Tag

blogmas 2021

Browsing

Nog 1 overleg (buiten de deur zelfs!) vanmorgen en dan heb ik vakantie. Anderhalve week vrij. Anderhalve week om even niet achter de laptop te zitten of -erger nog- met halve aandacht een puzzel te maken met de peuter terwijl ik ondertussen achter de laptop zit. Anderhalve week volle aandacht voor de man, de kinderen, de familie, de stapel boeken die op me ligt te wachten en, ohja, mezelf.

Want hoewel ik écht mijn best doe om mezelf niet te vergeten, merk ik dat ik dit hoofdstuk van mijn leven gewoon even niet op de eerste plek sta. En dat geeft niet, ik stel mezelf tevreden met de gestolen uurtjes hier en daar. Zoals gisterochtend, toen ik om 9 uur naar buiten keek en besloot dat het werk wel even kon wachten. Schoenen aan, jas aan en naar buiten. Alleen. Anderhalf uur in de zon, door de vrieskou. Vogeltjes kijken (ik zag een ijsvogel!), frisse lucht inademen en vitamine D aanmaken. Daarna kon ik er weer tegenaan.

Kerst vieren we dit jaar in drie bedrijven. Morgen een dagje met zijn vieren, dan door naar Zeist voor een avondje bij schoonzus en zwager, daar logeren, door naar Hoorn voor een etentje bij mijn ouders, daar ook weer logeren en dan vroeg naar huis omdat we nog een lunch verzorgen voor mijn schoonvader. Tegen zondagmiddag 14:00 zijn we waarschijnlijk allemaal toe aan een middagdutje.

Mijn kerstmantra van dit jaar is ‘let it go’. Let it dat de peuter waarschijnlijk drie dagen alleen maar stokbrood met kruidenboter eet, let it go dat de baby dreumes vermoedelijk heel slecht slaapt en rondgesjouwd moet worden in de draagzak en let it go dat die lunch van zondag perfect moet zijn. Dat maakt kerst een stuk gezelliger. En daarna? Daarna gaan we drie dagen met zijn vieren in onze joggingbroeken bijkomen. Geen plannen, gewoon wij. En hopelijk ook een beetje ik. Een uurtje of anderhalf.

Ik wens je een hele fijne kerst! Let it go.

Gisteravond lagen we samen op de bank. Geen boek, geen tv, gewoon even kletsen. We hadden het over de huizen waar we allemaal gewoond hebben in de afgelopen twaalf jaar. Over ons eerste eigen huis, op de foto hierboven, met de gele bank waar we nooit helemaal oppasten met zijn tweeën. Dat we die plek soms wel missen, maar dat dat niet alleen te maken heeft met het huis, maar ook met de fase van toen. En dat dat nu eenmaal voorbij gaat, maar dat je van ieder huis ook weer iets moois meeneemt.

Even voor de achtergrond: ik was 19 toen we verkering kregen. Ik was in het jaar daarvoor verhuisd van Hoorn naar Zwolle, voor de studie. J. en ik waren klasgenoten, al in het eerste jaar van journalistiek, maar zagen elkaar nooit staan. Tussen dat eerste en tweede jaar beleefde ik een turbulente zomer waarin mijn verkering uit ging (en die van hem ook, bleek achteraf) en ergens tussen de start van het tweede collegejaar en de herfstvakantie sloeg de vonk over. Sinds 5 november 2009 zijn we een stel. Da’s dus al 12 jaar.

We woonden toen allebei in een studentenhuis. Ik in een oude boerderij in een buitenwijk van Zwolle. Met elf anderen. Huub. Sara. Sjaak. Frank. Michelle. En nog tal van anderen wiens namen je na verloop van tijd toch vergeet, ondanks de met wijn doordrenkte beloftes van ‘dit gaan we nooit meer vergeten’. Een geweldig huis, met als groot nadeel dat de diepgelovige huisbaas in het voorhuis woonde en geen liefhebber was van overnachtende vriendjes. Op straffe van ‘je vader bellen’. Nu was mijn vader daar vermoedelijk niet erg van onder de indruk geweest, maar toch nam ik het risico liever niet. Bovendien was het er nogal gehorig, met 1 gipsplaat tussen mijn bed en dat van de buurvrouw. Daarom was ik, toen de verkering serieuzere vormen aan begon te nemen, eigenlijk altijd bij J. Hij woonde in het smerigste studentenhuis dat ik ooit zag (ik denk echt dat een beetje bioloog in die keuken nieuwe schimmelsoorten had kunnen ontdekken), maar zijn kamer was groter én middenin de stad. Zonder bemoeizuchtige huisbaas. Met een apart slaaphokje.

Mijn tweede studentenkamer, met een knalroze muur, een knalblauwe muur en het volledige assortiment van Kitsch Kitchen.

Er kwam voor mij nog een ander studentenhuis tussendoor, die hierboven, maar na twee jaar besloten we dat we voortaan samen wilden wonen. Wonder boven wonder werden we al een maand na dat besluit ingeloot voor een huurappartement dat nog gebouwd werd en een half jaar later opgeleverd zou worden. En in de tussentijd sliep ik eigenlijk altijd in J’s studentenhuis. De keuken was daar ondertussen gerenoveerd, maar verder wis je 40 jaar studentenbewoning niet zomaar uit. De muizen renden over de leidingen langs het plafond, de douche liep meestal niet door en op blote voeten lopen was zeker in de gezamenlijke ruimtes een slecht idee. En toch was het een fijne plek. Het sneeuwde die winter veel en wij zaten daar, voor de vermoedelijk levensgevaarlijke gaskachel, samen op 25 vierkante meter een beetje verliefd te zijn. En onze scriptie te schrijven, Knorr Wereldgerechten te eten en vooral heel veel chips, bier en Ben & Jerry’s weg te werken. In gezelschap van inmiddels twee katten, onder het mom van muizenbestrijding.

In de zomer van 2012 verhuisden we, met de katten, naar het spiksplinternieuwe appartement. Het was enorm in vergelijking met de studentenkamers en ineens moesten we dingen kopen als PAX-kasten, een afzuigkap en eettafel. Geen vaatwasser, want we hebben het tot ons vorige huis volgehouden om met de hand af te wassen. De kinderen waren er toen nog lang niet, zelfs de wens bestond nog niet. We werkten allebei en haalden ondertussen de laatste vakken van de opleiding, gingen op stap en sportten veel. We studeerden af en kregen vaste contracten. Er zijn flarden van etentjes op het balkon, van racefietsen over de dijk, van onze eerste echte ruzie, van filmavondjes op de enorme bank. Van de katten die niet naar buiten konden en daarom dagelijks een soort steile-wandrace door de gang en over de bank hielden. Van lopend naar de stad en het prachtige uitzicht bij zonsondergang. Het was een fijn appartement, maar toen we er niet meer woonden heb ik het geen moment gemist. Echt thuis werd het nooit, geloof ik.

Het huis daarna, ons eerste echte eígen huis, mis ik daarentegen nog steeds wel eens. Het huisje onder de kerk. Gister probeerden we ons voor te stellen hoe het zou zijn geweest als we daar nu nog woonden, in dat knusse jarentwintighuisje. Wie er dan in welke slaapkamer zou slapen (er waren er twee van normaal formaat en eentje van 2 bij 1.80) en waar we dan thuis zouden kunnen werken (nergens). Dat de kinderwagen daar altijd binnen stond, er altijd wel iéts lekte, de badkamer nog kleiner was dan de kleinste slaapkamer en dat de bakfiets geen optie was geweest omdat we daar geen achterom hadden. Maar toch, ondanks de praktische bezwaren, woonde ik er dolgraag. Het was het eerste huis dat we samen kochten en verbouwden. Waar mensen kwamen eten, we feestjes vierden in de achtertuin, waar vandaan we lopend naar het station konden om naar ons werk te gaan, waar de bevalling van Sam begon en we die eerste bloedhete zomer als gezin van drie doorbrachten. Een huis met zoveel mooie herinneringen. Ik droom nog wel eens dat het weer van ons is.

Toen Sam 9 maanden was, zijn we verhuisd naar het huis waar we nu wonen. In de wijk waarvan ik altijd gezworen heb dat ik er nooit naartoe zou gaan. Maar here we are. Al bijna drie jaar. We zochten iets groters en moderners en eindigden in dit splitlevelhuis dat ik tijdens mijn tweede zwangerschap dagelijks vervloekte (zes trappen, bekkeninstabiliteit en een dramatisch geheugen is een héle slechte combinatie), maar inmiddels als thuis is gaan voelen. Het huis wat deze hele coronacrisis al als een veilige haven voelt, waar ik weer zwanger werd, een miskraam kreeg en een paar maanden later alweer zwanger bleek. Waar Sam van baby naar dreumes naar peuter ging en waar de bevalling van Lot zich aandiende. Waar ik de hele winter van 2020/2021 knuffelend met mijn baby op de bank gezeten heb en ook zij inmiddels leert lopen. Waar we de keuze maakten om hier nog even te blijven, zodat ik de ruimte had om mijn baan op te zeggen en zzp’er te worden. En hoewel dit echt ons eindstation niet is, begint het na bijna drie jaar wel een serieus hoofdstuk in onze gezamenlijke geschiedenis te worden.

We concludeerden dat het ook eigenlijk niet uitmaakt waar we wonen. Als het maar samen is.

Bij een verjaardag hoort taart. Maar omdat ons jongste kuiken nog steeds niet zo lekker lijkt te gaan op koemelk, moest het wel een koemelkvrije taart zijn. Dus waarom dan niet meteen vegan? Ik vond een lekker recept bij Miljuschka, tweakte dat een klein beetje, bestelde hysterische sprinkles en leende de slagroomspuit van mijn zusje. Niet gehinderd door enige ervaring en met mijn chronische gebrek aan geduld ging ik aan de slag en het resultaat is verrassend leuk. Kortom: deze vegan verjaardagstaart is echt foolproof.

Voor de cake

  • 400 g bloem
  • 400 g suiker
  • 2 theelepels baking soda
  • 1 theelepel zout
  • 200 ml vloeibare plantaardige boter
  • 2 theelepels vanille-extract
  • 1 theelepel amandelextract
  • flink veel ‘bakvaste jimmies’, sprinkles die hun kleur behouden in het beslag
  • 2 eetlepels azijn
  • 400 ml amandelmelk op kamertemperatuur

Vegan botercrème

  • 300 g plantaardige boter
  • 750 g poedersuiker (dat zijn 3 bussen)
  • 90 ml amandelmelk
  • klein beetje vanille-extract

Vulling en versiering

  • lekkere frisse jam
  • heeeeeel veel sprinkles, liefst flink gemengd
  • beestjes, vlaggetjes, kaartjes

Verwarm de oven op 175 graden. Meng eerst de droge ingrediënten door elkaar en voeg daarna de plantaardige boter, amandelmelk, vanille- en amandelextract toe en mix tot een glad beslag. Roer de sprinkles en 2 eetlepels azijn erdoor, giet in twee springvormen van 23 centimeter en zet ongeveer 35 minuten in de oven. Check of ‘ie klaar is door met een satéprikker te prikken. Als er nog beslag aan kleeft, moet ‘ie nog een paar minuten terug.

Laat de cakes volledig afkoelen en maak daarna de botercrème door de plantaardige boter glad te roeren in de keukenmachine. Voeg daarna poedersuiker en amandelmelk beetje bij beetje toe tot het een gladde, lichte crème geworden is. Dat duurde bijna een half uur, dus neem te tijd. Als de crème goed is, mix je er nog een drupje vanille-extract door om de botersmaak een beetje te maskeren.

Ok, nu het moeilijkste deel: besmeer één van de cakes met een dun laagje botercrème en een laag jam en leg bovenop de ander. Daarna kun je het geheel gaan stuccen met botercrème. Dat blijkt ook na het kijken van acht seizoenen Heel Holland Bakt heel lastig te zijn, dus ik heb verder geen tips, behalve dat je daarna ál je fouten kunt maskeren met heel veel sprinkles, dus stel je niet te bescheiden op. Leef je daarna uit met sprinkles, toefjes botercrème en andere decoratie. Zet in de koelkast tot je de kaarsjes uit gaat blazen.

Een paar dagen geleden werd ze 1. Mijn jongste baby. Het meisje dat me voor de tweede keer moeder maakte en dat zo heerlijk wonderlijk anders is dan haar zus. We vierden een klein coronababyproof feestje, met twee kleine groepjes visite (maar totaal meer dan 4, sorry Huug), slingers, ballonnen, een hysterische vegan taart (waarover later meer) en cadeautjes!

En die cadeautjes vond ik best een uitdaging: want wat vraag je in hemelsnaam voor de eerste verjaardag van je tweede? We hebben al heel veel speelgoed van haar grote zus en ook fietsjes, wobbels en loopwagentjes worden gewoon doorgegeven. Maar goed, veel van de dingen waar haar zus graag mee speelt, vindt ze niet leuk. Of ze vindt ze wel leuk, maar zuslief verdedigt ze met hand en tand #lotvandejongste. Dus is ze uiteindelijk gewoon schandalig verwend. Met veel tweedehands (want duurzaam) speelgoed en dingen die haar zus niks vond, maar voor haar wel weer heel leuk zijn. 

Met stip op 1: de ballenbak! Tweedehands gescoord via Marktplaats, zorgvuldig gepoetst en aangevuld met wat extra nieuwe ballen in kleuren die een beetje bij het interieur passen. Ze heeft er gisteren de halve dag ingezeten. Beetje smijten met ballen, poppetjes verstoppen: feest. En dit exemplaar is eigenlijk heel gezellig in het interieur.

Ook heel leuk zijn deze sensory blocks. Ik kocht ze via Marktplaats en hoewel het bouwen nu nog een beetje lastig is voor d’r, kun je er wel goed mee rammelen en door de gekleurde ruitjes heen kijken. Ze vindt ze heel mooi.

Muziek (lees: lawaai) maken is haar grote hobby. En omdat we dat natuurlijk aanmoedigen, kreeg ze dit muziektafeltje van Janod. Lekker rammen op de trommel en de bellen: kind blij, mama doof, top.

Twee dagen voor haar eerste verjaardag besloot ze eens voorzichtig te gaan staan aan de rand van de box. En hoewel we dus nog een eind verwijderd zijn van een echte wandeling, kreeg ze van opa wel een bon van een goede schoenenwinkel voor haar eerste schoentjes. Echt een heerlijk, praktisch topcadeau! En boekjes natuurlijk. Boekjes zijn altijd goed. De muziekboekjes van Clavis al helemaal, want ze zijn onverwoestbaar, niet zo luid en hebben mooie thema’s, zoals het Carnival des Animeux van Saint Saëns. En Eric Carle, love Eric Carle.

Deze ark van Playmobil 123 was ook een schot in de roos. Alle diertjes eruit halen, alles er weer in, alles eruit, alles erin, et cetera, et cetera. Ze weet ‘t nog niet, maar voor Kerstmis krijgt ze ook het woonhuis van Playmobil 123. Ik vind het heel leuk spul: net wat groter dan gewone Playmobil en onverwoestbaar.

Kortom: de speelhoek staat weer vol. En da’s helemaal niet erg, want ik gok zomaar dat we komende winter héél veel thuis zijn 🙂