‘Het blijft niet zo’, zeg ik soms tegen mezelf als ik er even helemaal klaar mee ben. Als ik gewoon even niét voor wil lezen, geen vakantietje wil spelen, als ik even alleen naar de wc wil en geen zin heb om eerst een kwartier bezig te zijn met onderhandelen, jassen aan, laarzen zoeken en mutsen over mopperende hoofden trekken voordat we überhaupt eens een keer de deur uit zijn. Als ik om half drie ‘s nachts zuchtend mijn voeten op de koude vloer zet om een verloren speen terug te halen, te sussen en fluisteren dat het nog geen ochtend is. Als ik voor de derde keer op een ochtend een boterham sta te smeren waarvan ik weet dat ‘ie maar half opgegeten wordt. 

Als er geschreeuwd wordt om nog een hapje maar mama écht eerst moet blazen omdat het nog zo warm is, schatje. Als ik de godganse dag in de derde persoon over mezelf blijk te praten ondanks alle goede voornemens dat niet te doen. Als de net gepoetste wc binnen tien minuten doorweekt is met laten we hopen dat het water is. Als ik ondanks alle goede voornemens om ons huwelijk altijd bovenaan de prioriteitenlijst te laten staan, avond aan avond in slaap val op de bank zonder ook maar iets van romantiek. Als ik kortaf reageer op een peuter die eigenlijk niets verkeerd doet.

‘Het blijft niet zo. Ze zijn maar eventjes zo klein. De dagen zijn lang, maar de jaren zijn kort. Nog even en je verlangt naar deze periode, waarin ons gezin het middelpunt van de wereld is. Waarin er niemand anders bestond dan papa en mama. En okee, opa en oma en tantes en Paw Patrol. Maar waarin ze uiteindelijk altijd weer bij ons uitkomen. Probeer ervan te genieten, beweeg mee.’

Die eerste jaren van het ouderschap, ze zijn alles tegelijk. Loodzwaar en prachtig. Lachen en huilen. Overstromen van liefde en tegen de bank schoppen van frustratie. Engelengeduld en kortaf snauwen. Het duurt soms zo lang en tegelijkertijd weet ik dat het zo ga missen als ze eenmaal tien en twaalf zijn.

Ik zeg het omdat ik het anders soms even vergeet.

Author

7 Comments

Reply To Anne Cancel Reply