Tag

blogmas

Browsing

Zo. Dat was me het weekje wel weer. We hielden een soort fabriekje draaiende met kindjes, een baan (van J.) en een bedrijf (van mij). Zondag was ik echt helemaal op en heb ik zo min mogelijk gedaan, behalve het huis een beetje schoonmaken, boodschappen en met de kindjes spelen. En nu is de laatste werkweek van 2021 aangebroken: ik werk vandaag, woensdag en donderdag nog en dan ben ik vrij tot en met 2 januari. Heerlijk vooruitzicht. En heel erg aan toe.

Maandag

Normaal werk ik op maandag en is dinsdag mamadag, maar deze week hadden we het even omgeruild. Dus maandagochtend de warme jassen aan en lekker naar buiten.

Dinsdag

Elke ochtend een gember-kurkumashotje om de weerstand een beetje op peil te houden. Geen idee of het echt werkt, maar ik vind het wel een lekker pittige start van de dag. En ik gebruik m’n borrelglaasjes ook nog eens.
Een interview op locatie! Bij baggerwerkzaamheden in een haven, om precies te zijn. En natuurlijk wil ik dan ook even een rondje mee op de ‘kraan’, als me dat aangeboden wordt. Het ziet er heel gevaarlijk uit, maar de boot liep nog een stuk door én ik had een zwemvest aan, dus het was prima voor elkaar. Leuk om eens te zien hoe het gaat. Funfact: wist je dat je een deel van de bediening van zo’n groot apparaat met je tenen doet? Daarom zitten de machinisten ook altijd op sokken in de cabine.
En toen ik thuis kwam, zag ons slaapkamerraam er ineens zo uit. Bedankt vogel.

Woensdag

Woensdagochtend: aan de slag! Dit is dus mijn thuiskantoor. Typen, typen, typen. Ondertussen had J. mijn zusje opgehaald, want die hadden we ingevlogen als oppas voor donderdag.
Dus ’s avonds keken zus en ik maar weer eens een kerstfilm. The Princess Switch 3. Laten we het erop houden dat ze een vierde deel wel achterwege mogen laten.

Donderdag

Zus paste op en ik werkte beneden. Toen ik even boven kwam, zag ik dit kleine kerstkaboutertje.
En van de lunch maakten we een feestje met (vegan!) kaneelrolletjes van Albert Heijn.

Vrijdag

Vrijdag stond ik voor een opdrachtgever in het Twiske, om hun personeel in vier groepen de marketingplannen voor 2022 te vertellen tijdens een kerstwandeling. Een hele leuke coronaproof opzet. Alleen een beetje fris. En mijn papieren presentatie was niet erg miezerproof, haha!
Ook top: bij de slagboom van de parkeerplaats deed ik mijn raam naar beneden, maar die wilde dus met geen mogelijkheid meer omhoog. Ja, tot de helft. Dus ik ben ’s avonds van het Twiske (boven Amsterdam) naar Zwolle gereden met het raam open. Dat was best fris, kan ik je vertellen.
Maar het was een geslaagde middag en ik kreeg gewoon een kerstpakket van mijn opdrachtgever! Superlief! Er was ook nog eens een doosje brownies bezorgd van een andere opdrachtgever. Kortom: deze zzp’er komt de kerst wel door.

Zaterdag

Met een lockdown in het vooruitzicht kocht ik zaterdagochtend maar even wat extra knutselspullen bij de Action. En daarna deed ik ook meteen boodschappen en haalde wat spullen bij de HEMA. En toen kwam ik bij de fietsenstalling en had ik een uitdaging. Ik gebruik mijn gewone fiets bijna nooit meer, omdat de bakfiets nu eenmaal handiger is, en vergat tijdens mijn gewinkel ook even dat ik niet zo heel veel mee kon nemen. Gelukkig had ik de kinderen niet mee en kon ik hun zitjes gebruiken.
Lunchen met de kaarsjes aan en kerstliedjes op de achtergrond.
Rodekoolschotel van een verspakket. Was erg lekker!
Het bericht die je wist dat zou komen.
Dus daarna heb ik alle kerstcadeautjes maar ingepakt en onder de boom gelegd om mezelf weer op te vrolijken. Het is niet eens zozeer dat de maatregelen mij persoonlijk heel erg raken (ok, behalve dat mijn kappersafspraak niet doorgaat en mijn mat nu al serieuze proporties aan begint te nemen), maar het is vooral het hele uitzichtloze van deze situatie waar ik een beetje moe van begin te worden. Nog even en we zitten al twee jaar in een crisis. Maar goed, relativeren, zegeningen tellen en kijken naar wat er wel mogelijk is.
Zondag hielden we het kalm. De man was van huis om voetbal te kijken, ik scharrelde wat in huis, speelde met de kindjes en deed ze uitgebreid in bad. Toen ze in bed lagen, maakten we kaasfondue en gingen om half tien lekker naar bed.

En nu is het maandag! Ik wens je een hele fijne week 🙂

Als jonge ouder frequenteer je de kinderboerderij. Het is namelijk een relatief makkelijk te realiseren uitje met bijna-altijd-goed-garantie. Zeker in het geval van de jongste, die net 1 is en iedere schurftige kip en depressieve geit nog met een enthousiast “DIE! AAI!” begroet. De oudste begint inmiddels wat geroutineerder te worden, maar ook haar kun je nog wel blij maken met konijnen, varkens, ezels en, bonuspunten, pony’s (maar eigenlijk hebben we in Zwolle bijna geen kinderboerderijen met pony’s. Ze hebben wel allemaal minimaal 2 ezels. Zou dat beleid zijn?). 

Gisteren -maandagochtend- stonden we er weer. Voor mijn eigen mentale welzijn was ik dit keer eens naar een ándere kinderboerderij gefietst, aan de andere kant van de stad. Het maakt de kinderen werkelijk geen reet uit, maar ergens rond het vierde kinderboerderijbezoekje in één week, heb ik zelf echt even wat afwisseling nodig. Even wat andere geiten om naar te loeren. Bovendien heeft die kinderboerderij aan de andere kant van de stad koffie. En een grote speeltuin.

Een kinderboerderij op een grijze maandagochtend in december is precies wat je ervan verwacht. Een handjevol ouders, een oppasoma en een stuk of acht koters onder de 4. Iemand was zo slim geweest om een doek mee te nemen om de speeltoestellen droog te wrijven. De kinderen speelden, zoals ze dat over het algemeen doen, volledig langs elkaar heen, waarbij ze af en toe een poosje zwijgend naar elkaar staarden om vervolgens weer door te gaan met glijden/schommelen/een gat graven. De ouders wisselden blikken van herkenning boven oranjegeruite kantinebekertjes. Af en toe greep er eens iemand in als het té fysiek dreigde te worden rondom de traptrekker of wanneer een dreumes zich tegoed deed aan handenvol zand. Bij een schreeuw kwamen we kijken, duwden een schommel en veegden een snotneus. En verder zaten we daar, zwijgend. Ieder met z’n eigen gedachten. Genietend van even niet entertainen, maar de speeltuin en de geiten het werk te laten doen.

Rondom de dieren scharrelden wat leerlingen van de praktijkschool, aangestuurd door een soort akela in een scootmobiel. In de speeltuin probeerde de peuter met losse handen over de wiebelbrug te lopen en bij de stal zat de dreumes, die nog niet loopt, op haar kont voor een caviaren. Ze probeerde de cavia’s er luidkeels van te overtuigen een stuk van hun sinaasappel te komen brengen, maar ze bleken niet erg ontvankelijk voor haar steeds dwingender “Die! Mmm! DIE??” We deden nog maar een rondje langs de andere dieren.

De varkens lagen te slapen onder een warmtelamp, het konijn deed een poging om zichzelf uit de ren te graven, de kippen waren opgehokt (‘Vanwege de vogel griep helaas’ stond er op het A4t’tje op het hok), er lag een geitje met een gipsen pootje in het stro, de parkieten zaten een beetje verkleumd op een stok en de ezels sjokten na een halfslachtige borstelbeurt van een meisje met paars haar en een jongen die de ezels niet eens zag, maar alleen maar oog voor háár had, terug naar hun hok. Binnen rende een hamster met een verstoord dag-nachtritme eindeloos rondjes in een piepend loopwieltje en zat een gekko onbeweeglijk voor zich uit te staren. Ze werden allemaal uitgebreid bekeken, benoemd en, als het even kon, geaaid.

Het was kwart voor twaalf. De kantinebekertjes werden verfrommeld, iedere ouder twijfelde even of dit nu ‘papier’ of ‘restafval’ was en er werden kinderen op fietsen en in wagens getild. Tijd om een broodje te gaan eten. Tijd voor een middagslaapje. Deze maandagochtend waren we weer doorgekomen.

Wij doen graag spelletjes (ik maakte ooit deze post over onze favoriete spellen en die klopt nog aardig, al zijn wel inmiddels ook overgestapt op de nieuwste Keer op Keer) en ik vind het dan ook heel leuk dat de peuter inmiddels ook de leeftijd (3,5) heeft bereikt dat ze openstaat voor een spelletje. Daarbij is enige flexibiliteit van onze kant omtrent de spelregels wel belangrijk, maar ook dat gaat steeds beter. Inmiddels kunnen we ook het ongunstige deel van de regels (op je beurt wachten, een beurt overslaan, een steentje terug moeten leggen) redelijk overbrengen, zonder dat het spelbord per direct van tafel gemaaid wordt. Kortom: ze groeit en ze leert. En ik kan niet wachten tot we samen kindermonopoly kunnen spelen. Tot die tijd vermaken we ons met onderstaande leuke spelletjes.

Eenhoorn Flonkerglans
Lange tijd stond Eenhoorn Flonkerglans bij ons synoniem voor een woede-aanval, maar sinds een paar weken gaat het echt heel goed en blijkt het een heel leuk spel te zijn. Het is een superroze spelletje van het Duitse merk Haba en de bedoeling is overzichtelijk: als eerste met je eenhoorn bij de finish komen met zoveel mogelijk diamantjes in je bezit. Daarvoor gooi je eerst met een dobbelsteen die aangeeft of je 1, 2 of 3 wolkjes vooruit mag en als je dan op een roze wolkje belandt, mag je nog een keer gooien met een andere dobbelsteen voor het aantal diamantjes dat je verdiend hebt. Verder kun je nog diamantjes weggeven (geen populair concept bij de peuter) en moet je soms een beurt overslaan. Die twee dobbelstenen maakten het in het begin nog wel eens lastig, maar vanaf een jaar of 3,5 is het goed te begrijpen. Het leukste vind ik dat de diamantjes echt felroze fonkelende steentjes zijn, maar ik ben diep van binnen ook nog steeds een peuter.

Kleurentorentjes
Kleurentorentjes van Jumbo spelen we al ruim een jaar en blijft leuk. Het is heel simpel: je gooit met een kleurendobbelsteen om gekleurde kraaltjes op een stokje te rijgen. Als je een kleur gooit die je al hebt, moet je een beurt overslaan. Duurt niet te lang, is makkelijk mee te nemen en het leert ze kleuren herkennen. Enige nadeel is dat de kralen van levensgevaarlijk formaat zijn voor de baby, dus het moet echt aan tafel gespeeld worden en ik tel angstvallig alle kraaltjes na als we klaar zijn om zeker te weten dat ik er straks niet eentje uit een luchtpijp moet heimlichen.

Memory
Good old memory. Ik weet nog dat wij hem vroeger thuis met Disney-figuren hadden. Die is helaas ergens gesneuveld, maar in plaats daarvan hebben wij een variant met gezichtjes die ik ooit bij Flying Tiger heb gescoord. De peuter vindt het geweldig. En ze is er ook verrekte goed in trouwens. We begonnen ooit met 6 setjes, om het niet te lastig te maken, maar inmiddels zitten we op een stuk of 12 en dat gaat ook heel goed. Bij de peuter dan. Ik word elke keer weer geconfronteerd met mijn mom brain.

Kroko Loko
Kroko Loko is óók een soort memory, maar dan nog leuker. Je bent een krokodil en je hebt honger, dus je moet kaartjes scoren waarmee je steeds groter wordt. Dat doe je door de dobbelsteen te gooien. Daarop staat of je een land-, lucht- of waterdier mag pakken. Je draait een kaartje om en als daar de juiste diersoort opstaat, mag je hem aan je krokodil toevoegen. Superleerzaam, want het leert kinderen welke dieren waar leven én ook weer zeer goed voor het geheugen. Degene met de langste krokodil wint. En dat is altijd de peuter, gek genoeg.

Dit zijn de vier populairste spelletjes bij onze peuter. Hiernaast spelen we ook nog wel eens Wij ruimen op (ook van Haba), maar daar begint ze een beetje te oud voor te worden. En ze wil ook altijd graag schaken met haar vader. Ze kent alle stukken inmiddels bij naam (ze weet nu al meer dan ik) en Jona probeert haar nu de toegestane zetten te leren, maar voordat ze in de Queen’s Gambit schittert, zijn we nog wel een paar jaar verder. 

Zijn jullie ook van die spelletjesfans?

‘Het blijft niet zo’, zeg ik soms tegen mezelf als ik er even helemaal klaar mee ben. Als ik gewoon even niét voor wil lezen, geen vakantietje wil spelen, als ik even alleen naar de wc wil en geen zin heb om eerst een kwartier bezig te zijn met onderhandelen, jassen aan, laarzen zoeken en mutsen over mopperende hoofden trekken voordat we überhaupt eens een keer de deur uit zijn. Als ik om half drie ‘s nachts zuchtend mijn voeten op de koude vloer zet om een verloren speen terug te halen, te sussen en fluisteren dat het nog geen ochtend is. Als ik voor de derde keer op een ochtend een boterham sta te smeren waarvan ik weet dat ‘ie maar half opgegeten wordt. 

Als er geschreeuwd wordt om nog een hapje maar mama écht eerst moet blazen omdat het nog zo warm is, schatje. Als ik de godganse dag in de derde persoon over mezelf blijk te praten ondanks alle goede voornemens dat niet te doen. Als de net gepoetste wc binnen tien minuten doorweekt is met laten we hopen dat het water is. Als ik ondanks alle goede voornemens om ons huwelijk altijd bovenaan de prioriteitenlijst te laten staan, avond aan avond in slaap val op de bank zonder ook maar iets van romantiek. Als ik kortaf reageer op een peuter die eigenlijk niets verkeerd doet.

‘Het blijft niet zo. Ze zijn maar eventjes zo klein. De dagen zijn lang, maar de jaren zijn kort. Nog even en je verlangt naar deze periode, waarin ons gezin het middelpunt van de wereld is. Waarin er niemand anders bestond dan papa en mama. En okee, opa en oma en tantes en Paw Patrol. Maar waarin ze uiteindelijk altijd weer bij ons uitkomen. Probeer ervan te genieten, beweeg mee.’

Die eerste jaren van het ouderschap, ze zijn alles tegelijk. Loodzwaar en prachtig. Lachen en huilen. Overstromen van liefde en tegen de bank schoppen van frustratie. Engelengeduld en kortaf snauwen. Het duurt soms zo lang en tegelijkertijd weet ik dat het zo ga missen als ze eenmaal tien en twaalf zijn.

Ik zeg het omdat ik het anders soms even vergeet.

Ik ben gefascineerd door Duitsland. Door het land, de geschiedenis, de taal, de mensen, de hoofdstad: hoe Duitser, hoe beter. Een fascinatie die ontstaan is op de woonark van mijn oma. Zij runde een zimmer frei – iets dat we nu als een spartaanse bed&breakfast zouden omschrijven, maar in het Hoorn van de vorige eeuw waren de meeste toeristen Duits en bestond AirBnB nog niet, dus was het gewoon een prima overnachtingsmogelijkheid. Drie kamertjes, bruin betegeld sanitair dat men deelde met de andere gasten en Frühstück aan de keukentafel.

In het weekend mocht ik altijd helpen. De tafel dekken met het gastenservies, vleeswaren in bakjes leggen en de eitjes onder de zelfgemaakte eierwarmers op tafel zetten. Tot slot de roomboter, die -als de gasten geluk hadden- de avond van te voren al in de kast gezet was om zachter te worden. Zodra de gasten kwamen, verdween ik achter de bar in de keuken, om die onverstaanbare volwassenen van een afstandje te bestuderen. Soms waren het Italianen of Fransen, maar de meeste gasten waren Duits.

Lievelingsstad 🙂

Ik praatte niet met ze, want ik sprak geen Duits. En zij praatten over het algemeen ook niet tegen mij, omdat ze verdiept waren in hun eigen gesprek, dat in mijn herinnering altijd op discrete fluistertoon gevoerd werd. Duitsers waren de beste gasten. Niet zo handtastelijk hysterisch als Italianen, of eng als Fransen, maar keurige opa’s en oma’s die me soms nog wel eens een Duitse Mark toestopten. Muntstukken waar ik niets aan had, omdat wij nou eenmaal altijd naar Frankrijk op vakantie gingen.

In groep 8 gingen we op schoolreis naar het Anne Frank Huis. Ter voorbereiding mocht ik een spreekbeurt houden over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Uit de grote eiken boekenkast van mijn oma kwam een fotoboek tevoorschijn met herinneringen aan de oorlog: voedselbonnen, allerhande verklaringen en foto’s. Het maakte verhalen los, over hoe mijn opa als jongeman te werk gesteld werd en over de hongerwinter, die op het Noord-Hollandse platteland anders beleefd werd dan in de grote stad. En, zo bleek uit mijn research als elfjarige, hoe dat allemaal veroorzaakt was door de Nazi’s. De Duitsers.

Hoe konden die vriendelijk mompelende mensen, die op zaterdagochtend bij mijn oma aan de ontbijttafel zaten, iets te maken hebben met die vreselijke oorlog? Daar werd het zaadje voor mijn fascinatie geplant. Ik wilde er meer van weten. Over Duitsland, over de oorlog, die muur waarover gezongen werd op de radio en het raadsel van de vriendelijke Duitsers aan de ontbijttafel.

Inmiddels, bijna twintig jaar later, weet ik dat Duitsland meer is dan haar recente geschiedenis. De twintigste eeuw heeft haar niet-te-missen sporen achter gelaten, maar er is ook een Duitsland van daarvoor en een Duitsland van daarna. En daar wil ik nog heel veel meer over lezen, leren en vooral: van zien.

Kerstbomen staan vrij hoog op mijn lijstje met dingen waar ik blij van word. Dus zodra de Sint zijn hielen heeft gelicht, hijs ik de boom uit de garage en sla aan het versieren. Dit jaar was dat op zondag 5 december. Eigenlijk een dagje te vroeg, maar zondag is gewoon een mooie dag om de boom te versieren. Natuurlijk had ik hulp van een ijverige peuter, die me al twee weken vroeg wanneer we de kerstboom gingen opzetten. Eenmaal aan de slag verloor ze al vrij snel haar interesse in de grote boom, maar stortte zich helemaal op het versieren van de kleine boompjes die ook uit de doos kwamen. Prima. Kon ik lekker mijn eigen boom versieren.

Een groot deel van mijn kerstballen is van mijn opa geweest. Ik ben verliefd op die kerstballen. Het zijn de kerstballen die mijn vader en zijn drie broertjes uitgezocht hebben, toen ze nog kleine jochies waren. Ik heb mijn oma nooit gekend, maar ik kan me voorstellen dat ze als enige vrouw in een huis vol mannen, blij was met dat soort kleine dingetjes. Dat die rouwdouwers ook oog konden hebben voor de schoonheid van een kerstklokje. Of een kerstbal met een lachende zon erop. Of een groene sneeuwpop met t-rex armpjes. Een roze paddenstoel. En dat het dan helemaal niet uitmaakte dat het qua kleur niet allemaal perfect bij elkaar paste.

De oude ballen hangen op veilige hoogte, buiten het bereik van grijpgrage handjes. Lager in de boom hangen de nieuwere versieringen. Een zak patat, een plastic glitterunicorn en onze voorletters in gouden belletjes. Het is een bont geheel, maar het zijn allemaal dingen waar we blij van worden. Hier geen uitgekiend kleurenschema, maar een boom vol mooie herinneringen. Alles mag de boom in.

En misschien nog wel meer dan van het versieren zelf, geniet ik van het uitpakken van de spulletjes. Van doosjes vol krantenpapier in verschillende stadia van vergeling, gevuld met kerstballen. Elk jaar ben ik weer verbaasd over wat er allemaal uit mijn vier verhuisdozen aan kerstspullen komt. Het is altijd meer dan er daadwerkelijk in de boom en in huis past. En elk jaar koop ik tóch weer iets erbij, zoals dit prachtige vogeltje van Käthe Wohlfahrt, dat ik deze zomer in Berlijn kocht. In de meest hysterische kerstwinkel die ik ooit gezien heb trouwens.

Zo. In vol ornaat. Vol met lampjes en herinneringen. En een scheve piek, want die mag de peuter er vanaf mijn nek bovenop zetten.

De rest van het huis pakten we ook nog even mee, zoals Harry hier demonstreert.

De grote kerstboom staat in de eetkamer, omdat de woonkamer ook de speelruimte van de meisjes is. Daar hebben we alleen een versierde kamerden in de vensterbank staan, met de Playmobil kerststal eronder. Nu ik naar de foto kijk, geloof ik trouwens wel dat Jozef even boodschappen was gaan doen en Maria ondertussen de buurman op bezoek had. Die man met die pet is niet de Jozef die bij het stalletje hoort…

Ook vaste prik in ons kersthuis: de papieren huisjes van Jurianne Matter. Ze maken me instant vrolijk als ik ze neerzet.

Nu is de laatste maand van 2021 écht aangebroken. Nog tweeënhalve week en dan is het kerst! Ik vind het altijd een heerlijke tijd, en hoewel ik het dit jaar drukker heb dan ooit, probeer ik heel bewust te genieten van de sfeer, de lichtjes, 100 keer dezelfde liedjes op de radio en alle rituelen die de kersttijd zo bijzonder maken. Heerlijk.

Ooit, lang geleden, hield ik trouw een dagboekje bij van wat ik in een week deed. En omdat ik dat bij andere bloggers altijd heel leuk vind om te zien (#lekkergluren) én het ook voor mezelf een heerlijk geheugensteuntje is aan wat er ook alweer allemaal gebeurde, begin ik er maar weer eens mee. Een kijkje in mijn superspannende splitlevelleven. Week 48, here we gooo.

Maandag

Maandagochtend begon ik werkend op de bank, omdat het zo koud was in mijn werkkamer. Helaas gaat het er bij mijn brein niet in dat ik op de bank ook productief kan zijn, dus na een uurtje mail ben ik maar weer naar mijn werkkamer verhuisd. Wel jammer van de gezellige stipjes van de discobal. Verder heb ik de hele dag keihard gewerkt om een groot project af te krijgen en om 17:00 klapte ik moe, maar voldaan de laptop dicht. Gelukt!

Dinsdag

Geen twee, maar drie kindjes vandaag. Een vriendinnetje van de oudste speelde ook bij ons. Mijn playdate-vuurdoop! Gelukkig ging het over het algemeen hartstikke goed, op één kleine woede-uitbarsting van beide partijen na, maar toen heb ik er gewoon een schaaltje pepernoten in gestopt. Dat soort dingen moet je niet al te pedagogisch verantwoord willen oplossen, denk ik dan.
En daarna nog even naar het consultatiebureau met de baby. Dreumes, bedoel ik. Lekker zweten altijd daar.
En ’s avonds was het tijd voor de eerste kerstfilm van dit seizoen. Na lang beraad gingen vriendin E. en ik voor Love Hard. Klinkt pornografischer dan het was. Eigenlijk was ‘ie best leuk. In z’n genre.

Woensdag

1 december! Adventskalendertijd! De peuter eentje van Playmobil dit jaar, ik een theekalender, de man een chocolaatjeskalender die ik leegeet. Goed verdeeld.
We begonnen goed. Zaterdag had ik een hele gore te pakken, die naar warme ranja smaakte.

Donderdag

Van donderdag op vrijdag was ik met mijn zusje in Düsseldorf, maar daar kun je hier alles over lezen.

Vrijdag

Thuis lag er iets lekkers op me te wachten. Cadeautje van een opdrachtgever voor Sinterklaas: zo attent!
De man en ik hebben nóg een adventskalender, met opdrachten voor elkaar. De opdracht van vrijdag was om een boek voor de ander te kopen. Dus fietsten we nog even naar Waanders, of zoals de peuter het noemt: de boekenkerk. Dit was de buit.

Zaterdag

Zaterdag haalde ik een berg werk in en deed ondertussen even een thuistestje. ’s Middags vierden we namelijk Sinterklaas met een heuse Sint. En je familie met corona besmetten is 1 ding, maar een eeuwenoude goedheiligman de IC op helpen, kan natuurlijk niet. Gelukkig was het veilig en konden we gezellig met de familie Sinterklaas vieren. Heel gezellig. En ook heel fijn dat het weer voorbij is, qua kinderstresslevels.

Zondag

En zondag mocht het eindelijk: de kerstboom opzetten. Terwijl ik de grote boom versierde, stelde de peuter dit sfeervolle kersthoekje samen. Less is boring.
En ’s avonds zei de adventskalender dat we wel een biertje verdiend hadden. Dus waagden we ons aan deze Oost-Europese NEIPA. Verrassend lekker! In de glazen van ons lievelingscafé in Zwolle, die door die stomme maatregelen alweer gesloten is.

En dat, lieve kijkbuiskinderen, was mijn week 48. Op naar een hysterische week 49! Hoe was jouw week?

Mijn zusje en ik gaan elk jaar naar een kerstmarkt in Duitsland. Best wonderlijk, want we houden niet van Glühwein, niet van drukte en kopen eigenlijk nooit iets op zo’n markt. Na een rondje kerstmarkt gaan we daarom ook meestal gewoon een beetje shoppen, wandelen en eten, want daar zijn we veel beter in. Maar goed, tradities zijn er om in ere te houden, dus gaan we elk jaar weer. Dit keer: de Düsseldorf-editie!

Düsseldorf is zo’n Duitse stad waar ik nooit iemand over hoor, terwijl het maar 2,5 uur rijden is vanuit Zwolle en het de zevende stad van Duitsland is. Best een stad van formaat dus. En hoewel ik het zeker niet de mooiste of gezelligste stad van het land vind, kun je je er prima een paar dagen vermaken. Kortom: let’s go.

Natuurlijk denk je nog wel even drie keer na voor je op citytrip gaat in coronatimes. Maar, zo besloten we, als we er een beetje verstandig mee om gaan, moet het kunnen. Dus met onze eigen auto gegaan, allebei getest voor vertrek, bewust op doordeweekse dagen in plaats van het in weekend gegaan om drukte te vermijden, afstand houden en handen wassen en eigenlijk de hele tijd ons mondkapje op gehouden. In Düsseldorf werden we in bijna alle horeca en op de kerstmarkten gevraagd naar ons vaccinatiebewijs. Zegt natuurlijk ook niet alles, maar goed. Het leven moet ook een beetje leuk blijven. Om Duitsland in te komen moesten we ook een Einreise anmeldung invullen, maar daar heeft verder niemand naar gevraagd.

Düsseldorf in de miezer op donderdagmiddag. Na een heerlijke lunch bij Sätgrunn (vegan aanrader!) zijn we de stad in gegaan.
Düsseldorf heeft zes kerstmarkten. Dit was die op de Köningsallee (kortweg ‘die Kö’ genoemd). Zoals je ziet was er echt geen hond. Lekker rustig, maar ook wel erg sneu voor alle ondernemers in de kraampjes.
Volgende kerstmarkt: ook uitgestorven. Dus dan maar een glühweintje. Best vies, maar goed, hoort erbij.
Oud Duits gezegde.
Düsseldorf is zoals veel Duitse steden grotendeels verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog, dus je komt weinig écht oude gebouwen tegen. Dat maakt het centrum ook een beetje ongezellig, om eerlijk te zijn. Dit was dan wel weer een mooi hoekje!
’s Avonds een hapje eten (heerlijk, ná vijf uur uit eten gaan, de luxe die je tegenwoordig kunt waarderen he?) bij Casita Mexicana.
En daarna maskertjes en een kerstfilm in het hotel.
De volgende ochtend: lekker wandelen in de richting van de Rijn. En dan kan ik het nooit laten om even een Hinterhöfe in te duiken.
Langs de Rijn.
Obligate kerstbalfoto die niet mocht ontbreken in het rijtje.
Keurvorst Jan-Wellem (geen typfout, zo heette de beste man) op zijn paard op de Marktplatz. Daar was een hele sfeervolle kerstmarkt opgesteld, maar die was om 10 uur ’s ochtends nog dicht.
Het oude Rathaus op de Marktplatz. Het oudste deel van het complex stamt uit de 16e eeuw en het is nog steeds in gebruik als gemeentehuis.
En toen hadden we deze wel verdiend.
Met een Zimmtschnecke zo groot als mijn hoofd.

En na precies 23 uur en 57 minuten, volgens de betaalautomaat in de parkeergarage, zaten we weer in de auto terug. Met volle tassen, want als we in Duitsland zijn slaan we altijd flink in bij de DM, en volledig in kerststemming. Want hoewel het heel rustig was in de stad, waren alle lichtjes en versieringen wel heel sfeervol. Heeft Düsseldorf mijn hart gestolen? Neuh. Maar het lijkt me leuk om Düsseldorf buiten coronatijd nog eens te bezoeken. In de zomer bijvoorbeeld. Want we hebben nu vooral Mitte en Altstad bekeken, maar er schijnt aan de overkant van de Rijn nog een leuk stadsdeel te zijn. En die grijze novemberjas doet eigenlijk geen enkele stad goed. Dus Düsseldorf: we’ll be back!

Het is hartstikke december! En dus is het tijd om aan de kerststemming te gaan werken. Netflix staat vol met kerstfilms, maar een lekkere kerstige roman is ook wel eens fijn. Dus daarom deel ik vandaag mijn favoriete kerstromans met je. Of nouja, romans. Chicklit is misschien een beter woord.

Kerstmis in het Duincafé – Debbie Johnson
Dit boek las ik begin oktober in de zon op een Spaans strand. Niet helemaal de setting, maar tóch was ik helemaal in kerststemming tegen de tijd dat ik het uit had. Het is blijkbaar deel 3 uit de Duincafé-reeks van Debbie Johnson, maar ik heb deel 1 & 2 niet gelezen en toch kon ik er prima inkomen. Het gaat over Becca, die een uitgesproken hekel heeft aan Kerst en van de grote stad naar het Duincafé van haar zus gaat om een beetje tot zichzelf te komen tijdens de kerstdagen. Voeg daar een knappe local aan toe, wat te verwerken ellende uit het verleden én verrassend veel humor en je hebt een heerlijk kerstverhaal. Goed nieuws: ik zag net dat er ook een vierde deel is. Een Kerstcadeau van het Duincafé. Die ken ik nog niet, maar ik sluit niet uit dat ‘ie binnenkort op de ereader belandt.
Ik geef deze de maximale score van 5 kerststerren.

Not just for Christmas – Natalie Cox
Ik las dit boek in het Engels, de Nederlandse vertaling heet Een onverwachte kerst.  Dit boek heeft ook een kersthater in de hoofdrol. Charlie hád al een hekel aan kerst, maar toen ging d’r lover er ook nog vandoor met zijn knappe trainer, kreeg ze een gaslek in haar huis en bleek haar moeder kerst te vieren in Australië en nu is ze helemaal chagrijnig. Ook zij gaat de stad uit, naar de hondenopvang van haar nicht om daar op de toko te passen. Nouja, het vervolg kun je wel raden. Heel veel honden, een knappe dierenarts en de nodige toestanden. Klinkt nu een beetje simpel, maar door de geestige schrijfstijl en het fijne hoofdpersonage is het toch een heel gezellig boek. Vooral als je van honden houdt.
4 kerststerren. Maar ik ben ook meer een kattenmens. 


Christmas Shopaholic – Sophie Kinsella
Bij de chicklit-liefhebbers mag een Sophie Kinsellaatje niet ontbreken natuurlijk. Christmas Shopalic is het zoveelste deel in de superbekende Shopaholic-reeks. Aan de ene kant meer van hetzelfde, namelijk dat Becky Bloomwood zich weer in onmogelijke posities weet te manoeuvreren, dit keer rondom een kerstdiner, maar dat het uiteindelijk toch allemaal nog goed komt. Aan de andere kant ook chicklit zoals het ooit bedoeld is en daarom prima weg te lezen. Een paar kritische opmerkingen: ik vind dat Becky Bloomwood een erg vlakke leercurve heeft op het gebied van onbezonnen beslissingen nemen en als ik haar man was, was ik al lang klaar geweest met die meid. Maar goed, als je je over die irritatie heen kan zetten, is dit een prima weglezertje onder de kerstboom. 3 kerststerren.

Let it snow – John Green
Aaah, dit is zo’n gezellig boek! Het zijn drie losse verhalen, van John Green, Maureen Johnson en Lauren Myracle over een groep jongeren die op kerstavond insneeuwt in een trein. De verhalen gaan over kerst, liefde, liefdesverdriet, sneeuw en andere YA-toestanden en aan het einde komen alle hoofdrolspelers elkaar tegen in de plaatselijke Starbucks. Heerlijk Amerikaans, maar ook hartstikke kerstig. Dus al met al: 4 kerststerren.

Twaalf dagen voor Kerst – Jenny Bayliss
Een groot nadeel van vertaalde Britse kerstromans lezen, is dat ze ‘buh, humbug’ altijd zo tenenkrommend vertalen. Dit verhaal gaat over Kate. Haar mening over relaties is dus ‘buh, humbug’, in het boek vertaald als ‘bah, laat maar’. Krijg ik jeuk van. Maar goed, dat doet geen afbreuk aan het verhaal. Kate is dus single, zoekt niet per se een man, maar haar overijverige BFF Laura schrijft haar toch in bij een datingbureau om ervoor te zorgen dat Kate voor de kerst een lover heeft om baby’s mee te maken. Wat volgt zijn twaalf dates met twaalf verschillende mannen. De een uiteraard leuker dan de ander. Een heel fijn en sfeervol boek. Soms een beetje langdradig en okee, okee, je weet al vrij snel waar het naartoe gaat, maar toch. Ik werd er vrolijk van. 4 kerststerren!

Tot zover mijn boekbespreking! Heb jij nog aanraders voor me, als je bovenstaand lijstje gezien hebt?