Tag

borstvoeding

Browsing

Al jarenlang maak ik iedere laatste dag van de maand een maandoverzichtje voor mijn Instagram-pagina. Meer voor mezelf dan voor mijn 299 volgers, maar ik was toch vereerd toen iemand vorige maand opmerkte dat ik mijn maandoverzicht vergeten was. Enfin, bij het overzicht van mei 2021 typte ik vanmiddag dit:

Mei was de maand van mijn eerste moederdag als moeder van twee meisjes, de maand van een heerlijk familieweekend, van een dolle zaterdag met vijf peuters en vijf kletsende moeders, van groen, bloemen en wandelingen. Ik zou bijna vergeten dat het ongeveer 83% van de tijd regende, mijn cumulatieve slaapgebrek net zo hard toenam als de neerslagsom en ik eigenlijk een groot deel van de tijd moe en chagrijnig was. Maar goed, uiteindelijk wint het mooie het altijd van het lelijke. Ook in mijn hoofd. Zelfs als dat hoofd aanvoelt alsof het vol met grind zit. 

Want ja, keeping it real, zoals ze op Instagram zeggen: ik vond het allemaal niet zo heel makkelijk afgelopen maand. Slaapgebrek, een lijf dat nog steeds vol hormonen zit, borstvoedingsdilemma’s (ik schreef twee maanden terug dat ik na een half jaar borstvoeding wilde stoppen, maar dat blijkt toch wat genuanceerder te liggen), en een hoofd dat continu alle kanten op gaat, zorgden ervoor dat ik niet de beste versie van mezelf was afgelopen maand. 

En dat mag soms best.

Althans, dat is wat ik tegen anderen zeg. Vanmorgen nog, tegen een collega: “Wat niet gaat, dat gaat niet, geef je eraan over.” Op het moment dat ik zélf bijna omval, zeg ik tegen mezelf: “kom op, er zijn mensen die vier jaar lang niet doorslapen, wat zeur jij nou met je zes maanden gebroken nachten.” Of: “Hoezo, na zes maanden bijna omvallen omdat de borstvoeding alle energie uit je zuigt? Sommige vrouwen doen dit jarenlang, het hoort er ook een beetje bij hoor.”

Echt onaardig, als je er eens dieper over nadenkt. Dus heb ik de vermoeidheid deze maand maar gewoon toegelaten. Met als resultaat dat ik vermoeider en chagrijniger was dan ik ooit ben geweest. Kortaf. Ontevreden. Snel geïrriteerd. Emotioneel. Ronduit onvriendelijk tegen mijn wederhelft die ook alleen maar zijn best deed. 

Ik nam een weekje vrij om bij te tanken. Alsof je een half jaar slaapgebrek oplost met een weekje vrij van je werk, wat goed en wel beschouwd niet echt de oorzaak van je probleem is, maar juist een plek om even ‘Nikki’ te zijn, in plaats van mama a.k.a. de lopende melkmachine. Dat werkte dus niet. Maar het bracht me ook het inzicht dat ik graag werk. Dus in die zin werkte het ook weer wel.

Hoe dan ook: ik heb een groot deel van de maand een kuthumeur gehad. Maar door het te omarmen, begon ik in te zien dat het -net als peuters die alles wat je zegt, beantwoorden met ‘NEE’ of ‘LUST IK NIET’ – een fase is. Dit zijn die tropenjaren. Dit is de fase waarin je kleine kinderen, een gebrek aan slaap, werk en alles wat er verder nog in je leven speelt, moet zien te combineren. 

Da’s niet makkelijk. Maar dat mag soms best. Zolang het mooie het maar van het lelijke blijft winnen. En dat doet het bij mij gelukkig altijd.