Als jonge ouder frequenteer je de kinderboerderij. Het is namelijk een relatief makkelijk te realiseren uitje met bijna-altijd-goed-garantie. Zeker in het geval van de jongste, die net 1 is en iedere schurftige kip en depressieve geit nog met een enthousiast “DIE! AAI!” begroet. De oudste begint inmiddels wat geroutineerder te worden, maar ook haar kun je nog wel blij maken met konijnen, varkens, ezels en, bonuspunten, pony’s (maar eigenlijk hebben we in Zwolle bijna geen kinderboerderijen met pony’s. Ze hebben wel allemaal minimaal 2 ezels. Zou dat beleid zijn?). 

Gisteren -maandagochtend- stonden we er weer. Voor mijn eigen mentale welzijn was ik dit keer eens naar een ándere kinderboerderij gefietst, aan de andere kant van de stad. Het maakt de kinderen werkelijk geen reet uit, maar ergens rond het vierde kinderboerderijbezoekje in één week, heb ik zelf echt even wat afwisseling nodig. Even wat andere geiten om naar te loeren. Bovendien heeft die kinderboerderij aan de andere kant van de stad koffie. En een grote speeltuin.

Een kinderboerderij op een grijze maandagochtend in december is precies wat je ervan verwacht. Een handjevol ouders, een oppasoma en een stuk of acht koters onder de 4. Iemand was zo slim geweest om een doek mee te nemen om de speeltoestellen droog te wrijven. De kinderen speelden, zoals ze dat over het algemeen doen, volledig langs elkaar heen, waarbij ze af en toe een poosje zwijgend naar elkaar staarden om vervolgens weer door te gaan met glijden/schommelen/een gat graven. De ouders wisselden blikken van herkenning boven oranjegeruite kantinebekertjes. Af en toe greep er eens iemand in als het té fysiek dreigde te worden rondom de traptrekker of wanneer een dreumes zich tegoed deed aan handenvol zand. Bij een schreeuw kwamen we kijken, duwden een schommel en veegden een snotneus. En verder zaten we daar, zwijgend. Ieder met z’n eigen gedachten. Genietend van even niet entertainen, maar de speeltuin en de geiten het werk te laten doen.

Rondom de dieren scharrelden wat leerlingen van de praktijkschool, aangestuurd door een soort akela in een scootmobiel. In de speeltuin probeerde de peuter met losse handen over de wiebelbrug te lopen en bij de stal zat de dreumes, die nog niet loopt, op haar kont voor een caviaren. Ze probeerde de cavia’s er luidkeels van te overtuigen een stuk van hun sinaasappel te komen brengen, maar ze bleken niet erg ontvankelijk voor haar steeds dwingender “Die! Mmm! DIE??” We deden nog maar een rondje langs de andere dieren.

De varkens lagen te slapen onder een warmtelamp, het konijn deed een poging om zichzelf uit de ren te graven, de kippen waren opgehokt (‘Vanwege de vogel griep helaas’ stond er op het A4t’tje op het hok), er lag een geitje met een gipsen pootje in het stro, de parkieten zaten een beetje verkleumd op een stok en de ezels sjokten na een halfslachtige borstelbeurt van een meisje met paars haar en een jongen die de ezels niet eens zag, maar alleen maar oog voor háár had, terug naar hun hok. Binnen rende een hamster met een verstoord dag-nachtritme eindeloos rondjes in een piepend loopwieltje en zat een gekko onbeweeglijk voor zich uit te staren. Ze werden allemaal uitgebreid bekeken, benoemd en, als het even kon, geaaid.

Het was kwart voor twaalf. De kantinebekertjes werden verfrommeld, iedere ouder twijfelde even of dit nu ‘papier’ of ‘restafval’ was en er werden kinderen op fietsen en in wagens getild. Tijd om een broodje te gaan eten. Tijd voor een middagslaapje. Deze maandagochtend waren we weer doorgekomen.

Author

1 Comment

  1. Leuk om te lezen! Zelf vind ik een bezoek aan de kinderboerderij juist erg leuk (voor mezelf), maar ik kan me voorstellen dat het minder wordt wanneer je er meerdere keren per week komt.

Write A Comment