Category

Wonen

Category

Dit huis is niet ons droomhuis. Genuanceerder: het huis is leuk, maar de plek past niet bij ons. Dat vermoeden we al toen we het eind 2018 kochten. We wilden graag weg uit ons oude huis omdat we snakten naar wat meer ruimte, maar wisten ook dat we de wijk een twijfelgeval vonden. We besloten het gewoon te gaan proberen. Als het niets was, konden we altijd weer verhuizen.

Afgelopen winter wist ik het zeker: Ik Moest Hier Weg. Alles stond me tegen. Van die eeuwige wind aan de rand van de polder tot ons kleine tuintje en van de lelijke wc tot onze straat waar niets gebeurt behalve dat soms een paar ganzen het verkeer ophouden. Dat mijn schoonvader zijn huis wilde verkopen kwam dan ook als geroepen. Weg hier!

De afgelopen maanden zijn we druk bezig geweest met plannen maken, ideeën becijferen, hypotheken uitzoeken en schetsen maken van hoe we dat huis dan wilden inrichten. Tot het getaxeerd werd, de taxatiewaarde behoorlijk hoog uitviel, de kosten voor de verbouwing dat eigenlijk ook deden, en er geen aannemer te bekennen was die op relatief korte termijn tijd had. Met een beetje pijn in mijn hart, want ik zag onszelf al helemaal zitten in dat volledig verbouwde nieuwe huis, zei ik tegen mijn wederhelft: ‘ik denk niet dat we het moeten doen.’

Hoe langer ik namelijk nadacht over die verhuizing, hoe meer stress ik ervan kreeg. Niet alleen van het financiële plaatje, want dat kunnen we in theorie wel betalen, maar vooral van Het Gedoe. Als we begin volgend jaar wilden verhuizen, moesten we namelijk ook dit najaar ons huis verkoopklaar maken en verkopen. Met een dikke buik (ik) en een nieuwe baan met behoorlijk wat reistijd (hij). Bovendien betekende die verhuizing ook het managen van een enorme verbouwing waarin we, gezien de kosten, nog niet eens alles konden doen wat we graag wilden. Om nog maar niet te spreken van het inpakken van tientallen dozen en het plannen van een verhuizing met een jonge baby en een peuter. Als we niet gingen verhuizen hoefde dat allemaal niet. En ineens viel er een last van mijn schouders: ongemerkt had de gedachte aan die aanstaande verhuizing en verbouwing me enorm veel stress opgeleverd.

Ik keek nog eens om me heen. Naar de groene boomtoppen vanuit onze woonkamer op de eerste verdieping. Naar de ganzen die gemoedelijk achter elkaar aan door de sloot zwommen. Naar onze gezellige woonkamer en de boekenplanken in de eetkamer. Het licht dat zo fijn naar binnen valt. Naar de elektrische bakfiets die me zonder al te veel inspanning naar de bewoonde wereld brengt en die we veilig en droog in onze eigen garage kunnen zetten. Naar alle ruimte die we hebben, ook als er straks twee kindjes zijn. Naar ons tuintje dat weliswaar klein is, maar dat ook bovenstaand uitzicht heeft en op steenworp afstand ligt van een kinderboerderij en wandelpaden. Eigenlijk hebben we het hier best goed. Dus voorlopig blijven we hier nog maar een tijdje zitten.

Al wil ik nu wél alles afmaken in huis. Van die oerlelijke wc tot de rommelkamer. Maar dat gooien we maar op nesteldrang.

Een huis met een eetkamer, dat leek me altijd iets voor rijke mensen met landhuizen. Maar ha, het leuke van een splitlevelhuis als het onze, is dat je heel veel verdiepingen hebt en dus een aparte woon- en eetkamer kunt inrichten. Dit is onze eetkamer, waar we sinds corona ineens heel veel tijd doorbrengen. Het is namelijk een heel fijne plek om te eten, werken, knutselen, kleuren en spelletjes te doen.

Onze eetkamer is de gezelligste plek van het huis, met de tafel als hart van de kamer. De laatste toevoeging zijn de boekenplanken, daterend van het eerste lockdown-weekend, toen we net als de rest van Nederland aan het klussen zijn geslagen. Verder vind je er vooral veel groen, zowel op de wand als de stoelen en in de planten.

Groen, groen, groen! Het dressoir is gemaakt van IKEA Eket-kasjes, het schaakbord, de letterbak en de typemachine zijn vintage en de plant is een Monstera die hoognodig verpot moet worden. De kleur op de muur is een willekeurige groengrijze mengtint van de Hornbach.
Dressoir van dichtbij. In de letterbak staat onze collectie LEGO mini figures. Op de boekenstandaard een boek over LEGO, maar da’s toeval. We zijn geen die-hard LEGO-bouwers.
Hoewel….
De andere kant van de eetkamer, met een bekend kastje van IKEA vol persoonlijke spulletjes. En ja, dat is weer een LEGO-ruimteschip. Maar dit is echt de enige kamer in huis met LEGO hoor 😉
Dit zie je als je de trap op loopt. De IXXI van het Meisje met de parel hebben we al jaren en hing ook in ons vorige huis als eyecatcher. De tafel verhuist ook al een paar jaar met ons mee en is van Basic Label, de lampen zijn zelfgemaakt, het gymbankje is vintage, kleed van IKEA en de stoelen zijn van Giga Meubel.
Boekenplanken, gewoon van goedkope plankendragers van de Hornbach en witte planken. De oplettende kijker ziet dat mijn wederhelft een fascinatie heeft voor biografieën van enge dictators. Staat ook heel gezellig als achtergrond van je Skype-overleg, die collectie Hitler en Stalin achter je…

Het lastigste aan het inrichten van deze ruimte was om het gezellig te krijgen. Deze kant van het huis ligt op het noorden, dus het licht is er koel en het is snel een beetje donker. In plaats van dat heel erg te bestrijden, heb ik het maar omarmd. Door de warm groengrijze muur, de zachte fluwelen stoelen en het kleed onder de tafel voelt het nu gezellig in plaats van donker. De boekenplanken zijn ook heel waardevol. Niet alleen omdat ze gezellig staan, maar ook omdat het de galm van deze ruimte een beetje onderdrukt.

Zo zie je maar, een eetkamer is ook voor gewone mensen best haalbaar. We hebben onszelf wel moeten aanleren om er te gaan zitten. De keuken ligt zes treden lager en daardoor is het verleidelijk om daar aan de bar te eten. Maar door een dienblad te kopen waarmee je je spullen makkelijk meeneemt en de kinderstoel gewoon weg te halen uit de keuken, hebben we onszelf gedwongen. Nu eten we er in ieder geval elke ochtend, ‘s avonds (tenzij we een kind-naar-bed-en-thuisbezorgd-avondje hebben) en ‘s middags als we thuis zijn. Veel gezelliger 🙂

Op 1 februari 2019 kregen we de sleutel van ons nieuwe huis. En na twee weken muurtjes breken, behang afstomen en héél veel schilderen, konden we er op 16 februari voor het eerst slapen. Inmiddels wonen we dus alweer een jaar in de Vinex. In de wijk waarvan we vroeger altijd zeiden dat we er nog niet dood gevonden wilden worden. Een kind krijgen doet rare dingen met je, dat blijkt maar weer.

Meer ruimte, minder onderhoud
De keuze om hier te gaan wonen, was er van te voren al eentje waar we behoorlijk over twijfelden. Maar we wilden graag een groter huis waar we minder onderhoud aan hadden, zonder torenhoge hypotheek. En dan kom je al snel uit in de buitenwijken van je stad. Maar willen we dat wel? Gelukkig hadden we die twijfel allebei, waardoor we af konden spreken dat we het voor een paar jaar zouden proberen. Als we niet kunnen aarden, verkopen we het weer en gaan terug naar een wijk waar we wel blij van worden. Dus zo gezegd, zo gedaan.

Hoe bevalt het?
De wijk is objectief gezien prima. Het is enorm groen, je loopt zo de wijk uit en de polder in, er is een winkelcentrum met alles wat je nodig hebt, we hebben er een fantastische gastouder gevonden en het is er over het algemeen heel rustig. En toch voel ik hem nog niet helemaal: het blijft een beetje niksig. Ik mis het dorpse karakter en het eigene van onze vorige buurt. De oude huisjes. De kaasboer die altijd iets te zeiken heeft. De buurtkroeg om de hoek. En de connectie met de binnenstad. Het is maar een kwartier fietsen (twintig minuten met wind tegen en ok, het waait altijd), maar toch voelt als een wereldreis. Ik mis de stad. Als ik goed kijk, zie ik vanuit het slaapkamerraam de Peperbus in hartje Zwolle, maar verder zou het ook Spijkenisse of Almere kunnen zijn.

En het huis?
Ik ben heel blij met ons huis. Echt. Hoewel ik dol was op ons oude jaren-dertig-huis, heb ik het nog geen minuut gemist. De irritaties over het ruimtegebrek, die eeuwige lekkage, het achterstallig onderhoud van de buren en de gehorigheid zorgen ervoor dat deze oase uit 1998 vooral als een verademing voelt. Het is groot, het is goed geïsoleerd en het is, op een heel andere manier dan ons vorige huis, gezellig. De eerste weken voelden echt als een luxe vakantie. Ineens hadden we een vaatwasser, een riant ligbad (omg jongens, er gaat niks boven series kijken in bad) een aparte ruimte voor de wasmachine en een babykamer die drie keer zo groot is als de vorige. Het is nog steeds niet helemaal af (note to self: ga nou eens aan de slag), maar het voelt als thuis. Voor nu. Want stiekem kijken we ook alweer op Funda, op zoek naar iets anders.

Oh, echt?
We hebben echt he-le-maal niks met de buurt, dat is het belangrijkste punt. Ik heb nu pas door hoe belangrijk het is om in een wijk te wonen waar je je thuisvoelt, in plaats van in een anonieme nieuwbouwwijk. Natuurlijk hebben we hier ook onze ritueeltjes, kennen we de leuke plekjes inmiddels en fiets je zo de stad in, maar toch. Ik voel me hier op geen enkele manier mee verbonden.

Geeft niks, we hebben dat gevoel gelukkig allebei en het komt voor ons beiden niet als een verrassing. Nu de vraag: what’s next? En wanneer? We zullen het zien. Voorlopig zitten we hier nog wel even, ik ben net bekomen van de vorige verhuizing 😉


Wij wonen in een huis met vijf trappen en zes halve verdiepingen. Een splitlevelwoning. En hoewel ze volgens dit artikel hopeloos uit de mode zijn, zijn wij heel blij met ons huis.

De indeling van ons huis
Als je bij ons binnenkomt door de voordeur, kom je binnen in de gang met een toilet. Daarnaast is de keuken. Wanneer je vanuit de keuken de trap naar beneden neemt, kom je op de verdieping met de logeerkamer en de garage. De verdieping daarboven is de eetkamer. Vanuit de eetkamer kom je in de woonkamer, vanuit de woonkamer op de eerste slaapverdieping met twee slaapkamers en helemaal boven is de badkamer en onze slaapkamer.

Al die trappen
Om ergens te komen, moet je dus een trap op. Of af. Tijdens de verbouwing ging ik als een hijgend hert het huis door omdat ik al dat traplopen niet gewend was. Het leverde me serieuze spierpijn op. Maar inmiddels hebben we een ijzeren traploopconditie en ren ik fluitend van de garage naar de slaapkamer en weer terug. Al denk ik liever twee keer na of ik alles mee naar beneden genomen heb.

En al die traphekjes
Met een ondernemende dreumes en een heleboel trappen ontkom je niet aan traphekjes. We hebben er inmiddels vier verzameld. Twee om de woonkamer volledig af te sluiten (als een reusachtige box), eentje om te voorkomen dat ze van de keuken in de garage stort en eentje in de eetkamer. Maar het is meer om ongelukjes te voorkomen dan dat ze traplopen heel interessant vindt. Ze zit liever op de onderste trede haar rozijntjes uit te strooien.

Troep centraal
Een groot voordeel van veel kamers is dat je de troep kunt centraliseren. Als het in de keuken een bende is, ga je in de woonkamer zitten en vice versa. Speelgoed ligt hier nooit door het hele huis, maar alleen in de woonkamer. En als je visite hebt, kun je altijd kiezen uit de keuken, de eetkamer of de woonkamer.

Tocht
Het enige grote nadeel aan dit huis is dat het hele trapgat van boven tot onder open is. En dat zorgt ervoor dat het soms wat kil aan kan voelen. De truc is om de deuren van de slaapkamers goed dicht te houden, zodat de warmte in de woonkamer blijft hangen. Dan is het prima te doen. We stoken niet veel meer dan in ons oude jaren-dertig-huis en zitten gemiddeld ruim onder het gasverbruik van een gemiddeld rijtjeshuis. De woonkamer ligt op het zuiden en daardoor helpt de zon vaak een handje bij de verwarming overdag.

Kortom: liefde voor het splitlevelhuis. Toegegeven, die speelse indeling moet je smaak zijn en je kunt er vermoedelijk niet tot je tachtigste wonen zonder vijf trapliften te laten installeren, maar je krijgt er wel heel veel ruimte voor terug. En een strakke kont.