Ineens was mijn baby drie maanden. En dat betekende niet alleen het officiële einde van mijn zwangerschapsverlof, maar ook dat ik officieel op de helft ben van dat wat mensen om een of andere reden ‘het borstvoedingsavontuur’ noemen. Ik heb namelijk een deadline gesteld aan borstvoeding geven. Een half jaar en dan is het klaar.

Borstvoeding is heel goed voor baby’s, dat word je al verteld als je nauwelijks weet dat je zwanger bent. Levende cellen, proteïnen, aminozuren, enzymen, antistoffen, vitaminen en mineralen: het zit er allemaal in. En nog mooier: het past zich aan aan wat de baby nodig heeft. Baby ziek? Hop, moedermelk met extra antistoffen. Best vet. Bovendien vind ik borstvoeding geven, als het allemaal loopt, ook best wel makkelijk en vooral heel knus. Maar vind ik borstvoeding geven ook gewoon een opoffering. Eentje die ik met liefde doe, maar die ik geen jaren vol kan of wil houden.

Bij de eerste vond ik borstvoeding de eerste weken verschrikkelijk. Ik overwoog minimaal tien keer per dag te stoppen, maar ik móest het van mezelf een serieuze kans geven van minimaal zes weken. Daarna ging het makkelijker en heb ik haar zelf gevoed tot ze bijna een half jaar was. En hoewel ik dacht dat ik die laat-dit-stoppen-fase bij de tweede over zou slaan, omdat ik wist waar ik het voor deed, bleek niets minder waar. Ondanks het feit ik dit keer niet met een tepelhoedje hoefde te voeden en de voeding eigenlijk direct best aardig liep, heb ik ook bij de tweede meerdere keren op het punt gestaan om ermee te stoppen, in die eerste weken.

Maar ik wist: daar krijg je spijt van. En daarom heb ik mezelf ook dit keer deadlines gesteld. Ik moest het zes weken volhouden, dan mocht ik het opnieuw bekijken en eventueel stoppen als ik het nog steeds zo erg vond. En daarna met drie maanden nog eens. Inmiddels, dankzij de hulp van een lactatiekundige en een goede osteopaat, gaat het eigenlijk behoorlijk vlekkeloos. Ze drinkt een keer of 8 per dag, vraag en aanbod zijn in balans en we vinden het allebei gezellig.

En toch gaan we over drie maanden langzaam afbouwen naar flesjes. Want tegen die tijd wil ik mijn lijf weer terug. Da’s heel egoïstisch, maar ik vind borstvoeding geven naast goed en gezond ook gewoon een slopende bezigheid. Ik ben moe, ik blijf vol met hormonen zitten waardoor mijn gedachtes als een soort mist door mijn hoofd zweven, ik moet eten als een bootwerker om niet heel veel af te vallen en alle vezels in mijn lijf doen gewoon pijn.

En hoewel je volgens de WHO de eerste twee jaar borstvoeding zou moeten geven, is een half jaar ook heel mooi. Daarna mag ze verder groeien op flesjes. En dat vindt ze vast ook heel lekker. Wat ik maar wil zeggen: welke keuze je ook maakt, het is goed, zolang je je er zelf uiteindelijk goed bij voelt. Vanaf het begin kunstvoeding geven maakt je geen slechte moeder, zes weken borstvoeding geven en daarna overstappen is ook prima, als je aan borstvoeding begint hoef je dat niet direct twee jaar vol te houden en je hoeft het ook niet per se het mooiste ter wereld te vinden. Als je kind maar groeit. En een blije moeder heeft. Daar gaat het om.

Author

3 Comments

  1. Een half jaar is hartstikke mooi inderdaad! Wat ik ook wel heb gehoord, is dat die richtlijn van de WHO meer is voor landen waar de drinkwaterkwaliteit slecht is, waardoor flesjes met poedermelk daardoor een veel slechtere optie zijn dan moedermelk. Hier is de situatie natuurlijk heel anders.

    • Nikki

      Klopt! In de binnenlanden van Afrika heb je over het algemeen niet de keuze om een gezond alternatief te bieden. Wij hier gelukkig wel.

  2. Fijn om je ervaring te lezen en hoe jij er in staat. Een half jaar is inderdaad mooi! Maar zoals je zegt maakt het eigenlijk niet uit hoe lang. Wij geven van in het begin flesjes omdat ik borstvoeding niet zag zitten, ook al vind ik het heel mooi. Achteraf gezien ben ik er ook blij om dat we het zo doen en heb ik er geen spijt van. Blije mama blije baby (meestal toch 😉 )