Tag

zimmer frei

Browsing

Ik ben gefascineerd door Duitsland. Door het land, de geschiedenis, de taal, de mensen, de hoofdstad: hoe Duitser, hoe beter. Een fascinatie die ontstaan is op de woonark van mijn oma. Zij runde een zimmer frei – iets dat we nu als een spartaanse bed&breakfast zouden omschrijven, maar in het Hoorn van de vorige eeuw waren de meeste toeristen Duits en bestond AirBnB nog niet, dus was het gewoon een prima overnachtingsmogelijkheid. Drie kamertjes, bruin betegeld sanitair dat men deelde met de andere gasten en Frühstück aan de keukentafel.

In het weekend mocht ik altijd helpen. De tafel dekken met het gastenservies, vleeswaren in bakjes leggen en de eitjes onder de zelfgemaakte eierwarmers op tafel zetten. Tot slot de roomboter, die -als de gasten geluk hadden- de avond van te voren al in de kast gezet was om zachter te worden. Zodra de gasten kwamen, verdween ik achter de bar in de keuken, om die onverstaanbare volwassenen van een afstandje te bestuderen. Soms waren het Italianen of Fransen, maar de meeste gasten waren Duits.

Lievelingsstad 🙂

Ik praatte niet met ze, want ik sprak geen Duits. En zij praatten over het algemeen ook niet tegen mij, omdat ze verdiept waren in hun eigen gesprek, dat in mijn herinnering altijd op discrete fluistertoon gevoerd werd. Duitsers waren de beste gasten. Niet zo handtastelijk hysterisch als Italianen, of eng als Fransen, maar keurige opa’s en oma’s die me soms nog wel eens een Duitse Mark toestopten. Muntstukken waar ik niets aan had, omdat wij nou eenmaal altijd naar Frankrijk op vakantie gingen.

In groep 8 gingen we op schoolreis naar het Anne Frank Huis. Ter voorbereiding mocht ik een spreekbeurt houden over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Uit de grote eiken boekenkast van mijn oma kwam een fotoboek tevoorschijn met herinneringen aan de oorlog: voedselbonnen, allerhande verklaringen en foto’s. Het maakte verhalen los, over hoe mijn opa als jongeman te werk gesteld werd en over de hongerwinter, die op het Noord-Hollandse platteland anders beleefd werd dan in de grote stad. En, zo bleek uit mijn research als elfjarige, hoe dat allemaal veroorzaakt was door de Nazi’s. De Duitsers.

Hoe konden die vriendelijk mompelende mensen, die op zaterdagochtend bij mijn oma aan de ontbijttafel zaten, iets te maken hebben met die vreselijke oorlog? Daar werd het zaadje voor mijn fascinatie geplant. Ik wilde er meer van weten. Over Duitsland, over de oorlog, die muur waarover gezongen werd op de radio en het raadsel van de vriendelijke Duitsers aan de ontbijttafel.

Inmiddels, bijna twintig jaar later, weet ik dat Duitsland meer is dan haar recente geschiedenis. De twintigste eeuw heeft haar niet-te-missen sporen achter gelaten, maar er is ook een Duitsland van daarvoor en een Duitsland van daarna. En daar wil ik nog heel veel meer over lezen, leren en vooral: van zien.