd.

En na precies 23 uur en 57 minuten, volgens de betaalautomaat in de parkeergarage, zaten we weer in de auto terug. Met volle tassen, want als we in Duitsland zijn slaan we altijd flink in bij de DM, en volledig in kerststemming. Want hoewel het heel rustig was in de stad, waren alle lichtjes en versieringen wel heel sfeervol. Heeft Düsseldorf mijn hart gestolen? Neuh. Maar het lijkt me leuk om Düsseldorf buiten coronatijd nog eens te bezoeken. In de zomer bijvoorbeeld. Want we hebben nu vooral Mitte en Altstad bekeken, maar er schijnt aan de overkant van de Rijn nog een leuk stadsdeel te zijn. En die grijze novemberjas doet eigenlijk geen enkele stad goed. Dus Düsseldorf: we’ll be back!

Ik ben geen achttien meer. Sterker nog: ik ben 31 en heb twee kinderen gekregen. En daarom ziet mijn lijf er ook niet meer uit als toen ik achttien was. Ik heb een moederlijf.

Moeder natuur was redelijk mild voor me. De striae bleef me op wat barstjes aan het einde van mijn zwangerschappen na bespaard, mijn buik slonk na een half jaar borstvoeding ongeveer terug naar dezelfde proporties en mijn borsten zijn niet gaan hangen, maar gewoon opgelost in het niets. Het kon erger. 

Maar toch ziet niets van mij eruit zoals het eruit zag. Het is zachter en een beetje voller. Dat vind ik niet zo heel erg, geloof ik. Maar wat me wel stoorde is dat ik zo’n ongelooflijk slappe hap geworden was. Vóór mijn eerste zwangerschap reed ik redelijk fanatiek paard. En hoewel er mensen zijn die beweren dat het paard al het werk doet, doet het echt een heleboel voor je lijf. Voor je core, met name. Tussen de twee zwangerschappen in deed ik weinig sportiefs en na mijn bevalling van vorig jaar (korte samenvatting: in krap 4 uur een baby van 4,5 kilo gelanceerd) bleef ik ook een poosje weg bij alles wat intensiever was dan een rondje wandelen. Maar ja, zo lang niksen, dat hakt erin. Conditioneel kom ik nog aardig mee (thanks to een huis met zes trappen), maar qua spierkracht en strakheid was het echt een drama. Dat moest anders. 

Dus vorige week volgde ik een proefles bootcamp. Dat leek me altijd vreselijk, onder leiding van zo’n schreeuwende instructeur jezelf afbeulen in de stromende regen op een of andere parkeerplaats. Maar goed, van klagen wordt je ook niet strakker, dus het moest maar. 

We vielen met ons neus in de boter, want de juf voorspelde een “lekker pittige training”. Daar was geen woord aan gelogen. Ik weet niet precies hoe vaak ik met een kettle bell gezwaaid heb en hoeveel miljoen lunges, squats en buikspieroefeningen ze me liet doen, maar ik was ge-sloopt. En ik moest tegelijkertijd toegeven dat het eigenlijk best lekker was. In de frisse buitenlucht een uurtje álles geven en dan tevreden naar huis. Ze schreeuwde trouwens ook niet tegen me, dat hielp enorm.

Ik heb vier dagen gruwelijke spierpijn gehad, maar ik heb geloof ik wel een nieuwe hobby gevonden. Deze winter ga ik lekker bootcampen. In weer en wind. En toen ik vanmorgen op een parkeerplaats in de stromende regen mijn oefeningen afwerkte, voelde ik me even best wel stoer. Want mijn moederlijf mag er zijn, maar dan wel een beetje sterker alsjeblieft.

Het is hartstikke december! En dus is het tijd om aan de kerststemming te gaan werken. Netflix staat vol met kerstfilms, maar een lekkere kerstige roman is ook wel eens fijn. Dus daarom deel ik vandaag mijn favoriete kerstromans met je. Of nouja, romans. Chicklit is misschien een beter woord.

Kerstmis in het Duincafé – Debbie Johnson
Dit boek las ik begin oktober in de zon op een Spaans strand. Niet helemaal de setting, maar tóch was ik helemaal in kerststemming tegen de tijd dat ik het uit had. Het is blijkbaar deel 3 uit de Duincafé-reeks van Debbie Johnson, maar ik heb deel 1 & 2 niet gelezen en toch kon ik er prima inkomen. Het gaat over Becca, die een uitgesproken hekel heeft aan Kerst en van de grote stad naar het Duincafé van haar zus gaat om een beetje tot zichzelf te komen tijdens de kerstdagen. Voeg daar een knappe local aan toe, wat te verwerken ellende uit het verleden én verrassend veel humor en je hebt een heerlijk kerstverhaal. Goed nieuws: ik zag net dat er ook een vierde deel is. Een Kerstcadeau van het Duincafé. Die ken ik nog niet, maar ik sluit niet uit dat ‘ie binnenkort op de ereader belandt.
Ik geef deze de maximale score van 5 kerststerren.

Not just for Christmas – Natalie Cox
Ik las dit boek in het Engels, de Nederlandse vertaling heet Een onverwachte kerst.  Dit boek heeft ook een kersthater in de hoofdrol. Charlie hád al een hekel aan kerst, maar toen ging d’r lover er ook nog vandoor met zijn knappe trainer, kreeg ze een gaslek in haar huis en bleek haar moeder kerst te vieren in Australië en nu is ze helemaal chagrijnig. Ook zij gaat de stad uit, naar de hondenopvang van haar nicht om daar op de toko te passen. Nouja, het vervolg kun je wel raden. Heel veel honden, een knappe dierenarts en de nodige toestanden. Klinkt nu een beetje simpel, maar door de geestige schrijfstijl en het fijne hoofdpersonage is het toch een heel gezellig boek. Vooral als je van honden houdt.
4 kerststerren. Maar ik ben ook meer een kattenmens. 


Christmas Shopaholic – Sophie Kinsella
Bij de chicklit-liefhebbers mag een Sophie Kinsellaatje niet ontbreken natuurlijk. Christmas Shopalic is het zoveelste deel in de superbekende Shopaholic-reeks. Aan de ene kant meer van hetzelfde, namelijk dat Becky Bloomwood zich weer in onmogelijke posities weet te manoeuvreren, dit keer rondom een kerstdiner, maar dat het uiteindelijk toch allemaal nog goed komt. Aan de andere kant ook chicklit zoals het ooit bedoeld is en daarom prima weg te lezen. Een paar kritische opmerkingen: ik vind dat Becky Bloomwood een erg vlakke leercurve heeft op het gebied van onbezonnen beslissingen nemen en als ik haar man was, was ik al lang klaar geweest met die meid. Maar goed, als je je over die irritatie heen kan zetten, is dit een prima weglezertje onder de kerstboom. 3 kerststerren.

Let it snow – John Green
Aaah, dit is zo’n gezellig boek! Het zijn drie losse verhalen, van John Green, Maureen Johnson en Lauren Myracle over een groep jongeren die op kerstavond insneeuwt in een trein. De verhalen gaan over kerst, liefde, liefdesverdriet, sneeuw en andere YA-toestanden en aan het einde komen alle hoofdrolspelers elkaar tegen in de plaatselijke Starbucks. Heerlijk Amerikaans, maar ook hartstikke kerstig. Dus al met al: 4 kerststerren.

Twaalf dagen voor Kerst – Jenny Bayliss
Een groot nadeel van vertaalde Britse kerstromans lezen, is dat ze ‘buh, humbug’ altijd zo tenenkrommend vertalen. Dit verhaal gaat over Kate. Haar mening over relaties is dus ‘buh, humbug’, in het boek vertaald als ‘bah, laat maar’. Krijg ik jeuk van. Maar goed, dat doet geen afbreuk aan het verhaal. Kate is dus single, zoekt niet per se een man, maar haar overijverige BFF Laura schrijft haar toch in bij een datingbureau om ervoor te zorgen dat Kate voor de kerst een lover heeft om baby’s mee te maken. Wat volgt zijn twaalf dates met twaalf verschillende mannen. De een uiteraard leuker dan de ander. Een heel fijn en sfeervol boek. Soms een beetje langdradig en okee, okee, je weet al vrij snel waar het naartoe gaat, maar toch. Ik werd er vrolijk van. 4 kerststerren!

Tot zover mijn boekbespreking! Heb jij nog aanraders voor me, als je bovenstaand lijstje gezien hebt?