Category

Contentmarketing

Category

Ik heb laatst een week lang bijgehouden waar ik mijn tijd aan besteed. Naast werken, met de kinderen spelen, eten, slapen en huishouden was er één categorie waar ik schrikbarend veel tijd kwijt was: social media. Om precies te zijn Instagram en WhatsApp, want Facebook en Twitter heb ik jaren geleden al opgegeven.

De gemiddelde mens spendeert volgens een rapport van GlobalWebIndex 142 minuten per dag aan social media. Bijna 2,5 uur. Dat klinkt als bizar veel, maar als ik heel eerlijk naar mijn tijdsbesteding keek, haalde ik dat ook wel. En ondertussen zeurde ik dat er te weinig uren in een dag zouden zitten. Ja, duh. Ik had al geprobeerd om Instagram in een apart mapje op het derde scherm van mijn iPhone te zetten, maar dat maakte geen verschil. Daarom nam ik 31 maart een rigoureus besluit: april werd een Instagram-loze maand. Ik delete de app en logde uit in mijn browser. Tot in mei, Instagram!

Lekker scrollen op LinkedIn (zei niemand ooit)
Het was even wennen en op dag 1 ging ik, bij gebrek aan Instagram, doelloos zitten scrollen op LinkedIn. Daar kom ik normaal nooit, want ik vind het een vreselijk platform (sorry), maar bij gebrek aan beter gaf het me ook de dopamine-fix die ik blijkbaar nodig had. Dus heb ik LinkedIn ook verwijderd. Daarna ging ik, nog steeds op zoek naar vertier op momenten dat ik het even lastig had, scrollen op Pinterest. Ook verwijderd. Het bleek sterker dan mezelf, want ik bleef elke keer mijn telefoon pakken, op zoek naar… iets?

Afleiding van ongemak
Gelukkig viel die dag ook een boek op de mat: Indistractable van Nir Eyal. Hij stelt dat afleiding (dus social media) vaak een vlucht is van iets waar je je ongemakkelijk bij voelt. Een lastige alinea in een artikel bijvoorbeeld, de administratie bijwerken, even voor je uit staren en niets doen. Toen ik me dat realiseerde, begon ik inderdaad een patroon te herkennen: als het lastig wordt, ga ik zitten scrollen, in plaats van de ‘strijd’ aan. Dat inzicht maakte het makkelijker om de telefoon te laten liggen, op zoek naar vermaak.

Levens van anderen
Verder bleek dat de verslaving vooral even moest slijten. Na een paar dagen merkte ik dat ik niet meer de hele tijd de neiging had om naar de plek van de app te gaan met mijn duim. En bovendien ontdekte ik dat ik zonder Instagram eigenlijk niets mis. De belangrijke dingen hoor je op een andere manier wel (al refereren mensen echt heel vaak aan ‘heb je op Instagram gezien dat…?’) en de rest is eigenlijk allemaal ruis. Levens van andere mensen die aan je voorbij trekken en waar je niets mee hoeft. Grappig genoeg heb ik wel meerdere keren te horen gekregen dat men me mist op Instagram en kreeg ik berichtjes of alles wel goed gaat omdat ze al zo lang niets van me gezien hadden.

Wat deed het voor de schermtijd?
Mijn schermtijd is de afgelopen maand gehalveerd. Van een riante 4 uur per dag in maart naar iets minder dan 2 uur (1 uur en 51 minuten afgelopen week) in april. En daar zit dan ook navigatie bij, dus dat is heel netjes. 

Afgelopen maand heb ik dus gratis 2 uur extra per dag gekregen! 2 uur waarin ik mijn handen vrij had en mijn blik niet vertroebeld werd door het leven van andere mensen. Wat heb ik daarmee gedaan? Nou, ik heb niet ineens bergen extra werk verzet. Maar dat kwam ook omdat we hier gevloerd werden door een vrij heftig griepje en de werktijd daarmee nogal in het gedrang kwam. Ik heb wel meerdere boeken gelezen, meer met de kinderen gespeeld, een serie gekeken, op een willekeurige avond mijn hele kledingkast opgeruimd, spelletjes gedaan en verder gewerkt aan mijn haakproject. 

Moeilijke momenten
Heb ik het gemist? Soms. Soms is het ook gewoon lekker om even doelloos te scrollen. Toch was er maar 1 moment waarop ik het echt lastig had en dat was toen ik, na een heftige nacht, naast het ziekenhuisbedje met mijn slapende kind zat. Ik had niks aan vermaak bij me want we moesten nogal haastig de deur uit en in de koffiekamer lagen alleen 3 beduimelde Marie Claires uit 2019. Ik heb toen even gesmokkeld en de app opnieuw geïnstalleerd, maar ik voelde me na tien minuten scrollen een beetje viezig. Toen ben ik maar een dutje gaan doen. Met de dochter is alles inmiddels weer helemaal in orde, trouwens 🙂

En nu?
Ik twijfel. Ik mis het soms om mooie plaatjes te kunnen delen of even iets luchtigs te plaatsen. Aan de andere kant mis ik de rest eigenlijk helemaal niet echt, maar ben ik wel bang dat ik heel snel weer verslaafd ben. En dat vind ik zonde van de tijd die ik nu gewonnen heb. Kortom: meer nadelen dan voordelen, maar ik denk toch dat ik op 1 mei weer even ga kijken. Al denk ik dat ik daarna snel weer verdwijn.

Ik heb van 2008 tot 2012 journalistiek gestudeerd. En hoewel mijn man en ik grappend volhouden dat het enige nuttige dat we eraan overgehouden elkaar is, heb ik toch best wat geleerd. Al was het misschien niet altijd datgene wat er in het curriculum van de opleiding stond. Enfin: hierbij de wijze lessen uit mijn hbo-tijd.

1. De journalistieke basics blijven je altijd bij
Het eerste jaar journalistiek startte met een blok krantenjournalistiek. En hoewel me vrij snel duidelijk was dat ik nooit bij een krant wilde werken, was de basis van journalistiek wel heel goed om te leren. Nieuwsberichten opbouwen (5xW+H: wat, wie, waarom, waar, wanneer en hoe), oprolbaar schrijven, koppen maken, bronnen zoeken (‘1 bron is geen bron’), redactievergaderingen organiseren, feedback geven en ontvangen, interviewen: allemaal dingen die ik daar ooit leerde. 

2. Zorgvuldige eindredactie is het verschil tussen een roast en een goed cijfer
Ik had ooit een docent (hallo GJ) die je genadeloos voor lul zette bij het spotten van een dt-fout. Niet aardig, wel leerzaam. Want daardoor leerde je om je teksten nog eens zes keer na te kijken voor je de boel inleverde. En dát zouden meer mensen moeten doen.

3. Ik wil copywriter worden
In 2008 leidde de opleiding journalistiek nog op voor de vorige eeuw. Krant, radio en televisie waren de drie heilige gralen. Aan internet werd nauwelijks aandacht geschonken en alles wat commercieel was stonk. Ik had echter al vrij vroeg door dat ik met een carrière bij de lokale krant nooit een hypotheek zou kunnen betalen. Dus koos ik de richting Verhalen. Dat was een gemengde afstudeerrichting met de opleiding Communicatie en ging over creatief schrijven, copywriting en poëzie. Met les van échte copywriters. Daar, in het derde jaar van mijn studie, had ik eindelijk gevonden wat ik zocht. Ik wilde geen journalist worden, ik wilde copywriter worden.

4. Beter schrijven? Meer lezen!
Van lezen leer je beter schrijven, leerde ik van een docent taalbeheersing. En da’s waar. Romans, non-fictie, korte verhalen, gedichten, tijdschriften, kranten: alles kan je inspireren. Soms zijn het mooie woorden of zinnen, een andere keer een verrassende opbouw of bepaalde interviewvragen die je (in je hoofd of een schriftje) kunt bewaren tot je ze een keertje kunt gebruiken. 

Valentijnsdag 2010: liefde is samen een tosti uit de hogeschoolkantine en een krantje delen. Met mijn inmiddels-man, maar dat wist ik toen nog niet.

5. Met alleen je studie journalistiek kom je er niet
Door alleen braaf je colleges te volgen, opdrachten te maken en dossiers samen te stellen, ontwikkel je jezelf niet als schrijver. Daarom schreef (en schrijf) ik ook in mijn vrije tijd veel. Blogs, korte verhalen, ‘’’’gedichten’’’’ (ik heb een fase gehad waarin

ik dacht dat alles met 

een paar enters

op willekeurige 

plekken

een gedicht was.
Was niet zo.), you name it. En zodra ik de kans kreeg, ben ik als bijbaan SEO-teksten gaan schrijven. Allesbehalve journalistiek verantwoord, maar gezien punt 3 was dit voor mij de perfecte leerschool om handig en snel te worden met teksten. 

En tot slot denk ik dat er veel overeenkomsten zijn met autorijden: als je net je papiertje gehaald hebt, mág je weliswaar de weg op, maar de meeste mensen zijn nog geen bijzonder goede coureurs. Kilometers maken, zowel tijdens als na je studie, blijven het belangrijkst.

Wat heb jij gestudeerd? En welke punten neem je nog steeds met je mee?

Mijn roze studentenkamer <3 Check dat bakbeest van een laptop ook vooral even.

Ik ben nogal een podcastfan. Sterker nog: ik heb al maanden geen muziek geluisterd op de fiets, omdat ik het fijner vind als er iemand tegen me praat. Ik luister van alles: van true crime tot nouja, meer true crime en van actualiteiten tot heel veel lifestyle. Qua genre ben ik dus niet echt selectief, maar ik ben wel een kritische luisteraar: vervelende stemmen en alles wat klinkt alsof het opgenomen is met een banaan in een badkamer, zet ik direct uit. Én ik vind dat een ideale aflevering tussen de 30 minuten en een uur duurt. Wanneer het korter duurt denk ik: zal wel niks zijn. Langer duurt me gewoon te lang. Tot slot: een podcast moet me vooral heel erg inspireren. Ik wil er blij van worden en zin krijgen om iets aan te pakken.

Er zijn 2 podcasts waarvan ik inmiddels elke aflevering heb geluisterd. Podcasts die mij altijd inspireren, ook als het onderwerp eigenlijk niets te maken heeft met mijn directe interesses. Dat zijn Werk & Leven van Anouck en Kelly, 2 Vlaamse onderneemsters en de A Beautiful Mess Podcast, van de dames achter een van mijn favoriete blogs ever,

Foto door Moose Photos.

Werk & Leven
“Welkom bij Werk & Leven, de podcast die vrouwen en natuurlijk ook mannen en iedereen die zich niet aangesproken voelt door een van deze twee categorieën, wil inspireren, activeren en aanmoedigen om de keuzes te maken die zij belangrijk vinden, in hun werk én in hun leven.” Ik heb deze introductie inmiddels zo vaak gehoord dat ik hem letterlijk kan meepraten. Werk & Leven is de podcast van Kelly Deriemaker -voormalig freelance journaliste- en Anouck Meijer -eerst advocate, nu content coach-, twee Vlaamse vrouwen die klaar waren met continu achter de feiten aanlopen. Ze combineren allebei een gezin met het ondernemerschap en zijn (of wáren) twee rasechte people pleasers. In de podcast gaan ze op zoek naar het evenwicht tussen werk en de rest van de leven (spoiler: vooral vrij veel niét doen) en dat levert geweldige inzichten op. Ik bewonder Anouck en Kelly enorm om hun research, hun openheid, de feilloze show notes op hun website én hun Belgische accent. Ga. Dit. Luisteren. Dat doe je bijvoorbeeld hierrrrr op Spotify.

Favoriete afleveringen (heel lastig kiezen)
#038 Perfectionisme is een bitch
#028 Maak je manifesto
#026 Boost je creativiteit met een strak plan (!!!)
#021 Optimaliseer je ochtendroutine en verander je leven

A Beautiful Mess Podcast
I love A Beautiful Mess. Hun blog is voor mij de blog der blogs, hét voorbeeld van kwaliteit en creativiteit dat al jaren standhoudt in de oneindige stroom content op het wereldwijde web. Dat Elsie en Emma (mag ik zeggen, als fangirl) sinds een jaar ook een podcast hebben, is voor mij dus echt ultiem geluk. Waar het over gaat? Tsja, van alles: van het kopen en renoveren van je huis tot home decor en van vision boards tot hun leven als influencer. Het maakt me ook eigenlijk niet zoveel uit, want waar ze het ook over hebben, het voelt alsof je aan de keukentafel zit bij twee topbloggers die je een inkijkje geven in hun leven en I LOVE THAT, om even in hun termen te blijven. Hier op Spotify.

Favoriete afleveringen
#80 Our Secret Weapon – Batch Working
#81 How to start an influencer career
#48 Second Lives
#40 Side Hustles
#21 Childhood Magic

Wat is jouw favoriete podcast? En ken je deze podcasts al?

Ik heb een milde Instagram-verslaving die zich vooral uit in het doorscrollen van mijn timeline en doorklikken van een kleine 500 stories per dag. Maar in hun poging een allesomvattend social medium te worden, heeft Instagram natuurlijk nog meer opties, waaronder de steeds populairdere Reels. En daar scroll ik met een grote boog omheen, vanwege mijn tenenkrommende leeftijdsgenoten. 

Wij millennials worden een dagje ouder. De jongsten worden dit jaar 26, de oudste millennials zijn inmiddels 40. Eén avondje met meer dan 3 bier en je weet de volgende ochtend heel zeker: we zijn geen 18 meer. Hoewel we ons nog helemaal van deze tijd voelen, lacht Gen Z ons uit om onze eeuwige Harry Potter-referenties, avocado op toast en het gebruik van gifjes in WhatsApp-gesprekken (ik heb me laten vertellen dat stickers de nieuwe gifjes zijn. Maar misschien is stickers gebruiken als millennial wel net zoiets als je moeder die in 2002 ook ineens ‘vet gaaf’ ging zeggen, ik weet het niet). 

Maar goed, geeft allemaal niks, het komt er in ieder geval op neer dat we over het algemeen volwassenen zijn. Hoe je dat vormgegeven hebt, verschilt natuurlijk per persoon; de een heeft het hele pakket van kind tot stationwagen, anderen houden zichzelf, de kat en een #urbanjungle (ook echt iets voor onze generatie) in leven en zo zijn er nog 100 varianten, maar we zijn ontegenzeggelijk volwassen. 

Waarom zijn er dan hele kuddes vrouwen van rond de 30 die Reels maken waarin net niet in de maat van een liedje waarin ze mysterieus glimlachend naar oppoppende teksten wijzen over ‘selfcare’, ‘guilty pleasures’ of ‘momlife’? Of nog erger: een sketchje opvoeren dat meestal gaat over wijn drinken als de kinderen in bed liggen of het feit dat de man des huizes nooit zijn sokken opruimt? Of het allerergst: zwijgend ‘veelgestelde’ vragen beantwoorden met rapper E40’s Choices (‘yup, nope, yup, nope…’)? Of het allerallerallerergst: lekker gekke pranks uitvoeren bij hun nietsvermoedende kleuters? Of écht het allerergst: met hun BFF/peuter/hond/man/vader/willekeurige stranger een houterig dansje doen op Iko Iko

Dat is toch totaal infantiel gedoe waar niemand op zit te wachten? Er is toch werkelijk níemand die ‘s ochtends wakker wordt met de gedachte ‘goh, ik ben benieuwd wat Paula uit Oegstgeest doet als ze Jason en Bryan in bed heeft liggen. Zou ze staand bij de koelkast een fles wijn atten terwijl ze ‘Girls just wanna have fun’ luistert? Eeeven haar Reels opzoeken. Nou, dat is grappig, dat is preciés wat Paula doet, #soulmate’. Niemand. Toch?

We. Zijn. Volwassen. Dat is niet hetzelfde als saai (echt niet hoor, Gen Z), maar het vraagt wel een bepaalde mate van zelfreflectie voordat je een filmpje op het wereldwijde web knalt. Voegt dit iets toe aan Het Internet?

Er worden ook heus goede Reels gemaakt. Korte vlogjes, video-reisgidsjes, receptvideo’s (Néé, geen filmpje opnemen met pasta, feta en tomaten uit de oven Marjan, dat is al 30.000 keer gedaan), daadwerkelijk nuttige helpcontent (zo kwam ik laatst een Reel tegen over wat je moet doen als je baby stikt in een stuk brood. Dáár kun je iets mee) en soms, jawel, een daadwerkelijk grappige sketch. Maar ze zijn zeldzaam. En je moet zo’n berg bagger door voor je ze bereikt hebt.

Daarom is mijn voorstel: millennials moeten voordat ze een Reel plaatsen, eerst een aantal reflectievragen beantwoorden. Gewoon, ter bescherming van zichzelf én de rest van onze generatie.

Beginnen met bloggen is niet zo lastig, maar volhouden is een ander verhaal. Een planning kan je houvast geven: je weet dan wanneer je iets online wil hebben. In dit artikel leg ik je uit hoe je een contentplanning maakt voor je blog. Daarvoor gebruik ik mijn favoriete gratis kalendertool Google Calendar (Google Agenda), maar de tips zijn natuurlijk ook bruikbaar als je liever met een Excel-document of een papieren boekje werkt.

Hoe vaak moet je bloggen?
Een paar jaar geleden zette iedere zichzelf respecterende blogger minimaal een keer per dag een nieuw artikel online. De ékte grote bloggers gingen voor een ochtend- én een middagartikel. Een wonderlijke trend, die in mijn optiek voor zo’n overload aan content heeft gezorgd, dat de helft van alle bloglezers inmiddels afgehaakt is. Zonde. Maar hoe vaak moet je dan wel updaten? Dat hangt er vanaf hoeveel relevants je te vertellen hebt. Liever wat minder vaak een blog die echt ergens over gaat, dan een afgeraffeld stukkie omdat je jezelf nu eenmaal opgelegd hebt dat je iedere werkdag om 8 uur iets online wilt hebben.

Kies voor vaste publicatiemomenten
Kortom: de frequentie bepaal je zelf. Maar om een beetje op de radar van je lezers te blijven en een publiek op te bouwen, is drie keer per week een mooi uitgangspunt. Dan is er regelmatig iets nieuws te lezen op je site, maar hou je ook nog tijd over om een leuk mens te zijn. Maar welke je frequentie je ook kiest, kies als het even kan voor vaste dagen. Maandag, woensdag en vrijdag bijvoorbeeld. Of iedere eerste vrijdag van de maand. Dat geeft zowel jezelf als je lezers houvast.

Zet je vaste dagen in een planning voor een jaar
Okee, vaste dagen bepaald? Maak dan een nieuwe agenda aan in je Google Calendar. Dat doe je door naar Instellingen te gaan, daar te kiezen voor Agenda toevoegen en vervolgens Nieuwe agenda maken aanklikt. Geef je nieuwe agenda een naam, bijvoorbeeld de naam van je blog en zet in de omschrijving dat het je contentplanning is. Klik op agenda maken en wacht tot ‘ie toegevoegd is aan je andere agenda. Geef ‘m daarna nog even een ander kleurtje dan de rest van je afspraken en je bent klaar om te plannen.

Date met je blog
Het grote voordeel van een blogplanning maken in Google Calendar, is dat je je vaste blogmomenten direct voor het hele jaar vast kan leggen. Zet bijvoorbeeld iedere maandag, woensdag en vrijdag een blogartikel als herhalende afspraak in je agenda. Geef ‘m de naam ‘Blog’ mee en als je weet waar de blog over gaat, pas je ‘m aan met de titel of het onderwerp. En je kunt jezelf op een zelfgekozen moment herinneren aan het feit dat je het artikel nog moet schrijven.

Maak een lijst met concrete onderwerpen
Administratie gedaan, tijd voor het leuke gedeelte: brainstormen met jezelf. Waar wil je over bloggen het komende jaar? Wat zijn onderwerpen die bij je passen en waar wil je meer over vertellen? Schrijf alles op wat er in je opkomt. Alles mag. In een volgende ronde kun je deze onderwerpen verder concretiseren. Wat voor blogpost moet het worden? Wat heb je ervoor nodig? Is het 1 post of kun je er een serie van maken? Dat hoeft niet voor het hele jaar, maar probeer in ieder geval voor de komende maand alles al vast te leggen.

Inhaken, meedeinen
Kijk bij het maken van je planning ook naar relevante inhakers (feestdagen, vakanties, evenementen, je verjaardag, etc.) en naar content die je al gemaakt hebt. Wellicht kun je intern doorlinken om zo een oud artikel nog eens op te halen. En misschien biedt je kalender ook wel ruimte voor een themamaand, als dat past in je blog. Laatste tip: kijk bij het maken van je planning ook meteen even naar het moment waarop je die blogs gaat schrijven en de foto’s gaat maken. Ik ben zelf groot fan van het clusteren van taken, maar misschien schrijf jij wel het lekkerst tussen de bedrijven door.

Bewaar ook je vage ideeën
Alle ideeën die je niet direct in je kalender kunt verwerken, kun je kwijt in de notitietool van je Google Agenda (of op een blogideeënpagina in je notitieboek, natuurlijk). Een heerlijke vergaarbak voor dagen zonder inspiratie.

Kortom: een blogplanning maken in Google Agenda is voor mij dé tip om het bloggen vol te houden. Het is eenvoudig, overzichtelijk, maakt het bloggen behapbaar en is tegelijkertijd niet in beton gegoten. Heb je vragen? Stel ze dan gerust hieronder.

Toen ik jong was, deed ik met mijn moeder op vrijdagmiddag altijd boodschappen bij Albert Heijn. Terwijl mijn moeder haar kar volgooide, kon je mij meestal terugvinden in het tijdschriftenpad. Daar bladerde ik door de Penny, de Tina en de Donald Duck en vergaapte me aan die magazines waarmee je een heel poppenhuis bij elkaar kon sparen, maar die mocht ik nooit. Ik mocht wel vaak een ander ‘boekje’ uitkiezen. Eenmaal thuis dook ik dolgelukkig in een hoekje van de bank, om er pas weer uit te komen als mijn tijdschrift uit was.

Iets later, vanaf mijn achtste ongeveer, ging ik vaak op vrijdagavond bij mijn oma logeren. We keken Lucky Letters, Baantjer en Medikopter 117, aten studentenhaver en worteltjes en ik dook altijd in de lectuurbak, op zoek naar de Libelle van deze week. Die las ik van voor tot achter, ook al waren de onderwerpen niet bedoeld voor nieuwsgierige meisjes van acht. Ik was wel uitstekend geïnformeerd over de overgang, de laatste dieettrends, wat te doen bij familieproblemen en het persoonlijke leven van Viola Holt.

Het gevoel van vers papier
Wat ik maar wil zeggen: een liefde voor magazines, print, zoals we in het reclamevak plegen te zeggen, heeft er altijd ingezeten. Na de Penny volgde de Tina, daarna kwam de Fancy en uiteindelijk de Yes. En ook nu vind ik nog steeds niets zo fijn als op de bank duiken met een kop thee en een vers tijdschrift. Hoewel ik in veel magazines weinig nieuwe informatie lees, zijn het de afwisseling in de artikelen, een mooie opmaak en de geur en het gevoel van vers papier waar ik zo gelukkig van word. Tijdschriften inspireren me, vooral als ze met zorg gemaakt zijn. Flow Magazine is daarom een favoriet, maar ook Linda., &C, Happinezz, Kiind Magazine en VT Wonen maken me blij.

Half uur vrije tijd
Dat verse papier is een belangrijke factor: ik wil iets vasthouden, bladzijden omslaan en inspirerende pagina’s uitscheuren om ze vervolgens in een map te doen waar ik nooit meer in kijk. Ooit heb ik eens geprobeerd om tijdschriften op de iPad te lezen, maar dat leest niet lekker, je kunt er niet in scheuren en omdat ik ongeveer acht uur per dag naar een scherm kijk, is het ook wel eens lekker om dat niet te doen. Zoals Bladendokter het ooit verwoordde: “Voor een paar euro koop je een half uur vrije tijd voor jezelf.”

Gedrukt is het leukst
Tijdens mijn opleiding journalistiek voelde het dan ook als logische keuze om het tijdschriftenvak te kiezen. En hoewel mijn vaste baan als redacteur na anderhalf jaar niet helemaal mijn ding bleek te zijn, freelance ik nog steeds met veel liefde voor Bruid & Bruidegom Magazine. Hoewel ik voor online grotere producties heb mogen maken, koester ik nog steeds de interviews en reportages die in tijdschriften staan. Je artikel gedrukt zien staan blijft toch het allerleukst.

Print is niet dood
In mijn dagelijks werk bij een contentmarketingbureau doe ik weinig met print. Simpelweg omdat je content online veel makkelijker bij de juiste persoon terecht krijgt en vervolgens ook nog eens kunt meten wat degene doet met jouw artikel. Bovendien heb je een veel kortere productietijd en is het vaak ook nog eens goedkoper. Het aspect papier moet echt iets toevoegen om nog effectief te zijn. Gelukkig denk ik dat we inmiddels heel veel voorbeelden hebben waaruit blijkt dat goedgemaakte tijdschriften nog steeds springlevend zijn. En daar ben ik heel blij mee.

En dan duik ik nu in de stapel Libelles, die mijn moeder hier tegenwoordig achterlaat. Vragen over de overgang, anyone?