“Vanaf nu heb ik nooit meer zwangerschapsverlof,” zei ik tegen mijn wederhelft. Voor zwangerschapsverlof moet je namelijk een kind dragen en daarna baren en dat wil ik allebei nooit meer doen. We zijn compleet zo: hij, ik en onze twee meisjes. Maar terwijl ik een tas inpak met alles waarvan ik denk dat ons kleinste meisje het nodig heeft tijdens een middagje wennen bij de gastouder, voel ik toch een sprankje melancholie. Amper tweeënhalve maand oud en we sluiten al een fase af.

Toen mijn verlof begon, waren de bomen rood en goud. De blaadjes vielen eraf, ik kon nauwelijks meer lopen en het enige wat ik nog wilde, was de reallifesoap van Monica Geuze kijken in horizontale positie. We wachtten, we wachtten nog wat langer en ineens was ze daar. Sinterklaas sloegen we over, want we hadden wel andere dingen aan ons hoofd (heeft ze het wel warm genoeg – had ze nou net de linker- of de rechterborst – kan ik alsjeblieft een uurtje slapen terwijl jij even oplet – shit, heeft S. nou waterpokken?), het werd Kerst en 2021 en in dat laatste magische verlofweekend was er zelfs sneeuw en ijs. En ondertussen was ik al die tijd bij haar.

Een tijd waarin ik altijd wist of ze honger had of moe was en daar direct iets aan kon doen, de fase waarin ik ieder minisprongetje in haar ontwikkeling van dichtbij meemaakte. De fase waarin we midden op de dag samen op de bank konden liggen, mijn wang tegen die van haar en haar handje om mijn vinger. Waarin niemand er raar van opkeek dat ik om drie uur ‘s middags nog in mijn pyjama liep en waarin ik soms wanhopig zocht naar manieren om ze allebei genoeg aandacht te geven.

Natuurlijk kunnen we al die dingen nog gewoon meemaken op de dagen dat ik niet werk, slaapt ze nog elke nacht dicht naast me en hoef ik nauwelijks iets te missen. Maar deze fase is nu echt voorbij. De fase die helemaal speciaal voor haar was. Ik ga dit nooit meer meemaken. Heb ik er wel genoeg van genoten? Ben ik niet te vroeg begonnen met werken? Het zijn de vragen waarvan ik wist dat ik ze aan mezelf ging stellen en toch heb ik er geen overtuigend antwoord op.

Alles is makkelijker met een tweede, beweren andere moeders. En dat is voor een groot deel waar. Ik heb niet gehuild toen ik haar overdroeg aan de gastouder. Maar dat melancholische gevoel lijkt alleen maar sterker te worden. Foto’s terugkijken als ze ’s avonds in bed liggen. Geen afstand kunnen doen van te klein geworden kleertjes. Me verwonderen over hoe haar grote zus in die vier maanden veranderd is van een zachte peuter in een echt kind, met kinderhanden die een schaar kunnen hanteren en voetjes waar een beetje eelt op zit. Er is ineens vergelijkingsmateriaal.

Alles is makkelijker, maar die tweede drukt je nog meer op het feit dat alles ook zo ongelooflijk snel gaat.

Nog twee uur en dan mag ik haar weer ophalen.

Dat gaat dan weer niet zo snel.

Author

Write A Comment