Category

Mama

Category

Bijna 26 weken zwanger ben ik nu. Op 12 maart 2020, om half zeven ’s ochtends, verscheen de boodschap ‘zwanger 1-2 weken’ in het schermpje van de digitale Clearblue-test. Ik kan me mijn eerste reactie eigenlijk niet meer herinneren, maar in de weken daarna, waarin we met zijn drieën aan huis gekluisterd waren, overheerste de onzekerheid. De miskraam vlak voor Kerst had er behoorlijk ingehakt, merkte ik. Die Clearblue van 12 maart was dam ook niet de laatste test, minimaal eens per week wilde ik nog even checken of het nog goed zat, al stapte ik later wel over op het huismerk van Kruidvat, gezien de kosten. Ieder wc-papiertje werd uitgebreid gecheckt op de aanwezigheid van bloed en ik constateerde dat de bedenker van het wc-papier met roze bedrukking zelf nooit een miskraam heeft gehad.

Een paar dagen later kwam daar de misselijkheid bij. En hoewel ik groen van ellende over de bank gedrapeerd hing, genoot ik van de bevestiging. De misselijkheid bevestigde de aanwezigheid van hormonen, de groei van het klompje cellen in mijn buik. De talloze Zoom-meetings deed ik met een emmertje naast me en de zorg voor S. kwam voor een groot deel neer op mijn wederhelft, die ondertussen ook zíjn werk in goede banen probeerde te leiden. Het was een geluk bij een ongeluk, die rustige weken thuis. Ik heb me regelmatig afgevraagd hoe ik tijdens mijn eerste zwangerschap, toen ik ook behoorlijk misselijk was, gewoon gefunctioneerd heb.

Ik hoopte, tegen beter weten in, dat ik me rond twaalf weken beter ging voelen. Twaalf werd veertien, veertien werd zestien en pas rond de twintig weken ging het dagelijks kokhalzen en overgeven naar een incidenteel braakje. Al moet je me nog steeds geen vuilniszak laten vervangen. Maar daar heb ik sowieso een hekel aan.

Wat er wel rond twaalf weken veranderde, was de introductie van het Pijnlijke Bekken. Waar ik in mijn vorige zwangerschap fluitend rondwandelde tot het einde, waggelde ik nu na drie maanden al als een gans. Kalm aan doen, is het advies. En dat lijkt te helpen, ook tegen de altijd aanwezige vermoeidheid. Met een beetje pijn in mijn hart ben ik drie in plaats van vier dagen gaan werken en slaap ik overdag met de peuter mee. Ik volg een cursus yoga, lees, luister en kijk alles wat er te vinden is over mooie bevallingen en plan verder zo weinig mogelijk. Het doet me goed.

Meer dan ooit ben ik me bewust van het feit dat mijn lichaam een mensje aan het maken is. Een mensje dat nu al schopt, draait, stuitert, hikt en zich uitrekt in mijn buik. Dat nu zo groot is als een venkel (met of zonder die sprieten, Prenatal?) en mijn stem kan horen. Waar ik vroeger altijd team ‘zwangerschap is geen ziekte’ was, merk ik nu dat het geen schande is om het even rustiger aan te doen terwijl mijn lijf voor de tweede keer een topprestatie levert. Kijkend naar mijn bewegende buik weet ik dat wij nu even het allerbelangrijkste zijn. Ze fluit me terug en roept me tot orde, leert me dat het goed is om soms even voor jezelf te kiezen. Dat werk niet het belangrijkste is, maar dat mijn gezin het middelpunt van mijn universum is.

Het is een wijs kind, nu al.  

Opvoedboeken vind ik over het algemeen stom. Maar nu het in leven houden van een baby overgegaan is in het opvoeden van een dreumes, vind ik het soms toch fijn om een paar handvaten te hebben. Niet om klakkeloos over te nemen, wel als food for thought. En daarom kocht ik laatst het boek Montessori voor thuis van Simone Davies.

Het boek belooft een gids te zijn voor ouders die op zoek zijn naar een mindful opvoedstijl (check). Hiermee worden de peuterjaren geen terrible two’s, maar een harmonieuze en leerzame tijd voor ouder en kind (was sowieso al mijn intentie). Het is gebaseerd op de ideeën van Maria Montessori, de Italiaanse pedagoge die we vooral kennen van de naar haar genoemde onderwijsmethode. Het boek gaat vooral in op de jaren voordat je kind naar de basisschool gaat. Wat kun je dan al doen volgens de montessorimethode? Ik vond het een heel fijne kennismaking met Montessori en deel 5 inzichten uit het boek.

1. Helpen
Kinderen leren door het te doen. Dat wist ik eigenlijk al wel, maar door het boek ben ik meer na gaan denken over waarmee ze me dan kan helpen. Dus nu staat er een krukje bij het aanrecht, want eigenlijk zijn er best veel dingen die ze kan doen als ik ga koken. Groente wassen, een ui pellen, dingen in bakjes doen, een pan pakken. Ze vindt het superinteressant en komt nu uit zichzelf met haar kruk aanslepen als ik aankondig dat ik ga koken.

2. Tijd
Ik las ook iets moois over tijd. Als volwassene wil ik vaak gewoon even doorgaan. Maar, zo las ik, als je ergens een kwartiertje tijd kan maken om het op het tempo van je dreumes te doen, levert dat heel mooie dingen op. En sinds ik dat probeer toe te passen, hebben we minder strijd omdat ik door wil en zij nog even de sprietjes tussen de tegels wil bestuderen. Ik pas me wat meer aan aan haar tempo, zij moet het tenslotte allemaal nog ontdekken.

3. Driftbuien handelen
Mijn anderhalf-jarige is druk op zoek naar grenzen. En soms is zo’n grens ineens bereikt en wordt ze daar heel boos om. Een authentieke dweilen-over-de-vloer-driftbui. Niet altijd lekker getimed, maar uit het boek leerde ik dat je beter eerst je kind kunt laten uitrazen dan proberen de driftbui zo snel mogelijk tot bedaren te brengen. Dus blijf ik ernaast zitten en vraag ik haar, als ze even een momentje pakt om adem te halen om een volgende krijs in te zetten, of ze een knuffel wil. En meestal wil ze dat en verandert het woeste schreeuwen in verdrietig snikken. Werkt prima. Je moet je alleen even over de verbijsterde blikken in de supermarkt heen zetten.

4. Verwerkingstijd
“Pak je jas maar!” … “Pak je jas? Hij hangt in de gang.” Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik hoor mezelf best wel vaak dezelfde dingen zeggen zonder dat ik enige reactie krijg. Van Simone leerde ik dat peuters soms even wat tijd nodig hebben om te verwerken wat je zegt. En dat je daarom niet binnen tien seconden weer hetzelfde moet vragen. Ik probeer nu een vraag te stellen en tel daarna in mijn hoofd tot tien. Dan merk ik dat ik eigenlijk bij 5 de vraag al opnieuw had willen stellen, maar dat zij bij tel 7 reactie geeft. (Wonderlijk genoeg heeft de vraag: “Wil je een koekje?” ongeveer 0,1 seconde verwerkingstijd. Dat verklaart ze dan weer niet.)

5. Kindproof inrichten
Wij zijn allebei best wel lang. Dus dingen in ons huis hangen hoog. Door het boek ben ik eens gaan kijken naar wat er op haar hoogte te beleven is in huis: weinig. Vandaar dat ze zo geïnteresseerd is in het handdoekenrekje in de keuken, want daar hangt alles op ooghoogte. Daarom hebben we wat kindrpoof maatregelen genomen, zoals een tafeltje en stoeltje op haar hoogte, een laag kapstokje in de gang en een plankje in de onderste keukenkast met haar eigen bordjes en bestek. Binnenkort wil ik nog wat leuke kaarten of prints op haar hoogte hangen. Wat ik wel al deed: dingen waar ze niet aan mag komen gewoon wegzetten in plaats van continu te herhalen dat het niet mag. Bleek ook een goede tip uit het boek.

Dit zijn maar 5 van de vele inzichten. Het boek heeft mij enorm geïnspireerd om bewust na te denken over hoe ik (wij) haar willen opvoeden. Natuurlijk kan ik me niet overal in vinden, maar vooral de hoofdstukken over je kind accepteren zoals het is, nieuwsgierigheid prikkelen en mijn rol als volwassene, hebben me heel erg aan het denken gezet. Echt een aanrader!

Mijn dochter is inmiddels anderhalf. Geen baby meer, maar een dreumes met een mening, druk bezig met het ontdekken van de wereld. Het grote opvoeden is begonnen. Ik vind het iets magisch (en tegelijkertijd doodeng) dat je nu de basis legt voor de rest van haar leven: hoe ze zichzelf ziet, wat ze normaal vindt en wat niet en hoe ze met anderen omgaat. En dat proberen we zo positief mogelijk te doen. Hieronder vind je vijf dingen die ik belangrijk vindt:

Ik leg alles uit
Al sinds ze een dag oud is, vertel ik haar wat we gaan doen, hoe of waarom ik dat doe en wat de volgende stap is. Altijd en overal. Van optillen tot het verschonen van een luier: ik neem haar mee in wat er gaat gebeuren. Zeker toen ze nog zo’n hulpeloos klein wurmpje was, leek het me fijn dat ze zou weten dat ze vanuit haar bedje in de lucht getild zou worden. Ze had geen regie, dus het minste wat ik kon doen was haar niet verrassen of laten schrikken, vond ik. Tegenwoordig is ze allesbehalve hulpeloos, maar door haar voor te bereiden op wat gaat komen, voorkom ik meestal een hoop protest. En uitleggen betekent ook: antwoord geven op vragen. Inmiddels vraagt ze ongeveer 20 keer op een dag “Wat doet mama nou?” “Wat doet de poes nou?” “Wat doet de auto nou?” en iedere keer geef ik weer antwoord. Daar kan ze alleen maar van leren.
 
Ik neem haar serieus
Als je anderhalf bent, is je wereld een stuk kleiner dan wanneer je volwassen bent. En dat betekent dat je problemen dezelfde schaalgrootte hebben. Waar wij ons druk maken over geldzaken of een discussie met een collega, heeft een dreumes zo haar eigen issues. Duploblokjes die niet op elkaar passen, omvallende torens en dat je niet om half acht ’s ochtends al koekjes mag eten. Peanuts voor een volwassene, problemen van volwassen formaat voor een kind. Dus neem ik haar problemen serieus door ze te benoemen, te troosten en misschien een oplossing te bedenken. Bij een woedeaanval door een omgevallen Duplotoren, zeg ik: “Ik zie dat jij heel boos bent omdat die toren omgevallen is. Zullen we even knuffelen en het daarna opnieuw proberen?” Meestal komt ze dan naar me toe om even te kroelen en gaan we daarna opnieuw aan de slag.

Ik speel mee en stel grenzen
Dit vind ik af en toe best lastig: met volle overgave meespelen als je ondertussen ook nog iets in huis wil doen of een mailtje moet versturen. Maar ik probeer minimaal twee keer per dag bij haar te gaan zitten om samen te spelen. Zij is leidend, ik geef alleen af en toe suggesties als ik zie dat ze loopt te zoeken naar iets om te doen: “Misschien willen de knuffels allemaal even uit het raam kijken?” In haar spel vind ik veel prima, de kussens mogen van de bank, de kratten mogen leeggegooid en er mag ook binnen gefietst worden. Maar ik stel wel grenzen als het gevaarlijk (lopen op de bank) of gruwelijk irritant (met een blokje tegen de verwarming slaan) is.

Ik laat haar het zelf doen
Het is niet altijd de handigste of de snelste oplossing, maar ik laat haar zoveel mogelijk zelf doen. Dat zijn nu nog simpele opdrachten als zelf haar jas pakken, een zakdoekje weggooien of een bord op tafel zetten, maar ze voelt zich zo stoer als ze me mag helpen. En als iets niet lukt, dan zorg ik dat ik haar help, maar dat ze het uiteindelijk zelf oplost. Ik zet bijvoorbeeld het Duploblokje goed op de andere, maar laat haar zelf erop drukken zodat het vast zit. Zo leert ze dat het zelf kan, in plaats van dat je het uit handen neemt en alleen maar benadrukt dat ze het inderdaad niet kan.

Ik praat mét haar
Dit inzicht heb ik uit How2TalkToKids: als ze erbij is, praat ik niet (negatief) over haar. Ik probeer een dochter op te voeden met een sterk zelfbeeld en dat begint bij hoe anderen over je praten. Ze begrijpt al ontzettend veel van wat je zegt, en daarom vind ik het gek om te zeggen dat ze oervervelend was, als haar vader ’s avonds thuiskomt en vraagt hoe de dag was. Ik betrek haar bij het gesprek door samen op te noemen wat we allemaal gedaan hebben, en haar ook de ruimte te geven om te vertellen dat ze een paar keer heel boos geworden is. Ook bij de overdracht van de gastouder betrek ik haar altijd bij het gesprek over haar, door vragen aan te stellen over de dingen die de gastouder zegt.

Mocht je nu denken dat ik een heilige ben: nope. Daarom staat er in de titel ook ‘waar ik aan probeer te denken’. Dat lukt het grootste gedeelte van de tijd, maar soms even niet. En da’s ook prima. Ik ben ook maar een mens en dat mag ze best weten.

Ik ben benieuwd naar jouw aanpak? Wat vind jij belangrijk bij het opvoeden van je kind?