Category

Recepten

Category

Ik vind dat ik plantaardig moet gaan eten. Vooral uit dierenwelzijns- en duurzaamheidsoverwegingen, maar ook omdat ik weet dat het gezonder is. Het kost me alleen zoveel moeite, dat ik elke keer de handdoek in de ring gooi. Wil ik het niet graag genoeg? Of leg ik de lat te hoog?

Vlees en vis eet ik bijna niet meer en dat kost me over het algemeen weinig moeite. Je moet niet verwachten dat ik rond 23 uur, na vier bier, van een schaal bitterballen afblijf en als ik bij mijn ouders ben, zeg ik niet altijd nee tegen een gehaktbal van m’n vader, maar verder gaat het prima. Zodra ik zin heb in vlees, denk ik gewoon aan de bewoners van de plaatselijke kinderboerderij en dan is het direct weer over. Zo’n roze biggetje opeten voelt als iets gruwelijks en dan hebben die biggetjes het nog goed, in vergelijking met hun soortgenoten in de vee-industrie. Eieren zijn ook het probleem niet: die vind ik zo smerig dat ik ze sinds mijn tiende niet meer aangeraakt heb en ze zijn eenvoudig te vervangen (of weg te laten) in recepten.

Beide foto’s zijn van Polina Tankilevitch via pexels.com

Maar dan: zuivel. Da’s ongeveer net zo slecht voor het milieu als vlees en zo mogelijk nog zieliger. Maar ik kan er niet vanaf blijven.

Cappuccino met plantaardige melk: prima.
Sojayoghurt met granola: top.
Vegan truffelmayo: love it.

Humus en andere vegan smeersels voor op toastjes: kom maar door.

En dan komt er een rijtje zaken die zich gewoon niet laten vervangen: een blokje oude kaas met zoutkristalletjes erin, de combinatie van port en blauwe kaas, een schep lobbige yoghurt op een pittige curry, de bubbelende laag bechamel met gesmolten kaas bovenop de lasagne, het genot van een bruine boterham belegen boerenkaas na vakantie in het buitenland… 

Hoezeer de voedselwetenschap ook zijn best doet om vervangers te bedenken, sommige dingen worden nooit zo perfect als het origineel. In ieder geval niet op zo’n manier dat ik er net zo blij van word. 

Daar komt ook bij dat ik veel vegan vervangers te duur vind. Wij eten wekelijks wel een keer spinaziepasta (want dan eet de peuter ook eens groenten). Da’s een maaltijd waar ik niet teveel over na wil denken, dus haal ik een potje Boursin cuisine van 2.07 euro en roer dat door de pasta, champignons en spinazie. Kan ook vegan tegenwoordig, heel tof. Maar als ik dezelfde hoeveelheid saus wil maken met de vegan variant van Boursin, ben ik 4.44 euro kwijt. Dan vind ik een simpel pastaatje wel heel duur worden. Ik snap waaróm de vegan variant duur is, maar het zorgt er in deze dure tijden toch voor dat ik de zuivelvariant in mijn wagentje gooi.

Ik kan me natuurlijk verdiepen in manieren om dat sausje te veganizen. Meer meal preppen zodat ik het wiel na een lange dag werk niet opnieuw hoef uit te vinden. Mezelf dwingen om gewoon eens van die kaas af te blijven. Een keer zo’n akelige docu kijken die ik tot nu toe heb weten te vermijden. Het is uiteindelijk allemaal luiheid en gebrek aan wilskracht. Maar misschien moet ik ook accepteren dan 80% plantaardig goed genoeg is. Dat ik daarmee ook al een flinke stap in de goede richting zet. En daarna die 80% gaan uitbreiden.

En zo wijst zelfs mijn eetpatroon me op een eeuwige valkuil: die van het perfectionisme 😉

Bij een verjaardag hoort taart. Maar omdat ons jongste kuiken nog steeds niet zo lekker lijkt te gaan op koemelk, moest het wel een koemelkvrije taart zijn. Dus waarom dan niet meteen vegan? Ik vond een lekker recept bij Miljuschka, tweakte dat een klein beetje, bestelde hysterische sprinkles en leende de slagroomspuit van mijn zusje. Niet gehinderd door enige ervaring en met mijn chronische gebrek aan geduld ging ik aan de slag en het resultaat is verrassend leuk. Kortom: deze vegan verjaardagstaart is echt foolproof.

Voor de cake

  • 400 g bloem
  • 400 g suiker
  • 2 theelepels baking soda
  • 1 theelepel zout
  • 200 ml vloeibare plantaardige boter
  • 2 theelepels vanille-extract
  • 1 theelepel amandelextract
  • flink veel ‘bakvaste jimmies’, sprinkles die hun kleur behouden in het beslag
  • 2 eetlepels azijn
  • 400 ml amandelmelk op kamertemperatuur

Vegan botercrème

  • 300 g plantaardige boter
  • 750 g poedersuiker (dat zijn 3 bussen)
  • 90 ml amandelmelk
  • klein beetje vanille-extract

Vulling en versiering

  • lekkere frisse jam
  • heeeeeel veel sprinkles, liefst flink gemengd
  • beestjes, vlaggetjes, kaartjes

Verwarm de oven op 175 graden. Meng eerst de droge ingrediënten door elkaar en voeg daarna de plantaardige boter, amandelmelk, vanille- en amandelextract toe en mix tot een glad beslag. Roer de sprinkles en 2 eetlepels azijn erdoor, giet in twee springvormen van 23 centimeter en zet ongeveer 35 minuten in de oven. Check of ‘ie klaar is door met een satéprikker te prikken. Als er nog beslag aan kleeft, moet ‘ie nog een paar minuten terug.

Laat de cakes volledig afkoelen en maak daarna de botercrème door de plantaardige boter glad te roeren in de keukenmachine. Voeg daarna poedersuiker en amandelmelk beetje bij beetje toe tot het een gladde, lichte crème geworden is. Dat duurde bijna een half uur, dus neem te tijd. Als de crème goed is, mix je er nog een drupje vanille-extract door om de botersmaak een beetje te maskeren.

Ok, nu het moeilijkste deel: besmeer één van de cakes met een dun laagje botercrème en een laag jam en leg bovenop de ander. Daarna kun je het geheel gaan stuccen met botercrème. Dat blijkt ook na het kijken van acht seizoenen Heel Holland Bakt heel lastig te zijn, dus ik heb verder geen tips, behalve dat je daarna ál je fouten kunt maskeren met heel veel sprinkles, dus stel je niet te bescheiden op. Leef je daarna uit met sprinkles, toefjes botercrème en andere decoratie. Zet in de koelkast tot je de kaarsjes uit gaat blazen.